DVS-preview IVC Poznan

Over 2 weken begint de 46e International Viola Congress in Poznan, Polen! Een afvaardiging uit Nederland gaat daar optreden met lezingen, workshops en recitals. De DVS licht een tipje van de sluier, met een “preview” van de presentaties die in Poznan gehouden gaan worden. Er wordt ook een hapje geserveerd, dus meld je graag aan

Wanneer: vrijdag 20 september, 19:00u
Waar: Trinitatiskapel, Vriesestraat 20, Dordrecht
Wat: Try-out programma IVC Poznan
Toegang: Vrijwillige bijdrage
Aaanmelding: Stuur een mail aan mail@dutchviolasociety.nl

We hopen jullie dan te mogen verwelkomen!

 

Een heerlijke avond ALTVIOOL!

door Kristofer G. Skaug, DVS redactie
Gehoord in Oude Kerk Rotterdam Charlois, 23/06/2019 20:15u
Foto’s door Jan Hordijk, genomen in de Bergsingelkerk Rotterdam, 22/06/2019

Een half jaar na het succesvolle International Viola Congress 2018 in Rotterdam zijn we weer in altvioolverband terug in de havenstad voor een avond vol altvioolmuziek. Het gezelschap Rotterdam Chamber Music Society (afgekort RCMS – niet te verwarren met de Kamermuziekvereeniging Rotterdam!) bestaat uit een kern van musici uit het Rotterdam Philharmonisch Orkest, die in kamermuzikale programma’s op avontuur gaan samen met zeer getalenteerde jonge musici in de eindfase van hun studie.

RPhO-altvioliste Veronika Lénártová heeft het voor elkaar om (samen met haar collega’s) een concertprogramma rondom de altviool samen te stellen, waardoor niet minder dan zes altviolisten deze avond te horen waren.

Ze stonden er meteen al met z’n zessen op het podum, om de “Introduction and Andante” op.5 van Benjamin Dale ten gehore te brengen. Dit stuk staat in de volksmond bekend als de “Verklärte Nacht” onder de altvioolsextetten (waarvan er momenteel 40 geregistreerd staan in de DVS catalogus voor altvioolensemble-muziek). Deze bijnaam is niet alleen te danken aan de gelijktallige bezetting en ongeveer-gelijktijdige compositieperiode (10 jaar na Schönberg’s beroemde opus 4): de muziek benadert soms ook echt de sfeer van die zwoele zomernacht in het bos (althans de minder wanhopige kant ervan).

Foto: Jan Hordijk

Bijzonder aan een altvioolsextet is (onder andere) dat je te maken hebt met zes in principe gelijkwaardige instrumenten met hetzelfde bereik. De componist heeft zo de kans om melodiestemmen veel vaker uit te wisselen tussen de spelers zonder dat er een bijkomende registersprong nodig is. Maar de compositie van Dale is ook weer niet overdreven egalitair, er is wel degelijk gemiddeld genomen een waarneembare rolverdeling, waarin de 1e stem (in de persoon van RPhO-aanvoerder Roman Spitzer) toch net iets vaker dan de rest met solistische uitspattingen mag schitteren, terwijl er aan de rechterkant van het podium twee altviolisten staan die bovengemiddeld vaak als bas-groep ingezet wordt.

Verder heeft een zesstemmig altvioolensemble een unieke klank, die geheel niet lijkt op de kamerorkest-achtige volheid van een gewone strijksextet. Onder andere is dat heel goed te merken in de slotpassage van het Andante, waar een adembenemende bos boventonen de ruimte vult, gedragen door de liggende noten in de twee bas-stemmen en aangevuld door een wolk van flageoletten en overige spectrale verschijnselen in de hogere stemmen. Genieten!

Van zes terug naar twee spelers: Francis Saunders en León van den Berg brengen het (onder altviolisten wel bekende) Lament van Frank Bridge. Er staan weliswaar twee mannen, maar de muziek is grotendeels vierstemmig, met canon-achtige passages die draaien rondom het melancholische hoofdthema. Het voornamelijk ingetogen duet mondt uit in een stille c-mineur. Erg mooi gedaan – vergeleken met de vele uitvoeringen en opnames die ik al gehoord heb, mag deze er zeker wel wezen!

Foto – Jan Hordijk

Dan is het tijd voor strijkkwintetten, natuurlijk wel in de variant “kwartet met toegevoegde altviool”, die ook wel “altvioolkwintetten” worden genoemd. Hoewel zeer productieve strijkkwintet-componisten als Boccherini en Onslow een voorkeur hadden voor de bezetting met toegevoegde cello of bas, is het altvioolkwintet geen ongebruikelijke genre: Bekend en geliefd zijn o.a. de altvioolkwintetten van Beethoven, Mendelssohn, Brahms en Bruckner. Mozart schreef er zelfs een stuk of zes, en daarvan wordt het c-mineur kwintet KV406 dat deze avond op de lessenaars staat  relatief vaak gespeeld.

Het stuk opent met een unisono drieklank in de hoofdtoonsoort, met zinderende losse C-snaren alom dus. Opmerkelijk is dat dhr. Spitzer in deze bezetting zijn aanvoerderschap voortzet in de rol van viool-primarius, en hier behoorlijk mee uit de voeten kan. Het geluid van een altvioolkwintet zou men als “een kwartet op steroïden” kunnen typeren, want met de 2 alten puilt het “middenrif” van de klank behoorlijk uit. De klankvorming van dit RCMS-ensemble vond ik nog extra indrukwekkend, wellicht lag dat aan het feit dat er eigenlijk drie altviolisten op het podium zaten? Het is aan niets te merken dat het hier gaat om een gelegenheidsformatie, met de jonge portugees José Nunes (Master-student in Amsterdam) op 2e altviool.

Foto – Jan Hordijk

Het tweede deel (Andante) is een gloedvolle serenade die zich gelijk nestelt in je geheugen. De innemende melodie wordt het vaakst door de violen vertolkt. In de diepte bieden de alten en cello een soort amen-refrein aan. Dit is muziek die je eindeloos zou kunnen aanhoren!

In het daarop volgende Minuetto in canone spreekt de meer cerebrale kant van Mozart – met een knik naar Haydn. Het dansmuziekje wordt aanvankelijk in 2- en 3-stemmige canon verdeeld over het ensemble. Soms wordt er gedubbeld, maar de allianties wisselen voortdurend. Helemaal geinig is het middensegment, Trio al rove(r)scio, een dubbelcanon waarbij het ene thema de omkering is van het andere. Dit vond Mozart kennelijk wel al genoeg gepuzzel voor 4 stemmen, dus de 2e alt doet hierin even niet mee.

Het laatste deel (Allegro) heeft weer zo’n onvergetelijk mineur-thema, dat in verschillende variaties wordt behandeld. Hierbij komt weer veel Mozartesk speelsheid om de hoek kijken. Kostelijk is o.a. de 3e variatie, waar de 2e viool en 2e alt samen een gesyncopeerde scheervlucht langs de hoofdnoten van het thema maken. Na nog zo’n 2-3 variaties laat Mozart de teugels los: Recapitulaties lopen over in gekke muzikale plot twists … maar uiteindelijk is hij daar dan toch: de C-majeurversie “die je wist dat zou komen” om alles vrolijk af te ronden.

Na de pauze klinkt het “Amerikaanse” kwintet van Dvorak, op.97 – een soort tweelingstuk van diens zeer bekende American quartet op.96, waarbij de toegevoegde gast-altviolist als party crasher best veel aandacht opeist. In de vertolking van de pas-afgestudeerde Stefano Sancassan mag de 2e altviool het bal openen met een solo-introductie van het hoofdmotief, en hij krijgt nog verdere solistische spotlights zowel bij de finale van het 1e deel en bij de opening van het spetterende scherzo-deel. Maar de mooiste solo van het geheel is weggelegd voor de 1e alt (in dit geval Veronika Lénártová), een melancholische en vrij idiomatische Dvorak-melodie in het mineurige “trio”-segment.

De 1e altviool mag zich weer heerlijk uitleven in de expositie van het Larghetto-thema van het 3e deel, een rustig liedje (in een nogal exotisch As-mineur) dat een soort serene kerstsfeer uitstraalt. Dit wordt vervolgens onderworpen aan diverse nogal somber gestemde variaties. In de coda van dit deel komt een hartverwarmend majeur alle somberheid wegvagen: puur geluk!

Het laatste deel is een feestelijk rondo. Het tempo vond ik aanvankelijk wat te voorzichtig, waardoor het betere huppelgevoel uitbleef (misschien was dit door de vrij ruime akoestiek ingegeven?). Dvorak bedacht in dit deel allerlei gekkigheden, waaronder een soort indianendans, en diverse grappige tussenwerpingen vanuit de 2e alt. Naarmate het stuk vorderde kwam het springerige rondo-thema wel steeds beter tot zijn recht. De finale wordt ingezet door (wie anders) de twee altviolen, met een unisoon in triolen geborstelde “Vader Jakob”-motief. Dit vervormt echter snel in een harmonische wenteltrap, die uitkomt bij een (op zijn zachtst gezegd) enthousiasmerend en molto accelerando galop naar de slotstreep. Ik heb dit feestje nooit stilzittend kunnen aanhoren, door allerlei spiegelneuronen die mijn strijkersreflexen volop gaan aanspreken. Ik excuseer mij bij deze nogmaals voor de elleboogstootjes die mijn buurvrouw mocht incasseren in dit verband!

Foto – Jan Hordijk

Wat een prachtig concert! Hulde aan RCMS voor het moedig programmeren van deze vooralsnog “niche” altvioolmuziek, ik hoop dat de collecte bij de uitgang genoeg heeft opgeleverd. Er was in ieder geval (beide avonden) aardig wat publiek en heel veel waardering!

Kristofer G. Skaug


In Memoriam Maurits Wijzenbeek

Op 17 maart jl. overleed de zeer gewaardeerde altviolist Maurits Wijzenbeek op de veel te jonge leeftijd van 66 jaar. Hij was van 1978 tot 2013 als altviolist aan het Muziekcentrum van de Omroep verbonden – eerst in het Radio Kamerorkest, daarna in de Radio Kamerfilharmonie. Sebastiaan van Eck, al sinds zijn vroege jeugd goed bevriend met Maurits, haalt herinneringen op.

Maurits was musicus in hart en ziel, en altviool spelen was zijn lust en zijn leven. Daarnaast was hij iemand die het fijn vond onderdeel te zijn van een familie. Hij hield van het menselijk contact en genoot van iedere ontmoeting: Maurits was een echt ’orkestdier’. De altvioolgroep van het Kamerorkest was een familietje in het klein. Er werd hartstochtelijk gemusiceerd, tegelijkertijd bleef er geen kans onbenut om over van alles met elkaar te discussieren. In de loop der jaren werd Maurits een van de bepalende gezichten van dit bijzondere orkest. Het gedwongen einde van het RKO en de daaropvolgende fusie met delen van het RSO kwamen dan ook hard aan.

Maar dit typeerde Maurits tot het einde: al kwam hij in een situatie terecht waarvoor hij niet had gekozen, hij wilde er het beste maken. Direct vanaf de start van het nieuwe orkest was dan ook zijn motto ’de RKF wordt gewoon het leukste orkest van Nederland’. Zijn intense betrokkenheid was wezenlijk voor het uiteindelijke succes van de RKF.

Maurits was geen man van gebaande paden en durfde over mentale drempels heen te stappen. Hij kon zijn ideeën altijd met enthousiasme brengen. Hij had uitgesproken idealen over de toekomst van het orkest. Hij zag een groot flexibel muzikaal apparaat, maatgesneden voor de modern opgeleide musicus, met veelzijdigheid en muzikale nieuwsgierigheid als uitgangspunt. Toen tijdens de laatste reorganisatie in Hilversum ensembles tegen elkaar werden uitgespeeld en er in de onderlinge strijd veel geld aan juridisch advies van dure advocatenkantoren werd uitgegeven, was zijn steevaste stelling: ’laten we niet zoeken naar wat ons scheidt maar naar wat ons verbindt’.

We hebben ons hele leven door veel samen gemusiceerd. Eerst in het Hilversums jeugdorkest, opgericht door een aantal moeders waaronder die van ons. Rond 1965 speelden we samen in een jeugdstrijkkwartet onze eerste Haydn-menuetten. De acht jaar in de Radio Kamerfilharmonie waren een kroon op onze muzikale vriendschap. Maurits werd meteen voorzitter van de orkestcommissie en was altijd bereid op ander gebied zijn steentje bij te dragen. Eigenlijk zat je niet in het orkest van Jaap van Zweden of Frans Brüggen, maar je zat in het orkest bij Maurits.

Toen een dirigent een keer met akelige opmerkingen iets probeerde te bereiken stond Maurits op en zei: nee meneer, zo gaan we hier niet met elkaar om. De dirigent matigde direct zijn toon.

Nieuwe collega’s werden geïnspireerd door Maurits’ aanstekelijke enthousiasme en natuurlijke warmte. Bij excentriekelingen, waar anderen eerder met een boog omheen liepen, rustte Maurits niet voordat hij ook met hen een band had opgebouwd.

Indrukwekkend was het einde van de RKF nu bijna 6 jaar geleden. Het slotconcert in het Concertgebouw zou voor veel musici het laatste concert in hun beroepsleven worden. Frans Brüggen had wegens zijn slechte lichamelijke conditie afgezegd. Er dreigde een roemloos einde, onder leiding van een invaller. Toen zei Maurits: kom, we gaan samen naar Frans en kijken wat we nog kunnen bereiken. Het werd een bijzonder bezoek, waarbij Maurits er geen twijfel over liet bestaan dat Brüggen gewoon moest komen. Nadat Maurits uiteindelijk had toegezegd dat we Frans desnoods met rolstoel en al uit zijn huis in Italië zouden ophalen was het pleit beslecht. Zo konden tientallen musici – waaronder Maurits zelf – hun loopbaan met een onvergetelijk concert beeindigen.

Na dit afscheid had Maurits tijd om een ander aspect van zijn muzikale talent te ontwikkelen. Door het overlijden van zijn vriend en collega Jouke van der Leest werd hij dirigent van het Cuypers Ensemble. Velen van ons hadden kinderen in dit jeugd strijkorkest, en kunnen beamen hoe hij jonge kinderen wist te inspireren. Op 25 januari was zijn laatste muzikale optreden: Maurits moest naar zijn dirigeerplek worden geholpen maar dirigeerde het Cuypers Ensemble vol passie, met als slot een hemelse Air van Bach.

Ook al was Maurits al enige jaren niet meer in dienst, zijn invloed is nog steeds voelbaar. Natuurlijk wordt ons bedrijf (Muziekcentrum van de Omroep, red.) in eerste instantie bepaald door de inbreng van alle actieve medwerkers. Maar de energie van hen die er niet meer zijn, resoneert nog op een bijzondere manier na. Dat is een reden voor dankbaarheid en misschien een schrale troost.

Sebastiaan van Eck

Viva Viola! ESVG: een relatief nieuwe, maar blijvende traditie!

door: Liesbeth Bloemsaat-Voerknecht

Twee jaar geleden vond voor het eerst een groot meerdaags Suzuki altviool feest plaats, in Watford, vlak bij London, genaamd ESVG 2017: European Suzuki Viola Gathering 2017. Tegen de 150 deelnemers waren toen gekomen. Het was een groot succes. En even inspirerend als twee jaar geleden in Watford was voor mij als docent de European Suzuki Viola Gathering 2019 (ESVG 2019) dit keer in El Escorial, Spanje. Wederom werd het georganiseerd door dezelfde twee fantastische Suzuki echtparen als de vorige keer, namelijk (alt)viool docente en teacher trainer Joanne Martin en haar man Peter King en de Londense viool- en altviool docenten Juan Drown en Mona Kodama. Weer ging ik er samen met mijn leerlingen Senne, Mira en hun moeders Marit en Boukje heen en weer kwam mijn man Edwin in hoedanigheid van strijkstokkenmaker mee, om strijkstokken te beharen, een lezing over de geschiedenis van de strijkstok te geven en eerste hulp bij viola-ongelukken te bieden.

Lezing van strijkstokkenmaker Edwin Bloemsaat

Peter King benadrukte meerdere malen in zijn speeches dat bij hem in de wetenschap aan de universiteit iedereen je voor gek zou verklaren als je zou zeggen: “volgend weekend ga je je geheel onbetaald volledig inzetten om een event met 280 deelnemers te helpen runnen; oh ja, reis- en verblijfkosten zijn voor eigen rekening”… dat zou volledig ondenkbaar zijn… bij ESVG hebben alle docenten zich wel zo ingezet, zo konden de kosten voor de deelnemers laag blijven. Uiteraard is dit niet te doen bij alle workshops waar je heen gaat om les te geven… onze schoorstenen moeten ook blijven roken, maar voor ESVG en de fijne sfeer die er heerst, heeft iedereen dit over! Viva viola!

Ik had speciaal gevraagd of ik de jongste groep mocht lesgeven. Die wens werd gehonoreerd. Om zoveel mogelijk mensen een kans te bieden, les te geven, kregen de zes groepen steeds van iemand anders les, iedere groep had drie repertoire lessen. Alleen bij de verschillende ensembles stond er steeds dezelfde docent voor in verband met de continuïteit. Tijdens dit weekend had mijn 1A-groepje van twaalf leerlingen drie groepslessen, de eerste les werd gegeven door de Spaanse Rosa Ma Lorenzo Cuesta, ik had het groepje als tweede en de derde les werd verzorgd door Alina Voicu. We staken direct de koppen bij elkaar om af te spreken wie wat zou doen en ik stelde voor om bij elkaar in de les ‘mee te draaien’ zodat de kinderen niet per ongeluk twee keer hetzelfde zouden doen en ieder een ander teaching point zou behandelen. Rosa deed aan het begin van de les prachtige dingen met een klankschaal waar de kinderen heel aandachtig naar luisterden en ze deed veel warming up- en stokoefeningen met behulp van popmuziek die ze uit haar I-pad toverde. Alina heeft onder andere een mooi stokhoudingsspelletje gedaan à la stoelendans met ouders in een kring met de ruggen naar elkaar, die de stok aan de punt vasthielden, de kinderen moesten steeds een goede stokhand maken en als Alina ging spelen moesten de kinderen rondjes lopen. Zo gauw ze stopte met spelen moesten ze zo snel mogelijk een stok pakken en een mooie stokhand maken. Degene die geen stok vond was ‘af’ (of er juist ‘bij’), hij of zij moest dan de altviool pakken en het volgende liedje met Alina meespelen. Eén ouder ging dan eveneens uit de kring, zodat er altijd 1 stok te weinig zou zijn, enzovoort. Heel effectief om veel liedjes te herhalen!

Mijn plan was ook om in mijn les ook de ouders echt bij de les te betrekken en ze niet alleen met hun schriftje op schoot aan de kant te laten zitten en af en toe toe te spreken. Maar ik had me wat voorgenomen: niet ergens mee laten klappen of met castagnettes tegenritmes laten spelen, maar mee laten zingen! En dat is wel een stap, want velen zijn absoluut niet gewend, ook maar een noot te mogen of moeten zingen in de les. Na onder andere de “Twinkle”-ritmes (spelend maar ook lopend en rennend volgens de choreografie van Children’s Music Laboratory van Elena Enrico) en het “Meiliedje” deed ik met hun al zingend en bewegend de tweede stem van “French Folk Song” uit het CML-curriculum. In de les liep het super goed, iedereen zong direct enthousiast mee – zowel de kinderen als de ouders: we zongen wel alleen op ‘la-la-la’ zodat er geen taalprobleem zou zijn (ik denk dat er 5 nationaliteiten in mijn groepje waren vertegenwoordigd). Zelfs de choreografie, namelijk afwisselend soepele kattekrabbewegingen door de lucht maken en drie keer klappen op de lange noot lukte uitstekend (slechts 1 ouder hield de kaken stijf op elkaar en deed niets mee: dat viel trouwens meer op dan dat ze wel had meegedaan en misschien een keer een intonatie- of coördinatiefoutje had gemaakt. Wat voor teken geef je met je armen over elkaar aan je kind?? maar dat terzijde). Uiteindelijk konden we het liedje zelfs tweestemmig doen in de les, de kinderen de eerste stem spelend op de altviool de ouders de mooie tweede stem zingend.

Bij de teachers’ meeting waarbij we het programma voor het concert van zondag bespraken, vroeg ik of ik eventueel “French Folk Song” met ‘mijn koortje’ op de tweede stem mocht doen! Tuurlijk! Leuk! Doe maar! … oeps, zou het wel lukken na 1 korte ‘repetitie’ in die les en een dag later? Gelukkig kregen we in de korte inspeelrepetitie nog gelegenheid het één keer snel te oefenen met de leerlingen van de lagere Suzuki boeken en twee andere docenten beloofden zich bij het koortje te voegen op de uitvoering. Tijdens de Play-down was het zover… het voorlaatste liedje was “French Folk Song”… met collega Monica Johnston (uit Hong Kong) had ik afgesproken dat zij de spelende altviolisten zou leiden en vooral pianissimo zou spelen… een klein koortje tegen rond de 200 altviolen, maar de balans was prima. De choreografie konden we er niet bij doen, want ik moest met de hand in de lucht de toonhoogte leiden, maar de klank was perfect! Een aantal docenten die in ons hoekje voor het podium met alle stukken stond mee te spelen, speelde ook nu mee… Heel bijzonder en een ontroerend moment voor mij was, dat Helen Brunner (de “grand old Suzuki lady” van Londen) na 1 toon doorhad, dat er ook een koortje stond, ze keek me aan, liet haar altviool zakken en zong spontaan uit volle borst met ons mee! Ik kijk de video af en toe terug en denk… ziezo, even dapper zijn, geloven in de capaciteiten van je groepje en jezelf en dan zet je zomaar iets nieuws, iets heel moois neer!

Liesbeth Bloemsaat, (Suzuki viool-, altviool- en CML-docent, Den Haag)

Altviolisten met docente Hannah Biss


In memoriam Ferdinand Erblich (1946-2019)

It was not my own idea to study with him. Back in 1998, my pre-college teacher Gisella Bergman suggested I check out this charismatic Austrian professor for my Bachelors Degree. Docile as I still was in those days, I decided to audition for him, and immediately knew he was the right choice; I went on to study with him for three years, graduating in 2001. Ferdinand managed to be inspirational with a single gesture, a witty expression, one of his famous winks, or just a perfectly delivered musical character. Even the Stamitz concerto, often considered a ‘necessary evil’ in the viola repertoire, was unforgettable when taught by Ferdinand. And then there was the wonderful Viennese charm he would give to Schubert’s Arpeggione Sonata – this is where the unique style of one of his own teachers, Amadeus Quartet violist Peter Schidlof, would peek around the corner and give me a whole new perspective. Needless to say, I flourished as Ferdinand’s student, and was always eager for the next lesson.

From those early years I vividly remember hearing Ferdinand in concert as well, particularly as the guest player in Dvorak’s Viola Quintet with the Prazak Quartet, a part he later played several times with my own Rubens Quartet. Also memorable were all the times I heard his warm and gentle voice from the heart of the Parkanyi Quartet, in particular in those pieces we shared a special love for, like the early Schubert B-flat quartet.

Playing chamber music, which would become my career, was a seed planted carefully and lovingly by Ferdinand – not strictly in a teacher role, but rather through his overall personality, inside and outside music. I was fortunate to share the stage with him on several occasions through the years, and I learned more than I can say. Generations of students from all over the world have benefited from his priceless chamber music coachings. I personally will always associate the Dvorak quintet with the memory of rehearsing it in Ferdinand’s living room, while his son Hans was building a toy railroad around the ensemble.

Ferdinand loved music dearly, but it wasn’t his only passion. He loved life in a broad sense, had very fine taste, and a nose for quality (but not posh) food, coffee, furniture and antiques. This is probably the root of his second (and eventually primary) career as a Persian carpet dealer. Those of us who mistook this for some kind of funny hobby were quickly persuaded otherwise. Ferdinand was well-respected in the business, thanks to a combination of solid expertise and healthy sales instincts. (These instincts once came in very handy for me when I called him for help with a crooked bow dealer, but that is a whole different story…) It made me smile to see new, tasteful additions to the interior of his Hilversum home, every time I visited, varying from carpets and antique Portugese tiles to a ramshackle harmonium that he just couldn’t not buy. Ferdinand didn’t need to be reminded to love life, even when he must have known his days were coming to an end.

Sadly, Ferdinand had been ill for a very long time. When we spoke, he wouldn’t elaborate, as if he didn’t want to burden me with his condition. But it was painful to see him slowly saying goodbye.

Dear Ferdinand, I owe you more than I can express in words. Your radiant artistry, sense of humor and joie-de-vivre have shaped and defined me as a musician and human being, and I am incredibly grateful for that gift. What a classy guy you were. Rest in peace.

Roeland Jagers

Verslag Britten Altvioolconcours 2019

door Kristofer G. Skaug, DVS redactie

Redactionele opmerking: Uitspraken van subjectieve aard worden op persoonlijke titel gepubliceerd, en vertegenwoordigen derhalve geen officiëel standpunt van de DVS.

De vierde editie van het Britten Altvioolconcours is afgelopen zondag (17 maart) gehouden bij het ArTEZ conservatorium in Zwolle. Onze wensen naar aanleiding van de deelname in de 2017-editie zijn verhoord: Niet alleen was er dit jaar sprake van een recordaantal van 19 deelnemers, maar ze kwamen ook nog eens van een groot aantal verschillende docenten af – zowel de voorlopleidingen / talentenklassen van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Zwolle waren goed vertegenwoordigd.

De deelnemers uit Categorie 2 (15-18 jaar) waren als eerste aan de beurt. Het verplichte stuk was het Adagio uit het altvioolconcert van Henk Badings, een stuk dat veel vraagt van de muzikale verbeeldingskracht van de spelers. Daarnaast speelde iedereen een stuk naar eigen keuze.

Het gaat te ver om een uitgebreide evaluatie te doen, maar we hebben kunnen genieten van in totaal 15 vertolkingen van Badings. Dit was voor de jury ook een onmisbaar ijkpunt om de kandidaten met elkaar te kunnen vergelijken.

Enkele deelnemers uit Categorie 2: Vlnr. Steffie, Mila, Sylven, Simon, Ida

Onder de opmerkelijke keuzestukken kunnen we noemen het technische hoogstandje Carnavale di Venezia (Paganini/Kugel), uitgevoerd door Brittenconcousveteraan Steffie de Konink (17, Delfgauw). De conservatoriumstudente Raquel Roldán (18, Utrecht) bracht een deel uit een zelden gehoord altvioolconcert (bewerking?) van J. Chr. Bach, met mooie volle klanken. De machtige Grand Tango van Piazzolla werd met veel bravoure gespeeld door Mila Kastelein (16, Den Haag). Een hele verademing tussen alle Bruch, Schumann, en overige “ijzeren repertoire” was dan ook de Blues voor Bennie (E. Pütz), een jazzy, Gerschwin-acthtig deuntje, met gepaste luchtigheid neergezet door Sylven van Sasse van Ysselt. Uberhaupt is mijn wens voor toekomstige edities van het Brittenconcours dat er bij de keuzestukken een “verbod” komt op standaardstukken zoals de Fantasie van Hummel, het Hoffmeister-concert enz. Er is zoveel leuk altvioolrepertoire van de 20e en 21e eeuw – duik daar maar in!

Sfeerimpressie: De jury luistert naar Sunniva’s voordracht van Tsintsadze

Tijdens de uitgebreide lunchpauze (die konden we goed gebruiken!) was er juryberaad voor Categorie 2. De DVS had een stand neergezet om nieuwe vrienden te werven en ook het verkoop van een breed assortiment van gadgets, stickers en CD’s.

De stand van DVS, bemand door Sofie!

Na de break waren de jongsten aan de beurt: In Categorie 1 (10-14 jaar) waren er vier kandidaten dit jaar. Het verplichte werk was het derde deel uit de Sonatine (op.35b) van Berthold Hummel, een leuk allegro dat hobbelt tussen 4/4 en 3/4 maten, technisch goed toegankelijk voor jonge altviolisten (alles kan desnoods in de 1e positie gespeeld worden), maar met genoeg mogelijkheden tot uitdieping en tempoversnelling voor de iets meer gevorderden.

Deelnemers uit Categorie 1: vlnr. Norea, Tygo, Sarah

Norea Quirijnen (14, Zutphen) liet al gelijk zien hoe dat moest: ze speelde met grote expressiviteit de hele Sonatine (waar ook hele mooie lyrische passages in zitten), en rondde af met het verplichte laatste deel in een verrukkelijk hoog tempo. Daarna kwam Juliëtte Gielen (12, Rijswijk) met het mooie – en voor mij nog onbekende – Chanson Celtique van Forsyth. Tygo de Waal (12, Ooltgensplaat) had een concert van Händel voorbereid, en de charmante Sarah Sikkes (10 jaar, Amstelveen) bracht als laatste kandidate van dit concours de bekende Siciliënne van Fauré.

Tijdens het wachten op de uitslag van de jury hielden Karin Dolman en Ursula Skaug een pitch namens de DVS, waarin o.a. een oproep werd gedaan voor nieuwe bestuursleden, rayonhoofden en student-contactleden. Gelukkig hadden ze heel veel te melden, want de jury had echt even nodig om eruit te komen, met zoveel goede kandidaten.

Karin en Ursula pitchen voor de DVS tijdens het juryberaad

Om 17:20u kwam de jury eindelijk in de zaal terug en nam plaats op het podium: Yke Topoel, Ásdís Valdimarsdóttir, Roeland Jagers, Loes Visser, Liesbeth Steffens en Francien Schatborn. De uitslag luidde als volgt:

Categorie 1 (10 t/m 14 jaar)
1e prijs en jongerenjuryprijs: Norea Quirijnen (14 jaar, Zutphen)
Uit het juryrapport: “Norea Quirijnen is een echte verhalenverteller. Ze maakte indruk met haar sprookjesachtige spel, mooie uitstraling en enorme flair.”
Aanmoedigingsprijs (DVS Bladmuziekprijs): Sarah Sikkes (10 jaar, Amstelveen)

Categorie 2 (15 t/m 18 jaar)
1e prijs en jongerenjuryprijs: Sunniva Skaug (15 jaar, Delft)
Uit het juryrapport: “Sunniva Skaug gaat volledig op in de muziek en geeft met haar gedreven energie en muzikaliteit elke noot een eigen lading mee.”
2e prijs: Elin Haver (15 jaar, Amstelveen)
3e prijs: Mila Kastelein (16 jaar, Den Haag): Woudschotenprijs
Aanmoedigingsprijzen:
Raquel Roldán i Montserrat (18 jaar, Utrecht): DVS Bladmuziekprijs
Ida Weidner (17 jaar, Amsterdam): Concertbonnenprijs Orkest van het Oosten
Extra jongerenjuryprijs: Steffie de Konink (17 jaar, Delfgauw)

De DVS Bladmuziekprijzen gingen naar Sarah Sikkes en Raquel Roldán.

De volledige uitslag (inclusief het Britten Celloconcours 2019) vindt u hier.

Norea en Sunniva zullen met het Britten Jeugd Strijkorkest soleren op zondag 7 april bij het traditionele laureatenconcert in De Spiegel (Zwolle). Meer informatie over dit concert vindt u hier.

Hartelijk dank aan de organisatie, met name René Luijpen (die na dit concours terugtreedt als voorzitter), Jorien Quirijnen, Dorien Deodatus en Loes Visser.

(Bijna) Alle deelnemers van het Britten Altvioolconcours 2019

Altvioolduo Black Büyü wint de Grote Kamermuziekprijs 2019

De Grote Kamermuziekprijs is het jaarlijkse concours voor kamermuziekenensembles van het Koninklijk Conservatorium Den Haag en Codarts Rotterdam, mede georganiseerd door de Kamermuziekvereeniging Rotterdam.

De editie 2019 leverde een gedeelde eerste prijs op voor het altvioolduo Black Büyü (Kardelen Buruk en Kellen McDaniel). Dit ensemble heeft recentlijk veel lof geoogst voor de vernieuwende musical-voorstelling Moonwalk bij het Internationale Altvioolcongres 2018 in Rotterdam.

De DVS is zeer verheugd dat een altvioolduo op deze manier in de nationale schijnwerpers komt, en feliciteert van harte!

Masterclass Tabea Zimmermann

Er is mooi nieuws! Tabea Zimmermann komt deze week een masterclass geven in het Conservatorium van Amsterdam (CvA) – op woensdag 6 maart as. van 14-18!
De masterclass vindt plaats in de Sweelinckzaal, toegang is gratis.
Er spelen 5 studenten van CvA, ieder heeft 45 minuten les.

Mis deze kans niet, om deze grote altvioliste en pedagoge les te zien geven!

Tabea in actie, DVS-masterclass 2015 (TivoliVredenburg Utrecht), met Lisa Eggen

Sunniva Skaug wint 2e Prijs in Maassluis

De Delftse altvioliste Sunniva Skaug (15 jaar) heeft afgelopen week de 2e prijs gewonnen bij de 60e editie van het Jong Talent Concours Maassluis (voorheen de Maassluise Muziekweek), in de categorie 13-17 jaar. Het deelnemersveld in deze leeftijdscategorie telde 45 talenten uit heel Nederland op allerlei verschillende instrumenten. De (hoofdprijs)winnaar werd de bastrombonist Pelle van Esch (17).

Sunniva ontvangt haar prijs uit de handen van de burgemeester van Maassluis, Edo Haan

Bij haar voorspeelbeurt speelde Sunniva het langzame deel uit het altvioolconcert van Henk Badings, en een dans van de Georgische componist Sulkhan Tsintsadze, met begeleiding van Natasja Douma op de piano.

Sunniva heeft altvioolles bij Julia Dinerstein bij het Hellendaal-instituut in Rotterdam, en ze speelt op een altviool gebouwd door Daniël Royé in 2016.

Officiële berichtgeving:
https://maassluisemuziekweek.nl/nieuws/mmw/de-prijswinnaars-van-jong-talent-concours-maassluis-2019-zijn-bekend

Ontzettend gefeliciteerd!

Alice van Binsbergen wint 3e Prijs bij PCC Zuid-2

(c) Majanka Fotografie

Altvioliste Alice van Binsbergen (15 jaar, Amsterdam) heeft vanmiddag een 3e prijs Categorie 2 gewonnen in de finale van het Prinses Christina Concours Zuid-2, in Maastricht. Naast bladmuziekbonnen verdiende ze een masterclass bij een musicus naar keuze, aangeboden door de Stichting Elisabeth en Frans Stump.

Van harte gefeliciteerd!

De volledige uitslag van de regiofinale van het PCC 2019 in Maastricht is hier te zien.