CD-Recensie: Pièces de Concours

Pièces de concours, Jutta Puchhammer-Sédillot & Élise Desjardins

Iris Frederiks – 17 februari 2017

 

3212937Geen verleidelijke vrouw of licht arrogante man siert de voorkant van Pièces de Concours, maar een stilistische altviool van woorden, uitgevoerd in bruintinten – de mooie uitgave valt direct op. Daarnaast is het concept erg leuk, zo bevat het album werken gecomponeerd voor de afstuderende altviolisten van het Parijse conservatorium. Altvioliste Jutta Puchhammer-Sédillot en pianiste Élise Desjardins hebben de archieven doorgespit en enkele van deze afstudeerprojecten opgenomen. Onbekende en uiteenlopende werken van Franse componisten gedurende de periode 1896-1938 zien zo het licht. Als afstudeerwerken zijn veel composities gericht op het tonen van technische beheersing van de altviool. De stukken komen vrij etude-achtig over, maar hebben ook de nodige moderne invloeden. Het eerste werk in het bijzonder bevat meer moderne melodieën en is wat gewaagder dan de rest van de stukken. Toch passen alle stukken bij elkaar en lijkt het haast alsof er terugkerende thema’s in de muziek zitten. Het snelle tempo en het grillige karakter van de cd kunnen wel voor een onrustig gevoel zorgen als de cd opstaat. De cd is daarom niet geschikt als achtergrondmuziek bij feesten, diners of studeren.

Bekijk op iTunes

 


AVF 2017, Dag 3: Kang, Imai, Ligeti en Brahms

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

089

Wenting Kang

Na de halve finale van het Altvioolconcours gaan we ‘s avonds terug naar de Haitinkzaal voor een bijzonder concert.

Wenting Kang speelt voor ons drie delen uit de solosonate van Ligeti: Fascinerende muziek gespeeld door en eveneens fascinerende musicus. Met haar toon en vibrato maakt ze van de Hora Lunga toch een heel ander verhaal, in combinatie met haar draaiende armen en bovenlichaam heeft het bijna een hypnotische werking!

De Loop is een sequens in snelle complexe maatsoorten, althans zo klinkt het. Spannend gespeeld. En Facsar lijkt wel een soort doorgedraaide sample van de beroemde Chaconne van Bach (voor solo viool). Heel mooi gedaan, voor mijn part had ze de hele sonate mogen spelen, maar dat zat er kennelijk dit keer niet in.

Nobuko Imai en Martijn Willers

Nobuko Imai en Martijn Willers

Daarna komt Nobuko Imai zelf met een bewerking van de cellosonate in e kl.t. van Brahms, begeleid door Martijn Willers op de piano. In het eerste deel valt op dat de bewerking heel erg in de hoogte gaat en tegelijk ook de C-snaar veelvuldig aanspreekt. Grote spanwijdte dus. In het 2e deel is er sprake van een neiging naar variaties, maar daar draait het uiteindelijk niet helemaal op uit. In het derde deel zijn er heftige fuga-achtige startpunten. Mooi altvioolstuk dit!

Door tijdgebrek heb ik het 2e deel van het concet helaas niet gehoord, daar stonden allerlei Bartok-duetten op het programma.


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version

After the semifinal round of the Viola competition, we return to the Haitinkzaal in the evening for a special concert.

Wenting Kang plays three movements from the the Ligeti solo viola sonata. Fascinating music brought by an equally fascinating musician. When played with her tone and vibrato, the Hora Lunga becomes quite a different story (compared to e.g. the rendition heard in the semifinals earlier). And in combination with her “rotating” gestures it takes on an almost hypnotic effect!

The Loop is a sequence in fast, complex tempi and measures, or at least that’s how it sounds. Played with proper musical tension. And the Facsar sounds like a warped sample oft eh Bach Chaconne (for violin solo). Very beautfifully done, and as far as I’m concerned she could have gone on to play the whole sonata, but that was apparently not possible thi time.

Next comes Nobuko Imai herself with an arrangement of the cello sonata in E minor by Brahms, accompanied by Martijn Willers on the piano. In the first movement there are lots of extremes, from C-string up to extreme heights. A large spanwidth, in other words. In the 2nd movements for a moment I think we’re going into variations, but in the end that’s not what it comes down to. In the 3rd movement there are fiery passages with fuga-like intentions. This is a very beautiful piece for the viola!!

Due to time pressure, I unfortunately was not able to be stay on for the 2nd half of the concert, in which a whole list of Bartok duos was programmed.


AVF 2017, Dag 3: De Halve Finale

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

We zitten in de Haitinkzaal van het Conservatorium voor de tweede ronde van het Nationaal Altvioolconcours. Er heerst opwinding onder de meegekomen fans van de acht geselecteerde halve finalisten.

Evgeniya Peschanskaya speelt de sonate in c kl.t. van Röntgen. Een van mijn favoriete altvioolsonates. Het eerste deel zit vol temperament. Het 2e deel heeft die mooie kenmerkende melancholische Röntgen-sfeer. Totdat er opeens een mooi recitatief in C groot komt. Een en al grote liefde die opbloeit.

Evgeniya Peschanskaya

Evgeniya Peschanskaya

Helaas hapert de linkerhand in het laatste en beslissende klimmetje – jammer. Het gekke bitonale scherzo gaat weer prima, en in het vierde deel komt de passie terug uit het eerste deel. Er had wel wat mij betreft wat meer klank geproduceerd mogen worden bij de hoogtepunten.

Nu komt de solosonate van Hindemith, op. 31.4, met het eerste deel dat in lange passages leunt op arpeggios met resonanties rondom de open A- en D-snaar. In allerlei opzichten een hele atletische toer voor links. Hier kampt ze wel met de intonatie, waardoor de beoogde resonantie soms wegvalt. Ze vecht zich dapper door tot het einde.

Hessel Moeselaar

Hessel Moeselaar

Hessel Moeselaar komt op, en speelt het Cadenza van Penderecki met heel veel energie en ook ingetogenheid. Hier en daar is de klank wat ruw, maar de concentratie is intens. Hij schrikt wakker van het enthousiaste applaus. De sonate van Badings is een mooi stuk en wordt niet vaak gehoord. In het eerste deel zit een triomfantelijk openingsthema. Hierna lijkt Hessel iets minder goed voorbereid, onzeker van de richting. Bij de inzet van de reprise komt het weer goed. Dit goede gevoel neemt hij mee naar het lyrische 2e deel, dat erg mooi wordt gebracht. Via een scherzo-achtige beweging sluit hij af met veel stormachtigheid in een landschap dat lijkt op het begindeel. Goed gespeeld!

060

Martin Moriarty

Martin Moriarty speelt delen uit de Britten solo cellosuites. Deze bewerking door Nobuko Imai biedt spannend nieuw materiaal voor altviolisten. De uitvoering is ook heel spannend. Het laatste deel “Moto Perpetuo e Canto Quarto” valt op. In de daaropvolgende sonate van Bax heeft het 1e deel een heel mooi lied als hoofdthema. Ik heb wel het idee dat Martin hier meer had kunnen doen met klank. Technisch valt er niets te klagen, hij heeft het goed op een rijtje. Het 2e deel heeft een heel catchy thema gebouwd op een onheilspellende “Jaws”-achtige piano ostinato. De lichaamstaal van deze man moet ook genoemd worden. Hij staat regelmatig gespannen als en veer, en is niet wars van dramatische bewegingen. Het oogt als een authentiek gevoel, maar hier en daar slaat het wel door in zijn klank, niet altijd op de wenselijke manier. Wel een boeiende speler!

064

Lara Albesano

Lara Albesano opent met de 1e sonate van Martinu. Ze heeft een hele mooie klank en een rustige uitstraling. Ook in het tweede deel, waar de muzikale vlam in de pan slaat, houdt ze haar hoofd koel. Goed verzorgd spel, maar ik mis wel een beetje Roemeense vurigheid – die komt nu voornamelijk van de hollander achter de toetsen (Daniël Kramer), die overigens een pittige klus heeft hier.  En dan, Hindemith’s mooie opus 25.1. De fraseringen in het eerste deel slaan voor mijn gevoel een aantal mooie kansen over. Het ingetogen 3e deel heeft een mooie sfeer. Vervolgens gaat ze in een verbijsterend tempo door het beruchte 4e deel (met bijschrift “Tonschönheid ist Nebensache”) heenrazen, daar is de adrenaline wel aan het gieren. Het troostrijke laatste deel (met naweeën van pijn) brengt ze heel mooi.

Lotus de Vries

Lotus de Vries

Na de lunchpauze zijn we klaar voor Lotus de Vries: ook zij speelt Martinu. Haar presentatie is een stuk minder volkomen dan die van Lara, maar het is daartegenover wel spannender.  Als solostuk heeft ze de 1e suite van Reger gekozen. Hier word ik herinnerd aan het lastige van deze ronde: Hoe vergelijk je zo’n Reger met de Hindemiths, de Penderecki en de Britten van daarnet? Het is een heel andere muziek. Qua diepgang in mijn beleving is de compositie ook minder interessant, het heeft meer weg van een lyrisch uit de hand gelopen etude. Wel goed gedaan, daar niet van.

William “Billy” Murray speelt exact hetzelfde programma als Lara, maar dan in omgekeerde volgorde: Beginnend met Hindemith op. 25.1. Hij heeft duidelijk talloze keren dit stuk al uit zijn hoofd gespeeld, want hij neemt het niet meer zo nauw met wat er feitelijk op papier staat, vooral qua rytmiek is het soms erg vrij. Hij vertrouwt volledig op zijn Amati, dat er hoe dan ook altijd iets moois uit komt. En schrikt zichtbaar, wanneer dat per ongeluk toch niet het geval is.

Billy Murray

Billy Murray

Het is al met al slordiger dan de renditie van Lara, en ook minder virtuoos (een langzamer 4e deel), maar nooit saai. Hij geniet van de klank en de ruimte, en maakt er een diep persoonlijke vertolking van. Daarna speelt hij de Martinu sonate. Ook dit is bij lange na niet technisch perfect, maar je kunt er enorm van genieten vanwege het plezier waarmee de man staat te spelen. Hij weet heel goed waar de muziek over gaat. Hij neemt bescheiden twee stapjes terug als in het tweede deel de piano een solopartij heeft, en mompelt binnensmonds de pianostem mee. En hij is honderd prosent aanwezig, tot de laatste noot.

Take Konoye

Take Konoye

De volgende is Take Konoye. Hij begint met Reger suite no.1. Ik impliceerde net al dat ik dit niet zo’n interessant stuk vind, maar hij maakt het wel boeiend, hij ziet kansen om profielen te maken met klank en frasering, en benut deze kansen ook helemaal. En met bijna perfecte intonatie en stokbeheersing. Een hoogstandje! Hij vervolgt met de Bax-sonate. Heel muzikaal en technisch secuur. Ik heb maar één gemis, ik zou hem eens een keer helemaal los willen zien gaan. Risico durven nemen om een nòg grotere klank en nòg meer passie in het spel te leggen. Omdat die dus overduidelijk al zoveel kan. Maar dat is wel heel veel gevraagd op een concours, waar een finaleplaats op het spel staat.

Hannah Shaw

Hannah Shaw

Als laatste in deze ronde speelt Hannah Shaw. De solosonate van Ligeti. Hier komt in de Hora Lunga toch een hoop klank bovendrijven! Op een gegeven moment stijgt die op naar de eeuwige harsvelden via micrometerwerk op natuurtoon flageoletten. Knap. In het 2e deel (“Loop“) allerlei dissonante akkoorden, een kippenhok. Ben geen kenner van deze sonate, dus ik bewaar mijn oordeel voor een andere keer. Ze gaat verder met de Bax-sonate. Gisteren had ze een felgekleurde shirt aan bij een kleurarme Enescu, vandaag staat ze in het zwart maar is haar muziek een stuk kleurrijker. Toeval? De klank is mooi verzorgd, misschien wel tè mooi. Ook haar zou ik meer durf toewensen. Zelfs in de opwindende versnelling aan het eind van het 2e deel laat ze zich niet helemaal gaan.

Wie van deze 8 spelen zondag in de finale? De keus van de jury is voor mij geen verrassing: Martin, Billy en Take.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version:

We are seated in the Haitinkzaal of the CvA for the 2nd round of the National Viola Competition. There is a buzz of excitement among the fans of the eight selected semifinalists.

Evgeniya Peschanskaya plays the C minor sonata by Röntgen. This is one of my favourite viola sonatas. The first movement is full of temperament. The second movement has this beautiful melancholic atmosphere typical of Röntgen. And then a wonderful recitativo in C major appears, blossoming love! Unfortunately her left hand falters in the final and decisive climb to the high note, a pity! The weird bitonal scherzo works fine, and the fourth movement sees the return of the passion from the first movement. I had hoped for a bit more sound production around the various climaxes in this piece.

Next she plays the solo sonata op. 31.4 by Hindemith, with a first movement that for a large part consists of double-stop arpeggios with resonances on the open A- and D-strings. This is a big athletic feat for the left hand, but she is struggling a bit with the intonation, and as a result the intended resonances are sometimes not heard. She bravely fights her way to the finish.

The next candidate is Hessel Moeselaar, he plays the Penderecki Cadenza with alternations of outward energy and silent introspection. Here and there there are some rough spots in the sound, but his concentration is intense. He is jerked awake by the enthousiastic applause. The Badings sonata is very beautiful and yet not often heard. The first movement has a triumphant opening theme. After this introductory section however, Hessel seems a bit unsure of his direction. At the recapitulation of the main theme, he recovers. He takes the feeling of relief with him into the more lyric opening of the 2nd movement, which is very pleasing. There is a scherzo-like section that brings us to a tempestuous closure of the sonata, with a landscape reminiscent of the first movement. Well played!

Martin Moriarty plays the 1st cello suite by Britten. This transcription by Nobuko Imai offers interesting new repertoire for violists. His performance is also very enjoyable. The last movement “Moto Perpetuo e Canto Quarto” particularly triggers my interest. The subsequent Bax viola sonata has a very beautiful opening theme, an English folk song. In my view, Martin could have achieved more variety of tone production here. In the technical sense there is not much to complain about, he has got the stuff well sorted out. The second movement has a very catchy and energetic dancing theme, which floats on top of an ominous “Jaws”-like ostinato in the piano. I also need to mention the body language of this man. He regularly stands like a compressed spring, and he does not shy away from dramatic movements. It looks emotionally authentic to me, but now and then it undeniably affect his playing, in a negative sense. But this is by all means a fascinating player!

Lara Albesano starts with the 1st Martinu sonata. She has a very beautiful sound and a calm appearance on stage. Also in the second movement, where musical fireworks take place, she keeps her head cool. Her playing is carefully curated, but I do miss a bit of Rumanian temper – which is now supplied mostly by the Dutch guy at the piano (Daniël Kramer), who by the way has his hands full with this piece. And then, Hindemith’s beautiful opus 25.1 (solo sonata). Her phrasing in the 1st movement misses a number of nice musical opportunities, in my view. Her rendition of the calm 3rd movement hits the right mood. And she goes on to play the infamous 4th movement (with the subtitle “Tonschönheid ist Nebensache”) at a ferocious speed, which gets the adrenaline flowing for sure. The soothing last movement (with echoes of pain) is performed very beautifully.

After a short lunch break we are ready for Lotus de Vries: she, too, plays Martinu. Her rendition is quite a bit less perfect than Lara’s, but is on the other hand more musically interesting. Her chose solo piece is the 1st Reger suite. At this point I am forced to consider a difficulty for the jury in this round: How do you compare such a Reger with the Hindemiths, the Penderecki and the Britten solo pieces? This is a very different music. I feel much less depth in this composition, it seems more like an etude that got out of hand. Don’t get me wrong, she plays it very well.

William “Billy” Murray plays exactly the same programme as Lara before, but in the opposite order, starting with Hindemith op. 25.1. He has clearly played this piece by heart countless times already, because he’s not so preoccupied with what is actually written on paper. Especially his rhythmic reading is at times very free. Furthermore he completely trust his Amati that it will produce something beautiful regardless, and he is visibly jolted when this charm fails to work. His Hindemith is overall less perfect than Lara’s, and also less virtuosic (a slower pace in the 4th movement), but it is never dull. He enjoys the sounds and the space he’s in, and produces a deeply personal interpretation. Subsequently he plays the Martinu. This, too, is far from technically perfect, but it is very enjoyable due to the sheer pleasure with which this man is playing. He knows very well what the music is all about. He modestly takes two steps back when there’s a solo for the pianist, all the while however silently mouthing the piano’s musical words. And he is one hundred percent present in the music, until the very last note.

The next candidate is Take Konoye. He starts with the Reger solo suite no.1. I was implying just then that this piece doesn’t interest me so much. But he manages to make it interesting, spotting and using opportunities to create extra profiles with sound and phrasings. And he has an almost perfect intonation and bow control. A masterpiece! He follows up with the Bax sonata, very musical and technically robust. I really have only one want: I would like to see him play with more abandon, daring to take some risks in search of an even bigger sound and even more passion in his playing. Just because he obviously already masters so much. But I fully realize that this is a lot to ask in a competition, with a spot in the final round at stake.

The last turn in this semifinal goes to Hannah Shaw, with the Ligeti sonata (two movements). Finally, here she generates a lot of sound in the Hora Lunga! At a certain point the music ascends to the very highest pitches where left-hand fingers are probing their way in resolutions of micrometers to find the right natural flageolets. Well done! In the 2nd movement (“Loop“) we hear all sorts of dissonant chords, it gets quite chaotic. I’m not very familiar with this piece so I will reserve my judgement for another time. She continues with the Bax sonata. Yesterday she played a blandish Enescu in a very brightly coloured shirt, but today she plays a colourful Bax, dressed in black. Can it be a coincidence? Her sound is very clean and pure, perhaps too pure. For her, too, I would wish a bit more “guts”. Even in the exciting acceleration at the close of the 2nd movement, she doesn’t let herself go entirely.

Which of these 8 will play in the final on Sunday? The jury’s choice is not a big surprise for me: Martin, Billy and Take.


AVF 2017, Dag 2: Oene en Docentenconcert

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

Na een lange dag altvioolconcours 044laten we ons verwennen met een bijzonder concert in de Sweelinckzaal.

Het Altvioolconcert van Oene van Geel staat op het programma, uitgevoerd door een conservatoriumensemble met de componist zelf op cajon en Annemarie Hensens als soliste. Een levendige compositie, die begint met een cello “drone” en een soort glissando-slalom op de altviool. Dat wordt gaandeweg aangevuld met slagwerk en houtblazers. Op een gegeven moment ontstaat een leuke duo-improvisatie tussen de soliste en de klarinet. 045Via diverse rytmische en gesyncopeerde secties en weidse klanklandschappen komt het stuk tot een mooi einde.

Groot en terecht gejuich voor deze leuke compositie (en zijn componist!), maar vooral ook voor de geweldige soliste, met een plastische speelstijl en heel veel klanken in haar register. Bovendien heb ik nog nooit iemand zo leuk zien blozen bij een applaus. Tot in de puntjes altviolistisch.

Na de pauze zijn de docenten van het Conservatorium aan de beurt. Richard Wolfe en Marjolein Dispa beginnen met een bewerking van een aantal Bach-inventionen voor twee altviolen. Heel mooi gedaan.

Daarna spelen Francien Schatborn samen met Marjolein Dispa en Daniël Kramer enkele liederen van Schumann bewerkt voor 2 altviolen en piano. Nu is de duitse liederentraditie niet echt mijn “cup of tea”, maar zo met twee alten vind ik het een stuk interessanter.

049Joel Hoffmann heeft een stuk voor altvioolkwartet geschreven met de mysterieuze titel “… the first time and the last”. Gelukkig is de componist zelf in de zaal om zijn intenties toe te kunnen lichten: Het is een vierstemmig motet van Orlando di Lasso, dat hij heeft gebruikt als basismaterial voor een studie in het grensgebied tussen geluid en stilte. Zo wordt het motet met verschillende frequenties opgehakt met rusten van variërende lengte. Mijn oren kunnen die rusten goed waarderen na 18 rendities van het Enescu concertstuk binnen 24 uur. Maar toch vind ik het stuk te lang duren hierdoor, zonder dat het me lukt om ook in emotionele zin wijzer te worden van die rusten.

Het Docentenkwartet (Schatborn, Dispa, Wolfe en Judith Wijzenbeek) zet nu het welbekende “Fantasy Quartet” van York Bowen op de lessenaar. Dit is een van mijn 051favoriete altvioolkwartetstukken (en dat is niet zo grappig als het klinkt!), en ze maken er iets moois van.

In het laatste nummer van de avond neemt Nobuko Imai plaats in het kwartet voor een bewerkte klavecimbelsonate van Scarlatti. Dit wordt een levendig dansje, waardoor iedereen met een glimlach huiswaarts kon keren.


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version:

After a long day of viola competition, we are treated to a very special concert in the  Sweelinckzaal.

The Viola Concerto of Oene van Geel is played by a Conservatory ensemble with the composer himself playing the cajon, and with Annemarie Hensens as a soloist. It is a very lively composition, beginning with a cello “drone” and a “glissando slalom” on the viola. As we go along, percussion and woodwind instruments join in. At a certain point, a duo-improv section is played by the viola and the clarinet. The piece is wrapped up with various very rhythmical and syncopated sections and grand soundscapes.

There is abundant and well-deserved applause for this interesting composition (and its composer), but especially for the excellent soloist with a very nimble playing style and many different sounds in her palette. I have also never before seen blush so intensely during an applause. Very “violistic”!

After the break, it is the Conservatory teachers’ turn. Richard Wolfe and Marjolein Dispa start out with a transcription of a number of Bach Inventions for two violas (originally for keyboard). Very nicely done!

Next, Francien Schatborn and Marjolein Dispa join Daniël Kramer for some Schumann songs arranged for two violas and piano. Now the German Lieder tradition was never my cup of tea, but in this version with two violas, I find it strangely attractive 🙂

Joel Hoffmann wrote a piece for viola quartet, with the mysterious title “…. the first time and the last”. Fortunately the composer himself is present this evening to explain  soe of his ideas to us. It is a four-part motet by Orlando di Lasso, which he has used as material for a study of the border between sound and silence. The motet is partitioned into fragments that are played with various lengths of rests in-between. My ears can certainly appreciate those rests, after 18 renditions of the Enescu Concert piece in the past 24 hours. And yet, the rests push this piece over the “too long” limit for me, even though I still don’t feel emotionally enriched by those rests.

The quartet (consisting of Conservatory teachers Schatborn, Dispa, Wolfe and Judith Wijzenbeek) now put the “Fantasy Quartet” by York Bowen on their music stands. This is one of my favourite viola quartets (and that is not as funny as it sounds!), and they give a nice rendition.

In the last piece of the evening, Nobuko Imai assumes a role in the quartet for a transcribed keyboard sonata by Scarlatti. This becomes a very lively dance, so that everybody returns home with a smile on his face.


AVF 2017, Dag 2: Hard werken

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

001

Jury vlnr: Jürgen Kussmaul, Hannah Strijbos, Eric vd Wel, Roland Kieft

Wij zijn vroeg aanwezig, om geen ene noot van Dag 2 van de 1e Ronde te hoeven missen. De jury heeft er ook duidelijk zin in.

Masterstudente Lara Albasano bijt de spits af met een hele schone Mozart (G). De “Skip Count” van Oene van Geel is technisch zeer goed, en lijkt toch behoorlijk relaxed! De Enescu was eveneens steengoed, haar spel is heel volwassen. Als ik heel picky zou moeten zijn, heel af en toe haperde het samenspel met Daniël Kramer… ietsje. Maar hier is een statement gemaakt, het zal voor menigeen dringen worden om de volgende ronde te bereiken van dit concours.

Kellen en Danielle

Kellen en Danielle

Kellen McDaniel komt uit Californië, maar studeert bij Zemtsov in Den Haag. Hij opent met Mozart in G, samen met Danielle Daoukayeva op viool, met wie hij al jaren in het Babylon kwartet samenspeelt, en dat is goed te horen. Ondanks enkele foutjes is het een charmante vertolking. Enescu met Gerard Boeters wordt iets meer “op zeker” gespeeld. En dan, voorafgegaan met een “one, two, one-two-three-four” – zijn Skip Count is met stip de meest catchy versie tot nu toe, met meedeinende bassist, alerte timing en swingende energie. De bassist helpt ook mee in “Gesualdo” met enkele diepe ondertonen. De vrije improvisatie is goed aan Kellen besteed. Interessante beurt!

Kardelen Buruk

Kardelen Buruk

De uit Turkije afkomstige Kardelen Buruk begint met Enescu. Een beetje tam in de inleiding, maar gaandeweg komt ze in een goede flow. Haar Mozart gaat ook goed. In Skip Count raakt ze de bassist even kwijt, maar ze herpakt zich en maakt het stuk toch nog met veel bravoure af. In Gesualdo veel flageoletten in de improv, fraai afgerond met een paar sappige Bartok-pizzicato’s.

En dan komt met Lotus de Vries en verrassing: Eindelijk iemand die het “andere” Mozart duo in Bes groot (KV424) speelt. Het is technisch voor met name de viool wat pittiger. Maar de toonsoort is wel heel goed geschikt voor een mooie altvioolstem, en bij Lotus komt die heel mooi uit de verf. In de improvisaties van “Gesualdo’s bovenkamer” komt er eerst een lieflijk volksliedje en daarna iets dat me doet denken aan een motief uit Shostakovich 10e symfonie, maar dan veel heftiger. Enescu is wat zwaar, maar ze komt er goed uit.

Esther Fernandez Olalla

Esther Fernandez Olalla

De volgende is Esther Fernandez Olalla, een studente van Karin Dolman in Rotterdam. Ze wordt begeleid door Roderigo Robles de Medina in het Concertstuk van Enescu, dat gaat prima! Ze heeft zeker voortgang gemaakt sinds de masterclass met Richard Wolfe vorige maand, waar ze ditzelfde stuk voorspeelde. “Skip Count” biedt een dramatische plot twist – Esther laat zich begeleiden door haar docent op altviool! Strict gesproken onreglementair, maar daarom ook best leuk. Het relatief gebrek aan een dwingende baspuls wordt wel deels goedgemaakt door zelfgemaakte swing. Not bad! De Mozart biedt een andersoortige personele première – want voor de eerste keer zien we een mannelijke violist op het podium, een secuur en muzikaal spelende Manuel Muñoz. Toch ontbrak in dit stuk muzikale spanning.

Vierdejaars KC-studente Sophie Vroegop komt nu op samen met Vera Werkman voor het Bes-groot duo van Mozart. Er wordt fijne samenklanken gemaakt, ondanks wat intonatiefoutjes is het wel mooi muzikaal. Enescu brengt ze goed

031

Sophie Vroegop

samen met Gerard Boeters, ze maakt goede dynamische spanningsbogen. Bij het stuk van Oene van Geel weer iets nieuws een live basgitarist! Dat swingt lekker. In “Gesualdo” weer een nieuwe vondst: improvisatie in gitaarmodus, altviool onder de arm.

Komt de volgende: William Murray. Mozart in Bes met Cordelia Paw is een waar feestje, om echt blij van te worden. In “Gesualdo’s bovenkamer” gaat hij hardop zingen, samen met zijn altviool wordt het een heus madrigaalkoor, geweldig! Maar zijn Enescu is nog beter, hier kan hij de kracht van zijn mooie diepe Amati altviool goed uitbuiten. Hij heeft een goede uitstraling op het podium, projecteert zelfvertrouwen en plezier in zijn werk. Hem zullen we ongetwijfeld in de volgende ronde terugzien.

Takehiro (“Take”) Konoye is de jongste deelnemer van het concours, maar zeker niet de geringste. Hij begint met Van Geel, een erg goede en virtuoze Skip Count. In Gesualdo laat hij zien dat hij ook heel goed overweg kan met klank. In het G-duo van Mozart speelt hij tot mijn verrassing niet samen met zijn tweelingzusje, waarmee hij al sinds jaren een prijsbeloonde viool/altviool duo vormt. Maar zijn samenspel met violist Shin Sihan mag er ook wezen. En hij sluit af met een zeer beheerste Enescu.

Hannah Shaw komt uit de categorie “allang afgestudeerden”, en heeft derhalve een behoorlijk volwassen vriendenkring. Als partner in het Bes-duo van Mozart heeft ze niemand minder dan Ben Gilmore bij zich, Oskar Back winnar van 2013. De stukken van Oene van Geel kan ze makkelijk mee uit de voeten, hoewel de improvisaties in “Gesualdo” niet de origineelste van allemaal zijn. Ze sluit af met Enescu samen met Daniël Kramer, een puike uitvoering, zij het misschien een beetje voorzichtig, in relatie tot haar ervaring.

We naderen het einde van de 1e ronde, nog maar 3 kandidaten te gaan. Het concertstuk

Michiel Wittink

Michiel Wittink en Margot Kolodziej

van Enescu hebben we inmiddels 15 keer gehoord. Michiel Wittink komt met uitvoering nummer 16, en niet onverdienstelijk. Sommige plekken vallen ten prooi aan stress-gerelateerd haastgevoel, maar hij rondt af met een elegante “telemark landing” (om maar een term uit de schansspringsport te lenen), en oogst daarmee verdiend applaus. De “Skip Count” is virtuoos gedaan, hij zit even wat achterop de beat, maar herstelt zich op tijd. In mijn oor een beetje jiddische invloed (a la Ernst Bloch) op de harmonieën in zijn Gesualdo-improvisaties. En hij sluit af met een opgetogen Mozart in G (samen met Margot Klodziej).

Joosep Ahun

Joosep Ahun

Hierna komt Joosep Ahun, masterstudent uit Den Haag. Zijn Van Geel heeft een eenvoudige maar eigenzinnige improvisatie die een zware wissel trekt op zijn bas-stembanden. Mozart in G samen met Eva de Vries is netjes, maar een beetje kleurloos als je mag vergelijken met de beste uitvoeringen tot nu toe. Gerard Boeters begeleidt alweer voor de 4e keer vandaag in Enescu. Zeker niet slecht, maar hoe goed? Die vraag begint nu steeds heftiger op te spelen in de hoofden van menig kandidaat.

Olga Kowalczyk

Olga Kowalczyk

De allerlaatste: Olga Kowalczyk opent met Mozart in G, zij wèl samen met haar zus, Maria. Nadeel voor haar is dat ik na een hele dag altvioolconcours niet meer weet of ik mijn oren goed kan vertrouwen. Maar volgens mij is er niet veel mis met deze Mozart. Na een “Skip Count” op volle toeren streelt de klankvorming in “Gesualdo” mijn vermoeide oren, en ook hier komt een zangstem in het spel. In het afsluitende Concertstuk melden mijn oren een paar ruwe plekken, maar zoals gezegd, die vertrouw ik nu al niet meer. Het is even doorbijten, maar ik geloof het maar al te graag als ik een prachtig opbouw naar het slotgedeelte hoor. Voilà! (of moet dat zijn: VIOLA!?): het is afgelopen.

Nu is de taak aan de jury. Er zijn in mijn boekje heel veel kanshebbers voor de 2e ronde. Ben benieuwd!

Drie kwartier later komt de uitslag – de volgende zijn door naar de 2e ronde:  Evgeniya Peschanskaya, Hessel Moeselaar, Martin Moriarty, Lara Albesano, Lotus de Vries, William Murray, Take Konoye en Hannah Shaw.

Succes allemaal, morgen (vrijdag) vanaf 11.30u in de Haitinkzaal!

O ja, nog even de volgende extra juryprijzen:
Beste Mozart: William Murray
Beste Van Geel: Take Konoye  (dat had m.i. wel Kellen McDaniel moeten zijn!)


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version:

We are up early today, in order not to miss a single note of the second day of this viola competition. The jury is clearly also eager to go.

Master student Lara Albesano kicks off the day with a very beautiful Mozart (in G major). The jazzy “Skip Count Sweet Miles” by Oene van Geel is technically very good, and performed with apparent ease! The Enescu was also very good, her playing is very mature. If I had to be very picky, a few times the sync with pianist Daniël Kramer is a tiny bit off. But she makes a clear statement here: There will be many competitors in the running for the 2nd round.

Kellen McDaniel hails from California, but currently studies with Zemtsov in The Hague. His opening statement is the Mozart duet in G, together with violinist Danielle Daoukayeva, with whom he has played for several years in the Babylon string quartet, and it shows. In spite of a few mistakes, it is a charming interpretation. The Enescu with Gerard Boeters is however played in ‘safe mode’. But then, preceded with a “one, two, one-two-three-four” – his “Skip Count” is easily the most catchy rendition so far, including a jumping bass player, alert timing and swinging energy.  The bass player also assists with some deeper undertones in the “Gesualdo” improv, which Kellen makes good use of. Interesting turn!

The Turkish student Kardelen Buruk starts off with Enescu. A bit timid in the introduction, but gradually she reaches a good state of flow. Her Mozart is also good. In the “Skip Count” she loses track of the bassist for a while, but recovers nicely in time to finish the piece with bravoura. In the Gesualdo her improv includes a lot of flageolet notes, and a few juicy Bartok-pizzicato’s.

And then Lotus de Vries offers us a nice surprise: Finally someone who has chose the “other” Mozart duo in B flat (KV424). It is technically more demanding, especially for the violinist. But the key is very suitable for a sounding viola voice, and Lotus really succeeds in making that happen. In the improvisations of “Gesualdo” we hear first a folk song and in the next part something that makes me think of a motif from the Shostakovich 10th Symphony, but then much more intense. Finally, her Enescu was a bit ‘heavy’ at times, but she came out all right in the end.

Next up is Esther Fernandez Olalla, a student of Karin Dolman in Rotterdam. She is accompanied by Roderigo Robles de Medina in the Enescu concert piece, and that goes very well! She has booked a lot of progress since the masterclass with Richard Wolfe in January. “Skip Count” offers a dramatic plot twist – Esther is accompanied by her teacher, on the viola! Strictly speaking against the competition rules, but that makes it all the more fun. The relative lack of a steady base pulse is compensated in part by self-induced swing. Not bad! The Mozart offers a different “first”, that of a male violinist, a quite steady Manuel Muñoz. But I missed musical “suspense” in this piece.

Fourth-year student Sophie Vroegop enters the stage with Vera Werkman for the B flat Mozart duo. Some nices harmonies are made together, and in spite of some intonation issues, there is enough musicality. She then moves on to Enescu (with Gerard Boeters), succeeding in making good dynamic arcs. In the piece of Oene van Geel she appears with a live bass guitarist! That swings nicely. In “Gesualdo” another new invention is brought up: Improvisation in guitar style, with the viola tucked under the arm.

Up next: William Murray. Mozart in B flat with Cordelia Paw is a musical feast! In “Gesualdo” he starts singing out loud, and in combination with his viola it suddenly becomes a madrigal choir, fantastic! But his true prowess shows in Enescu, where he can fully exploit the power of his sonorous, deep Amati viola. He has a good stage presence, projecting confidence and pleasure in his work. I’m sure we will see him in the next round.

Takehiro (“Take”) Konoye is the youngest contestant of them all, but far from the least capable. He starts out with Oene van Geel, with a very good and virtuosic “Skip Count”. In “Gesualdo” he demonstrates that he also knows what to do with tone coloring and sound production. In the Mozart G-major duo he plays – to my surprise – with Shin Sihan, rather than his own twin sister Mayu, with whom he has already won several prizes as a duo. But mr. Sihan certainly knows his Mozart, so no problem. Take closes out with a very well-controlled Enescu.

Hannah Shaw participates in the category of “postgraduates”, and as such she can tap into a very grown-up network fo musical friends. Hence, in the Mozart duo (B flat), she appears with Ben Gilmore, the 2013 Oskar Back competition winner. She also manages well with the pieces by Oene van Geel, although the improvisations in “Gesualdo” are not the most original ones. She finishes with Enescu, accompanied by Daniël Kramer, a fine performance, albeit perhaps a bit on the “risk-averse” side, in light of her already significant professional experience.

We are nearing the end of the 1st round, only 3 candidates left. We have now heard the Enescu piece 15 times. Michiel Wittink brings us number 16, and quite meritably so. Some spots fall victim to stress-induced hastening, but he closes out with an elegant “Telemark landing” (to borrow some ski-jumping terminology), and receives deserved applause for this feat. The “Skip Count” piece is done very virtuosically, for a short while he is slightly behind the beat, but recovers. His the Gesualdo-improvs have a Yiddish flavour, in an Ernst-Bloch-like sense. His “home stretch” is a jubilant Mozart in G, together with Margot Kolodziej.

After this comes Joosep Ahun, Master student from The Hague. His “Gesualdo” has a simple but wayward improvisation which makes a big demand on his bass vocal chords. Mozart duo in G with Eva de Vries is totally OK but a bit bland when compared to the best renditions so far. Gerard Boeters then accompanies the Enescu for the 4th time today. Joosep’s version is certainly not bad, but how good is it? This question looms in many a candidate’s mind right now.

The last candidate, Olga Kowalczyk, starts with Mozart duo in G. Unlike Take, she does play with her sister, Maria. A disadvantage for her is that I’m starting to distrust my ears after a whole day’s worth of viola competition. But as far as I can tell, there’s not much wrong with her Mozart. After a “Skip Count” at full speed, her tranquil sounds in the “Gesualdo” is soothing to my weary ears. She throws in some vocal cords for good measure. In the final rendition of the Concert piece my ears signal a few rough spots, but like I said, they’re not to be trusted anymore. Hanging on with my last bits of auditive concentration, I am so willing to believe that I just experienced a magnificent build-up towards the finale of this piece. Voilà! (or should that be VIOLA!?). It is finished.

Now the rest is up to the jury. In my book there are many people in the running for the 2nd round. I’m curious!

Three quarters of an hour later we have the verdict of the jury – the following people go on to the 2nd round:  Evgeniya Peschanskaya, Hessel Moeselaar, Martin Moriarty, Lara Albesano, Lotus de Vries, William Murray, Take Konoye and Hannah Shaw.

We wish you good luck tomorrow (Friday), starting at 11.30h in the Haitinkzaal!

Almost forgot, there were two extra jury prizes:
Best Mozart: William Murray
Best Van Geel: Take Konoye  (that should have been Kellen McDaniel, IMHO!)


AVF 2017, Dag 1: Kick-off

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

Francien Schatborn opent het 6e Amsterdam Viola Festival

Francien Schatborn opent het 6e Amsterdam Viola Festival

Het is zover, het 6e Amsterdam Viola Festival is van start gegaan. We worden welkom geheten door artistiek leider Francien Schatborn. Vanavond begint de eerste ronde van het Nationaal Altvioolconcours, waarbij de eerste zes (van in totaal 18) kandidaten hun kunsten zullen laten horen.

Het programma vanavond is vrij bijzonder, alle kandidaten spelen precies dezelfde stukken. Ze hadden mogen kiezen tussen twee Mozart-duos, maar iedereen heeft de uitbundige G-groot duo gekozen.

Verder staat het Concertstuk van Enescu en een opdrachtsstuk van Oene van Geel als verplichte werken op het programma.

De eerste kandidaat is de Argentijns-Italiaanse Carla Regio. De Mozart gaat haar goed af, zij speelt dit duo vanavond als enige uit het hoofd, samen met violiste Cordelia Paw. In het snelle jazzstuk “Skip Count Sweet Miles” (opdrachtsstuk van Oene van Geel)

025

Carla Regio in actie met “Skip Count Sweet Miles” van Oene van Geel

laat ze zich begeleiden door een contrabas (ipv het bandje met Mark Haanstra op basgitaar). Dit verhoogt wel de kamermuzikale gehalte van het optreden, maar kent ook risico’s. In dit geval wiebelt het tempo ietswat, en komt de swing er niet goed uit. In “Gesualdo’s bovenkamer” laat ze haar klank in de improv-stukken aanvullen met een electronica-loop, waarin haar stem ook meewerkt. Effectvol gedaan! Haar inspanningen worden beloond met luid gejuich van vele aanwezige fans.

Hierna komt de russische Evgeniya Peschanskaya, masterstudente in Den Haag. Zij speelt een krachtvolle Mozart en Enescu, en in “Gesualdo’s bovenkamer” zet ze een groots uitgewerkte cadenza neer. Veel energie, veel temperament.

José Nunes

José Nunes

José Nunes laat zien dat hij veel in huis heeft. Door de zenuwen sluipen er wat schoonheidsfouten in, maar die maakt hij snel weer goed door hele sublieme zaken te doen. De Mozart was heel aardig, en in het afsluitende “Gesualdo’s bovenkamer” zijn er heel veel mooie klanken, ook al is de improvisatie niet echt heel origineel. Veel respect voor dit optreden.

Na en verkorte koffiepauze is Hessel Moeselaar aan de beurt. Een oude bekende, die wederom niet teleurstelt. In het Mozart-duo heeft hij een ongekend spannende pianissimo-plek gemaakt. De Enescu is van hoge kwaliteit. In zijn poging om de onwennige riedels in “Skip Count Sweet Miles” te bezweren, komt het een beetje flegmatiek over. In “Gesualdo’s bovenkamer” zit een improvisatie die nogal neoklassiek overkomt, daarin zijn we nogal ver afgedwaald van de grillige harmonieën van “modernist-ver-voor-zijn-tijd-uit” Gesualdo. .

De volgende kandidate is Ursula Skaug. Before you ask, ja, dat is mijn dochter, dus ik kan er niet zo objectief over schrijven. Zowel Mozart (met Vera Werkman, viool) en Enescu (met Gerard Boeters op piano) zitten goed in elkaar. In de improv van “Gesualdo’s bovenkamer” voegt ze een vleugje boventoonszang toe. Best cool.

032a

Martin Moriarty in het Mozart-duo

Als laatste kandidaat van de avond verschijnt Martin Moriarty. Hij is als altvioolspeler enorm gegroeid in Amsterdam. Wat hij laat horen is in zijn totaliteit zonder meer de beste prestatie van deze avond. Vooral zijn Enescu maakt indruk, hij neemt tijd en ruimte om het stuk meer persoonlijkheid te geven. Zelfverzekerd veegt hij de vloer aan met alle technische obstakels. Bravo.

Morgen volgen nog 12 kandidaten.

Ben blij dat ik niet in de jury zit.


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version:

Finally, the 6th Amsterdam Viola Festival has started. Artistic leader Francien Schatborn welcomes the audience. Tonight, the first round of the National Viola Competition starts, whereby the first six (of in total 18) candidates will perform.

The programme this evening is quite special, all candidates will play exactly the same pieces. They did have the choice between two different Mozart duets, but everyone chose the same exuberant G major duet. The (in)famous “Concert piece” by Enescu and a commissioned piece by Oene van Geel are also mandatory works in this round.

The first candidate is the Argentinian-Italian Carla Regio. Mozart suits her nicely, she plays this duet by heart, together with violinist Cordelia Paw. In the fast jazzy piece “Skip Count Sweet Miles”, she has brought in a double-bass player for accompaniment (instead of the tape with bass guitar played by Mark Haanstra). This heightens the chamber-music feel of the performance, but it also brings some risks. In this case the tempo is unstable, and the ‘swing’ doesn’t quite work out. In the piece “Gesualdo’s top floor”, she uses electronic sampling loops to enrich the sound, including some contributions from her own voice. Quite a nice effect! Her efforts are rewarded with loud cheers from her loyal fans.

The next candidate is the russian Evgeniya Peschanskaya, currently a master student in The Hague. Her Mozart and Enescu are forecully delivered, and the “Gesualdo’s top floor” includes a quite expansive cadenza. Lots of energy and temperament.

José Nunes demonstrates that he has quite a lot to offer. Here and there the nervousness leads to some errors, but he quickly amends for those with sublime playing. His Mozart is very good, and in the closing piece “Gesualdo’s top floor”, there are many beautiful sounds to be heard, even though the improv isn’t too original. Overall though, my respect for this performance.

After an abridged coffee break, it is Hessel Moeselaar‘s turn. An old acquaintance, who once again does not disappoint us. In the Mozart duet, he makes an unbelievably soft pianissimo. And he plays a high-quality Enescu. In an attempt to conquer the unwieldy runs in “Skip Count Sweet Miles” with an appropriate measure of jazzy laid-backness, the result becomes a bit too phlegmatic, however. In the “Gesualdo’s top floor” he builds an elaborate improvisation that sounds oddly neoclassical, in other words it strays quite far from the quirky harmonies of “modernist-far-before-his-time” Gesualdo.

Ursula Skaug is the next one up. Before you ask, yes, she is my daughter – so I can hardly write objectively about her. Both her Mozart (with Vera Werkman, violin) and Enescu (with Gerard Boeters, piano) are well done. During the improv in “Gesualdo’s top floor'”, she throws a waft of overtone singing into the mix, quite cool.

The last candidate for tonight is Martin Moriarty. He has grown enormously as a a violist during his years in Amsterdam. His overall performance is hands-down the best achievement of this evening. Especially his Enescu is impressive, he takes the time and space to give the piece more personality. He confidently deals with all technical challenges in this piece. Bravo.

Tomorrow, the 1st Round continues with 12 more candidates.

I’m glad that I’m not in the jury.

 


Verslag Masterclass Richard Wolfe

Utrecht, 14 januari 201720170114_021

Deze workshop “Ter voorbereiding van het Nationaal Altvioolconcours 2017” werd door de doelgroep aanvankelijk wat afwachtend bekeken: Welke van de 20 concours-deelnemers zouden het lef hebben (“just watch this!“) om hun spel in een openbare masterclass te laten bekritiseren door conservatoriumdocent en NedPhO-aanvoerder Richard Wolfe?

Uiteindelijk heeft de leergierigheid het gewonnen van de verlegenheid: Wie niet waagt, die niet wint! De vijf moedigen waren:

  • Esther Fernandez Olalla (Codarts),
  • Raquel Sanchez Gonzalez (Codarts, hors concours),
  • Kardelen Buruk (KonCon),
  • Martin Moriarty (CvA)
  • William Murray (CvA). .

Helaas was de pianist ziek, dus het moest allemaal zonder begeleiding, maar dat mocht de pret niet drukken.

Het “Konzertstück” van Enescu is één van de drie verplichte werken in de eerste ronde van het concours. De overige twee verplichte werken zijn: Een Mozart-duet viool/altviool en een opdrachtscompositie van Oene van Geel, die pas vorig week is uitgegeven.

Vandaar dat bijna alle deelnemers ervoor hadden gekozen om aan het stuk van Enescu te werken in de masterclass. Dit is een echte “Pièce de concours“, geschreven voor de eindexamens bij het conservatorium in Parijs (vorig jaar heeft de DVS over deze categorie stukken een aparte workshop gegeven). Het bevat een groot aantal technische uitdagingen, die allemaal binnen 10 minuutjes de revu passeren: Arpeggio’s, chromatische toonladders, van laag tot heel hoog, akelige dubbelgrepen, noem maar op.

Sommigen maken grote indruk met zeer precies en virtuoos linkerhandwerk, maar hebben dan weer moeite met stokindeling, adem en frasering. Anderen zijn onzeker mbt de intonatie op dubbelgrepen. Sommigen hebben moeite om genoeg klank te produceren in de uitbundige passages, anderen vinden juist een uitdaging in het maken van een voldoende subtiele pianissimo. Een terugkerend gespreksonderwerp van de docent is het verbinden van noten en frasen en de rol van streek en vibrato hierbij.

Ondanks dat ik me had voorgenomen om geen individuele prestaties met naam te noemen, wil ik toch twee uitzonderingen maken:

Ten eerste Raquel Sanchez Gonzalez (Codarts), die geen concoursdeelnemer is, maar heeft laten horen dat ze met haar Walton-concert goed bezig is.

Ten tweede William Murray, die niet alleen in bezit is van een erg mooie Amati altviool, maar tevens een verpletterende Hindemith op.25/1 in huis blijkt te hebben.

De deelnemers (en toehoorders) hebben veel inspiratie opgedaan bij deze uitgebreide masterclass-dag, wat dat betreft is het Nationaal Altvioolconcours, dat over een maand begint, opeens heel veel dichterbij gekomen. Veel dank aan Richard Wolfe! En wij wensen iedereen heel veel succes met de laatste weken van concoursvoorbereidingen!

Kristofer G. Skaug

20170114_029 20170114_037

20170114_04520170114_053

 

 

 

 

 

 

20170114_054

 


Recensie Altvioolconcert MacMillan

Nederlandse première altvioolconcert van MacMillan
door het Radio Filharmonisch Orkest met solist: Lawrence Power
Tivoli Vredenburg 2 December 2016

door Sofie Booy

Ik ben Sofie Booy, 17 jaar, speel 6 jaar viool en afgelopen week was mijn eerste week dat ik begon met lessen altviool bij Karin Dolman. Deze week mocht ik een dag meelopen, les, workshop op Codarts en als afsluiting dit mooie concert met een Nederlandse première van een altvioolconcert. Dat komt natuurlijk niet zo vaak voor.

Ik was heel benieuwd naar het stuk, ik had van tevoren het proberen te luisteren, maar kon het nergens vinden, dus was het echt een verrassing wat er zou gaan komen.

Voorafgaand aan het concert was er een toelichting, waarbij de presentator Lawrence Power had gevraagd of hij even wat vragen wilde beantwoorden en om zijn alt mee te nemen om er wat stukjes op te spelen die we gingen horen. Dat laatste wilde hij niet, maar vragen beantwoorden vond hij wel goed.

Wij kregen een stukje van het 1e deel van het concert te horen. Hij reageerde daarop dat hij het eigenlijk jammer vond dat het al een beetje verklapt was, wat er zou gaan komen. De presentator zei dat het haar ervaring was dat mensen het fijn vinden om een stukje te horen zodat ze het herkennen in het concert, vooral als het nieuw is. Dat vond ik dus ook.

20161202_lawrence_power_en_sofie_booy

Lawrence Power met Sofie Booy

Na het interview begon het concert, dat ook op NPO Radio 4 werd uitgezonden. Het concert kreeg de titel: ‘melancholie en uitbundigheid’ dat vind ik wel 2 erg goed gekozen woorden om het altvioolconcert te omschrijven. Het was een best modern stuk, de componist leeft nog. Toch was het goed te volgen, er waren soms erg grote contrasten tussen orkest en solo alt, het hadden zo 2 verschillende stukken kunnen zijn, maar paste toch wel bij elkaar. Door de harmonische klanken van het orkest was het niet al te gek 😉

Soms schrok ik van wat er ging gebeuren, het was overweldigend. Omdat je natuurlijk niet echt heel goed kan verwachten wat er komen gaat.

In het tweede deel had de alt allemaal flageoletten en het orkest zachte akkoorden, het klonk alsof het onderwater was, en de alt een soort walvis geluiden maakte (op de meest positieve manier) dat fragment lieten ze namelijk ook bij de toelichting horen. Iemand anders in het publiek vond het klinken als ‘straatgeluiden’, het is dus bij iedereen verschillend.

Er werd ook veel gebruik gemaakt van de eerste twee alten, de eerste twee cello’s en de solist, die een soort vraag en antwoord spel speelden. Dat was erg bijzonder en leuk gedaan.

Lawrence Power liet zich echt gaan met de muziek, zijn gezicht was erg ontspannen waardoor zijn wangen meebewogen met hoe hij speelde. Hij had een erg mooie klank die goed aansloot bij het orkest.

Hij heeft ontzettend lange pinken waardoor het  (leek) alsof hij erg makkelijk kon spelen. In het begin vertelde hij ook dat toen hij het stuk te zien kreeg, hij het meteen kon spelen.

Het vooroordeel wat vaak veel mensen hebben over moderne muziek (en ik meestal ook maar nu steeds minder), is dat het ontoegankelijk is, maar dat was in dit geval helemaal niet zo. Dus gewoon proberen en ontdekken!


“Mooi, maar ‘t kan beter…” (verslag Masterclass Tabea Zimmermann)

recensie/verslag door Adriaan van ‘t Wout

Op weg naar TivoliVredenburg te Utrecht, waar zaterdagochtend 21 maart 2015 de wereldwijd gevierde Tabea Zimmermann een Masterclass zou geven, stuitte ik op tieners die zich verdrongen voor de ingang. Een goed teken, dacht ik aanvankelijk, maar ze stonden in de rij om kaartjes te bemachtigen voor de populaire popgroep ‘Tokio Hotel’. De belangstelling voor de masterclass was aanzienlijk geringer; slechts een 30-tal altvioolvrienden en -vriendinnen had de moeite genomen om zich naar ‘Cloud Nine’ te begeven. Darija Kozlitina (Rotterdams Phil), Frank Brakkee (Radio Fil) en Roald van Os (DVS) hadden uit 16 aanmeldingen 4 jonge talenten geselecteerd die de confrontatie met de Master mochten aangaan.

20150321_MC_016Elisa Karen Tavenier oogste complimenten over deel 1 uit het Konzert in D, Opus 1 van Karl Stamitz. “Mooi, maar … (gevolgd door het onvermijdelijke) … ’t kan beter. Je speelt nog te veel met de linkerhand van een violiste. De altviool lijkt wel op een viool, maar moet toch anders bespeeld worden”. Tabea onderstreepte dit met een reeks rek- en strekoefeningen voor de linkerhand en het advies toonladders over 3 octaven te studeren met opschuivende posities en speciale aandacht voor de zwakste schakel: de pink. Tenslotte nog: “Kantel de alt, wees flexibel, maak verschil in houding bij het spelen op de C-snaar en de A-snaar.”

20150321_MC_033Hessel Moeselaars interpretatie van de Sonate Opus 147 van Sjostakovitsj riep bij Tabea vragen op: “Wat voel je bij het spelen van dit stuk?” Moeilijke vraag, die de kern aansneed van de sfeer achter de noten. Haar advies: “Maak grotere verschillen tussen pp en ff, zing een paar passages als je studeert en probeer jouw gevoel dan over te brengen op het publiek. Studeer langzaam en werk meer aan de expressiviteit”.

20150321_MC_065Vervolgens imponeerde Iteke Wijbenga haar toehoorders met het 1e deel uit het altvioolconcert, dat Béla Bartók onvoltooid had achtergelaten. “Als je dit werk gaat spelen, moet je eerst uitzoeken wat van Bartók is en wat Serly daaraan heeft toegevoegd. Er staan bv. onlogische tempo aanwijzingen in. Luister naar de muzikale taal van Bartók en maak dan jouw eigen concept”, sprak de Master eerst, gevolgd door: “Mooi, maar … Was je nerveus?”. Iteke knikte. “Dat hoort er bij, accepteer dat je nerveus bent en bestrijd het niet, want dan wordt het gevoel alleen maar erger”. Vanuit de streektechniek werd daarna intensief gewerkt aan meer klankvolume en de opbouw van de dynamiek naar hoogtepunten. “Vertel het verhaal en maak het spannend”.

20150321_MC_118Lisa Eggen sloot de rij overtuigend af met een deel uit de Sonate Opus 11 nr. 4 van Paul Hindemith. Maar desondanks besteedde Tabea veel aandacht aan de stoktechniek. “Gebruik je rechterhand bewust, niet alleen om meer toon, maar vooral om een ‘kernachtiger’ geluid te produceren. Maak een groter verschil in de dynamiek, varieer het tempo van het thema en stel je vingerzetting altijd in dienst van de uitdrukking”, waren kort gevat haar aanwijzingen.

Na afloop van de Masterclass probeerde ik Tabea Zimmermann te strikken voor een interview, maar wegens tijdgebrek kon dit zo niet plaatsvinden. “Stuur mij uw vragen per email en ik zal ze beantwoorden”, beloofde ze. Kort voor de paasdagen vielen ze in mijn mailbox.

Mijn vraag, of (in het algemeen gezien) expressiviteit in het spel van een student beïnvloed wordt door de leeftijd, kon en wou ze niet rechtstreeks beantwoorden.

”Ich möchte die vier jungen Menschen nach einem einmaligen Unterricht vor Publikum nicht beurteilen. Die Ausbildung ist langwierig und komplex und je nach Möglichkeiten zu gestalten. Ich kann weder Lehrer noch Studenten ‘einordnen‘, kann bei einer Masterclass nur eine Momentaufnahme mitnehmen und auch nur einen kurzen Einblick in meine Arbeit geben.“

Op de vraag, naar de reden waarom zij zoveel aandacht besteedde aan toonvorming, ging zij dieper in:

“Ich sehe die Tonproduktion als einen sehr komplexen Vorgang der aus sehr vielen einzelnen Faktoren zusammen wachsen muss. Mir geht es hauptsächlich um die Relation der Elemente. Das heißt, daß der Bogendruck im Verhältnis stehen sollte zum Gegendruck der linken Körperhälfte, des Daumens, des Arms, der Finger, der Saite etc. Der eine Student konzentriert sich zu sehr auf links, der andere zu sehr auf rechts. Man muss sehr viele verschiedene Techniken erlernen und ausprobieren, ehe man seinen eigenen ‘schönen‘ Ton gefunden hat. Und sobald man etwas gefunden hat, sollte man gleich noch einige Varianten dazu erlernen.“

Zouden instrumentalisten vaker lyrische passages eerst moeten zingen en dan pas spelen?

“Ja, unbedingt erst singen!! Die innere Vorstellungskraft wird trainiert und die Hände können dann den Ton viel besser entstehen lassen. Rhythmus, Melodie, Harmonie, Ausdruck etc. sind alles Teilbereiche, die bis ins Unendliche wachsen können. Da gibt es kein ‘fertig‘. Es kann so herrlich sein, gemeinsam mit der Musik zu wachsen und nach einigen Jahren den Blick auf ein Werk noch einmal komplett zu ändern.

Ich wünsche allen Lesern Geduld und Experimentierfreude.J “

Wie bovenstaande tips ter harte neemt, beseft wat er schuilt achter de woorden: „Mooi, maar …. ‘t kan beter”. En degene, die ook uitvoeringen kon bijwonen van Hindemiths ‘Der Schwanendreher’ in Utrecht en Amsterdam door Tabea Zimmermann met het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Markus Stenz, heeft ervaren wat op een altviool allemaal mogelijk is. Het waren drie leerzame dagen.

Adriaan van ’t Wout.


Verslag/Recensie Britten Altvioolconcours 2015

Redactionele opmerking: Recensies worden op persoonlijke titel gepubliceerd, en vertegenwoordigen derhalve geen officiëel standpunt van de DVS.

Het Britten Altvioolconcours vond afgelopen weekend voor de 2e keer plaats. Veertien jonge altviolisten uit het hele land waren voor dit unieke concours naar Zwolle afgereisd, want nergens anders (in Nederland) wordt er nog een wedstrijd georganiseerd speciaal voor altviolisten die nog geen conservatorium doen.

Er werd gestreden in twee categorieen, 10-13 jaar en 14-18 jaar. De eerste categorie was veruit de kleinste, want veel altivolisten zijn op die leeftijd nog maar net overgestapt. Dan moet je aardig wat lef hebben (of eerder zijn begonnen dan de meesten) om toch nog dit podium te durven betreden.

20150308_BC_strip_1

Jongste categorie vlnr Jonas, Steffie en Sunniva

Net als twee jaar geleden waren drie jonge talenten bereid gevonden om deze stap te wagen. Het verplichte stuk was niet al te pittig, het 2e deel (Allegro) uit het bekende altvioolconcert van Telemann. Steffie de Konink (13) won met een hoge gehalte van muzikaliteit en techniek verdiend, overigens op herhaling van 2013. Sunniva Skaug (11) kreeg een aanmoedigingsprijs voor haar Vocalise van Messiaen. De derde kandidaaat Jonas Meenderink (13) viel ook op met zijn bravoure en levendige spel.

In de oudste categorie waren er veel meer deelnemers. Het verplichte stuk was de Pavane van de nederlandse componist Arne Werkman, die zelf ook aanwezig was. Dit stuk is oorspronkelijk geschreven als concoursrepertoire voor Dana Zemtsov, en werd ook bij de vorige editie van dit concours ingezet als keuzestuk door prijswinnares Ursula Skaug. Afgelopen weekend mochten we het stuk tien keer horen, maar je wordt er niet moe van, het is heel slijtvast. De kandidaten met de ruimste muzikale verbeelding konden zich hier vooral mee onderscheiden.

20150308_BC_strip_2

Enkele deelnemers uit categorie 2, vlnr: Lotte, Andrea, Jeltje

De winnares is Anuschka Pedano (14) geworden, de jongste van allemaal. Naast de Pavane speelde ze een opzwepende Georgische volksdans met de titel Chorumi van de componist Tsintsadze. Het publiek zat in de 5/8 maat mee te deinen, het was een leuke opleving tussen vele smeltromantische versies van de Sonatine van Andriessen en de Romance van Bruch.

20150308_BC_037_Groepsfoto_flat

Groepsfoto van alle deelnemers en de Jury van het Britten Altvioolconcours 2015. 1e prijswinnaar van categorie 2, Anuschka Pedano 6e van links.

Andrea Passalacqua (15) pakte een verdiende 2e prijs met zijn mooi verzorgde spel, en mag met het Britten Jeugd Strijkorkest soleren. Deze eer valt ook Jeltje Quirijnen (15) ten deel, dankzij haar betoverende fluwelen klank. Judith Peters (17) bewees met haar zeer karaktervolle vertolking van de solo-elegie van Britten wederom dat je met een eigenzinnige programmakeuze goed kunt scoren. Haar spel werd beloond met een beurs voor de zomercursus in Woudschoten. Het jonge talent Kaat Schraepen (15) kreeg voor haar Adagio & Allegro (Schumann) de DVS bladmuziekprijs.

We gingen vol mooie indrukken naar huis, en kijken al uit naar de volgende editie!

Kristofer G. Skaug