Verslag Britten Altvioolconcours 2017

door Kristofer G. Skaug, DVS redactie

Redactionele opmerking: Recensies worden op persoonlijke titel gepubliceerd, en vertegenwoordigen derhalve geen officiëel standpunt van de DVS.

Als het voor het eerst gebeurt (zoals in 2013) is het nog uniek. De tweede keer (2015) kan sprake zijn van ‘wegens succes verlengd’. Maar dit jaar wordt het Britten Altvioolconcours alweer voor de derde keer gehouden, en kunnen we met recht spreken van een traditie: Die zondag, medio maart, waar jong altvioolspelend Nederland op pad gaat naar Zwolle. Er zijn in totaal 11 deelnemers, waarvan acht leerlingen van Julia Dinerstein en twee van Karin Dolman (laten we wel hopen dat in toekomstige edities ook andere altviooldocenten hun jonge leerlingen gaan aanmoedingen om mee te doen!).

20170319_027a

Silke

In de jongste categorie (10-14 jaar) zijn er vier kandidaten dit jaar. Het verplichte werk is de mooie Prelude uit de suite voor altviool en orkest van Vaughan Williams.

De allereerste kandidate van de dag is Silke Veldman (14, Zwolle). Haar Prelude is keurig uitgevoerd, maar mist een beetje kleur. Daarna speelt ze een stuk uit 5 Old French Dances van Marin Marais, heel leuk gedaan.

20170319_030

Stepan

Vervolgens speelt Stepan Prikazchikov (14, Den Haag). Hij is pas sinds kort overgestapt op altviool, en het bevalt hem duidelijk heel goed. Zijn uitvoering van Vaughan Williams zit vol belofte, en we leren snel om door de iets rafelige randjes heen te luisteren. Als keuzestuk speelt hij deel 3 uit de Sonatine van Berthold Hummel – een levendig dansje met prikkelende 7/4 rytmes, goed gedaan.

20170319_034

Sunniva

 

 

De derde kandidate is Sunniva Skaug (13, Delft), dochter van schrijver dezes en de jongste deelnemer bij deze editie van het concours.
Ze speelt haar hele programma uit het hoofd, en verwerft hiermee vrijheid om extra aandacht te besteden aan klank en frasering. Als keuzestuk speelt ze het 3e deel van het Zelter-concert, een Rondo met diverse variaties en recitatieven. Ik zal mij in het belang van journalistieke integriteit niet wagen aan een evaluatie.

20170319_042

Luna

 

Tot slot komt Luna Verschoor (14, Zwolle), zij brengt een mooie Vaughan Williams, en vervolgt met een hele innemende Apres un Rêve van Fauré: mooie dromerige klank op de C-snaar.

Na een lunchpauze met ingebouwd juryberaad kunnen we verder met de oudste categorie (15-18 jaar). Hier is het verplichte werk de (onder altviolisten zeer bekende) Romance van Max Bruch.

 

20170319_052

Johanna

Johanna Kouwenhoven (16, Zwolle) bijt de spits af. Zij speelt Bruch met mooie klank en vibrato. Het is heel beheerst. Iets meer dynamiek (vooral in de stormachtige passage in het midden) had gemogen.  Naast Bruch speelt ze een stuk van Carl Reinecke met de levendige titel Jahrmarkt. Het blijkt dan ook een vlug en vrolijk dansje te zijn. Prima gespeeld!

20170319_054

Steffie

 

 

 

 

De volgende kandidate is Steffie de Konink (15, Delfgauw). Zij is vaste gast bij het Brittenconcours, ze won bij beide voorgaande edities de 1e prijs in Catgorie 1. Voor het eerst mag ze zich bewijzen in de oudste groep. De lessenaar gaat voor haar opkomst al naar het hoekje: uit het hoofd. Bruch wordt met veel vrijheid en inleving gebracht. Heel af en toe valt de emotie negatief uit op haar klank. Maar het is een meeslepende uitvoering, brava. Vervolgens komt een leuk volksdansje,  Sachidao van Tsintsadze. Vergeleken met Bruch is dit gesneden koek, en leuk gebracht, met een lachje.

20170319_069

Sylven

Sylven van Sasse van Ysselt (16, Dordrecht) speelt pas sinds een half jaar altviool (daarvoor wel viool). Hij begint met een solostuk uit Three American Pieces van dhr. A. Minsky. Dit rytmische stukje is heel swingend. Ondanks wat technische haperingen brengt hij het tot een goed einde. In Bruch is hij duidelijk bevangen door de druk en sneuvelen er een paar loopjes. Hij bewijst echter ook handig om te kunnen springen met dit soort klein averij om het stuk op de rails te houden. In de lyrische passages horen wij dat een mooiere toon er wel inzit. Wat dat betreft een geslaagde presentatie, al zal het waarschijnlijk nog niet goed genoeg zijn om mee te dingen voor de prijzen dit keer.

Nu weer een Brittenconcours-veteraan op het podium: Jeltje Quirijnen (17, Zutphen) opent met Bruch, uit het hoofd. Ze heeft een erg mooie toon en een boterzachte klank in haar instrument. Heel aangenaam voor het oor! Ze gaat uiterst beheerst om met de technische passages. Het geheel is heel ingetogen, misschien net iets te rustig. Komt het vuurwerk dan met de Khoroumi van Tsintsadze? Jawel, de presentatie van de aanstekelijke 5/8 maat mag er wezen.

20170319_081

Emma

Emma van den Wijngaard (16, Zwolle) speelt sinds 2 jaar altviool, maar speelt ook nog steeds viool.  De Elegie van Glazunov is niet zo’n interessant contrast met Bruch, maar voor een ‘instapper’ is het een relatief dankbare keus. Bij Emma moet de echte altviool-vibrato nog wel tot bloei komen, maar er wordt met goed gevoel voor klank en frasering een degelijk resultaat gebracht. Bruch is technisch een stuk lastiger, de overwinning is dan ook des te groter bij de eindstreep.

Hij is echt een lefgozer: Jonas Meenderink (15, Oostvoorne). Bij de vorige editie van het Brittenconcours kwam hij als 13-jarige aanzetten met het concert van Hoffmeister (een conservatorium examensstuk), vandaag waagt zich aan de zeer volwassene 2e sonate van Brahms. Dit stuk is oorspronkelijk voor klarinet geschreven, maar door de componist zelf ook voor altviool bewerkt (de DVS zal volgende maand aan de verschillen tussen de klarinet- en altvioolversie een workshop wijden!). Jonas bewijst over veel muzikaliteit te beschikken, en zijn toon benadert in mijn oren al aardig het Brahms-idioom. Het is echter een heel machtig stuk met veel uitdagingen, en niet allen heeft hij nog het hoofd kunnen bieden. Bij Bruch laat hij knappe staaltjes techniek horen en ook mooie contrasten in dynamiek. Al met al een beetje teveel hooi op de vork genomen.

20170319_098

Kaat

Als laatste kandidate speelt Kaat Schraepen (16, Molenstede, België). Onze verwachtingen zijn hooggespannen, ze is immers vaker in de prijzen gevallen. En ze stelt niet teleur: Haar Bruch is direct aansprekend. Niet alleen is het technisch heel goed afgewerkt, ze weet ook grote profielen aan te brengen in dynamiek en klank. In mijn oren geen twijfel: de beste Bruch van de dag. En dan, het altvioolconcert van Badings, deel 3: Allegro Molto – veel vaart in een snelle driedelige maat. Het stuk heeft een hoge moeilijkheidsgraad. Een paar loopjes misten nauwkeurigheid, verder speelt ze het vlot weg. Een indrukwekkende vertoning.

Na een ruim uur overleg komt de juryuitspraak:

Categorie 1: 

1e Prijs: Sunniva Skaug,  tevens de Prijs van de jeugdjury;
Aanmoedigingsprijzen: Stepan Prikazchikov en Luna Verschoor

Categorie 2:

1e Prijs: Kaat Schraepen en Jeltje Quirijnen (gedeeld met miniem puntenverschil)
Kaat ontvangt tevens de Prijs van de jeugdjury;
3e Prijs: Steffie de Konink
Aanmoedigingsprijs: Jonas Meenderink

De 1e Prijs winnaars krijgen een solistisch optreden met het Britten Jeugd Strijkorkest (voor Sunniva en Jeltje wordt dat tijdens het laureatenconcert in Zwolle op 1 april as.), en ze krijgen allemaal een masterclass aangeboden met de beroemde altviolist Michael Kugel.

De 3e Prijs van Steffie gaat gepaard met de Woudschoten-prijs (deelname aan de gelijknamige zomercursus kamermuziek), en de Aanmoedigingsprijzen bestaan uit bladmuziekbonnen, deels gesponsord door de Dutch Viola Society.

Onze felicitaties voor alle prijswinnaars!  (Volledig uitslag hier).

20170319_106

De jury van het 3e Britten Altvioolconcours: vlnr Liesbeth Steffens, Loes Visser, Francien Schatborn, Esra Pehlivanli en Yke Toepoel.

Dank aan de jury, en aan René Luijpen en zijn team voor de organisatie van het concours. Op naar de volgende editie in 2019!


DRIE Altviolisten in de prijzen bij PCC-Oost!

Fantastisch nieuws uit Enschede! Bij het Prinses Christina Concours Oost heeft vanmiddag Anne Sophie van Riel een 1e prijs behaald, en heeft Jeltje Quirijnen een 3e prijs gekregen. De DVS feliciteert beiden met dit fraaie resultaat!

Update: bij het nader bestuderen van de uitslag blijkt dat nog een derde altvioliste een prijsje kreeg vanmiddag, namelijk Steffie de Konink, die samen met violiste Mayte Levenbach de ensemble aanmoedigingsprijs ontving. Ook voor dit duo natuurlijk felicitaties!

PCC_Oost_2017

Anne Sophie van Riel en Jeltje Quirijnen (foto credit: MajankaFotografie)


AVF 2017, Dag 5: Finale

door Kristofer G. Skaug
19/02/2017

English version below! Follow this link.

Docentenconcert

We zijn weer aangeschoven voor een matineeconcert op de late zondagochtend (12 uur) in de Sweelinckzaal, na een behoorlijk laat en nat feestje in Splendor gisteren.

Eerst spelen Marjolein Dispa, Francien Schatborn, Richard Wolfe en Jürgen Kussmaul samen het 3e concert voor 4 altviolen van Telemann. Vooral het rustige derde deel “Largo e staccato” spreekt mij aan. Er wordt ook met barokstokken gespeeld, dat komt in dit stuk de klankkleur en de luchtigheid van de noten ten goede.

060Maar het hoofdgerecht wat mij betreft komt met het strijkkwintet van Mozart in g kl.t. (KV516). Het mooiste van allemaal, en daarom gespaard als kers op de taart van het “Mozart-kwintet-marathon” van gisteren. Het altenkwintet bestaat uit Richard Wolfe en Marjolein Dispa op altviool, terzijde gestaan door Peter Brunt, Emma Rooijakkers (viool) en Michel Dispa (cello). Het eerste deel heeft een onvergetelijk melodieus hoofdthema met een vleugje chromatiek, als een kat die kopjes komt geven. Daar ben ik altijd wel voor in. Het ensemble produceert een zeer aangename fluwelen samenklank.

061In het menuet hebben de twee alten een bepalende middenstemvoering, maar is het ietswat verrassend de tweede violist(e) die het laatste woord krijgt. Het middendeel (adagio, non troppo – con sordino) wisselt dialoog en samenklank elkaar af. De 2e alt is de “vrije man” (excuus, vrouw) en wordt speels ingezet om de 1e viool van repliek te dienen, en soms om de baslijn van de cello over te nemen. Muziek om bij weg te dromen. Ietswat ongebruikelijk komt er een tweede Adagio-deel er achteraan. Nu in een rustige drie-tel en zonder sordine. Maar het is eigenlijk niet mer dan een korte brug naar het snelle en vrolijke slotdeel in wals-tempo. Een mooi verzorgde uitvoering!

De Finale

Om 14:00u is de Haitinkzaal zeer goed gevuld voor het laatste hoofdstuk van het Nationaal Altvioolconcours 2017. Tastbare opwinding alom.

Martin Moriarty. Daar sta je dan, met de solo opening van Hindemith’s Schwanendreher. De hele (nederlandse) altvioolwereld kijkt toe. De door altvioolstudenten eindeloos gestudeerde reeks dubbelgrepen, die tegelijk ook een melodisch geheel moet worden. Kom je tot je schrik achter dat de eerste E-octaaf al niet klopt. Blijven lachen, vooruit denken. Ik ontkom niet aan het idee dat die eerste schrik zijn weerslag heeft op de rest van zijn uitvoering, met één hand op de noodrem.

071Hierna Enescu. Deze uitvoering vind ik een stuk beter dan wat Martin in de eerste ronde liet horen, meer lyrisch en minder ruw. De mooiere akoestiek in deze zaal helpt mee, maar onthult ook genadeloos elk klein misstapje. Daniël Kramer volgt hem goed in een paar spontane rubato’s, en helpt hem ook over de eindstreep met een stevig pianistisch schouderklopje. Opgeteld zijn er wel net iets teveel kleine fouten. Het is maar afwachten hoe de andere kandidaten het doen.

Dan is de beurt aan Billy Murray, met Martijn Willers als begeleider. Opvallend informeel gekleed, een houvast in het vertrouwde. Maar ook hij is merkbaar bevangen door de druk. Hij begin met Enescu, de zenuwen uiten zich in voorzichtige tempi en een bibberstok die 075gevaarlijk op de loer ligt. Dat is de keerzijde van een gevoelsmens dat makkelijk speelplezier vindt en uitstraalt, ook zijn pijn en angst kan hij moeilijk onderdrukken.

Na deze beproeving speelt hij het 1e deel uit het concert van Walton. Hier ligt een kansje, want hij is vandaag de enige met dit concert op het programma. Het zangerige eerste thema is een dankbare binnenkomer. De belangrijkste te nemen hindernissen liggen later op de loer. Hij bereikt nu zijn comfort zone, waar alleen de mooie diepe klank van zijn altviool ertoe doet. Danig getroost stort hij zich in een versnelde passage. Wanneer het weer tot rust komt heeft hij al met al een mooie lyrische uitvoering achter de rug.

Take Konoye komt op met pianiste Noriko Yabe voor Der Schwanendreher: Ook hij komt niet helemaal zonder kleerscheuren door de introductie heen, maar hij herpakt zich heel snel, en strijkt energisch de zenuwen van zich af. Ik moet mezelf er wel aan herinneren 087dat hier een eerstejaars student staat te spelen. In de reprise van het hoofdthema slaat hij de spijker vol op zijn kop. Bevrijdend! En hij weet het, na dat laatste C-groot slotakkoord: Het was goed.

Het Concertstuk speelt hij samen met Martijn Willers. Take speelt nu al als een winnaar. Zijn Enescu straalt het uit – superieur paradeert hij zich erdoorheen. Doet maar rustig aan, zijn mentale voorsprong op zijn concurrenten is hier enorm. Op zijn gemak haalt hij het buit binnen. Kan niet anders, dit wordt goud.

De jury heeft het ook gezien. Take is onze nieuwe “nederlands kampioen” altviool, en krijgt tevens de publieksprijs. Billy Murray krijgt een tweede prijs en Martin Moriarty wordt derde.

105

Nawoord

Hartelijk dank aan het Festivalteam van het Conservatorium – met name Francien Schatborn, Richard Wolfe, Marjolein Dispa, Judith Wijzenbeek en onze ereleden Nobuko Imai en Jürgen Kussmaul, die het evenement dragen. Last but not least dank aan het productieteam Clara Brons en Marianne Berenschot en alle studenten die hebben meegeholpen.

Tot het volgende Amsterdamse festival!


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version

Teachers’ Lunch Concert

We are once again seated in the Sweelinckzaal for a late-morning (noon) concert, after a very “wet” and late party in Splendor yesterday.

First we are witness to a rendition of the 3rd concerto for 4 violas by Telemann. On the stage are Marjolein Dispa, Francien Schatborn, Richard Wolfe and Jürgen Kussmaul. The calm third movement “Largo e staccato” is particularly appealing to me. Baroque bows are being used, which results in a more appropriate tone colour and lightness of the notes.

But the main course (for my part) is the Mozart string quintet in G minor (KV516). This is arguably the most beautiful of them all (6), and hence it was saved for last in the Mozart quintet marathon, which was held yesterday. The viola quintet is headed up by Richard Wolfe and Marjolein Dispa on the viola, assisted by Peter Brunt, Emma Rooijakkers (violins) and Michel Dispa (cello). The first movement has an unforgettably melodious main theme with a whiff of chromatics, like a cat that rubs its head against your leg. I’m always in for that! The ensemble produces a very pleasant velvet tone.

In the menuet, the two violas have a decisive middle voice line, but it is somewhat surprisingly the second violinist who gets the last word. The central movement (adagio, non troppo – con sordino) provides an alternation of dialogue and polyphony. The 2nd viola is the “free man” (woman), being playfully employed as counterpart for the 1st violin, at other times taking over the cello bass line. This music lets you dream away. Somewhat unusual is the succession of a second Adagio-movement, this time in a calm three-quarter beat and without mutes. But this is actually just a short bridge to the quick and merry final movement. A very fine and well-worked out performance!

The Final

At 14:00h, the Haitinkzaal is filling up with audience for the final round of the National Viola Competition 2017. There is a significant buzz of excitement.

Here stands Martin Moriarty, with the solo opening of Hindemith’s Schwanendreher. The whole (Dutch) viola world is watching. Embarking on that endlessly rehearsed sequence of double stops, which also has to form a melodic line, he realizes with certain horror that the very first E-octave is out of tune. Keep smiling, think ahead! I cannot escape the impression that this first scare impacts the rest of his performance, keeping one hand on the emergency brake all the way.

Thereafter follows Enescu. I like the sound of this performance even more than Martin’s rendition in the first round, it is more lyrical, less rough in the edges. The acoustics in this auditorium help a bit, but they also mercilessly expose every small error. Daniël Kramer follows him well in a few spontaneous rubato’s, and helps him across the finish line with a firm pianistic pat on the shoulder. All in all, there are just a bit too many small errors. We have to wait and see what the other candidates will do.

Now it is Billy Murray’s turn, accompanied by Martijn Willers. His attire is conspicuously informal, a conscious footing in the familiar. But he, too, is visibly influenced by the pressure. He starts with  Enescu, the nervousness results in very cautious tempi, and he visibly struggles with bow control. That is the flipside of easily tapping into and projecting your musical emotions, because also feelings of pain and fear are then difficult to suppress.

After this  ordeal, he plays the 1st movement of the Walton concerto. There is an opportunity for him here, as he is the only finalist who has chosen this piece.  The melodious first theme is a thankful starter. The most difficult obstacles are lurking further down the road. He now reaches his comfort zone, where only the deep sound of his viola matters, nothing else. Thus comforted, he charges into an accelerating passage. When it all returns to tranquility, he can look back on a nice lyrical performance.

Take Konoye enters the stage with pianist Noriko Yabe for Der Schwanendreher: He, too, cannot escape a few scratches in the opening section; but he recovers very quickly, energetically bowing away his nervousness. I have to remind myself that this is a first-year student playing. He totally nails the recapitulation of the main theme, a liberating sensation! And he knows, after the final C-major chord: It was good.

He plays the Concert piece with Martijn Willers with the air of a winner, parading his way through this exercise. He takes it easy, his mental advantage on the competition is at this point huge. He reels in the victory with great ease. There is no doubt left, this is Gold.

The jury has seen it, too. Take is our new “Dutch viola champion”, and receives the audience prize as well. Billy Murray gets the second prize and Martin Moriarty finishes third.

Epilogue

Our warmest thanks to the Festival team at het Conservatory of Amsterdam – in particular Francien Schatborn, Richard Wolfe, Marjolein Dispa, Judith Wijzenbeek and our honorary members Nobuko Imai and Jürgen Kussmaul, who support this event. Last but not least thanks to the production team Clara Brons and Marianne Berenschot and all helping students in Amsterdam.

See you at the next Amsterdam festival!


Anuschka Pedano wint 1e Prijs PCC West

Anuschka Pedano (foto: MajankaFotografie)

Anuschka Pedano (foto: MajankaFotografie)

Het toptalent Anuschka Pedano uit Zoetermeer, dat al veel prijzen in de wacht sleepte met de altviool, heeft vanmiddag de 1e Prijs gewonnen in categorie 2 bij de Regiofinale West 1 van het Prinses Christina Concours in Rotterdam. Bij deze prijs komt een optreden met Domestica Rotterdam.

Hartelijk gefeliciteerd namens de DVS!


AVF 2017, Dag 3: De Halve Finale

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

We zitten in de Haitinkzaal van het Conservatorium voor de tweede ronde van het Nationaal Altvioolconcours. Er heerst opwinding onder de meegekomen fans van de acht geselecteerde halve finalisten.

Evgeniya Peschanskaya speelt de sonate in c kl.t. van Röntgen. Een van mijn favoriete altvioolsonates. Het eerste deel zit vol temperament. Het 2e deel heeft die mooie kenmerkende melancholische Röntgen-sfeer. Totdat er opeens een mooi recitatief in C groot komt. Een en al grote liefde die opbloeit.

Evgeniya Peschanskaya

Evgeniya Peschanskaya

Helaas hapert de linkerhand in het laatste en beslissende klimmetje – jammer. Het gekke bitonale scherzo gaat weer prima, en in het vierde deel komt de passie terug uit het eerste deel. Er had wel wat mij betreft wat meer klank geproduceerd mogen worden bij de hoogtepunten.

Nu komt de solosonate van Hindemith, op. 31.4, met het eerste deel dat in lange passages leunt op arpeggios met resonanties rondom de open A- en D-snaar. In allerlei opzichten een hele atletische toer voor links. Hier kampt ze wel met de intonatie, waardoor de beoogde resonantie soms wegvalt. Ze vecht zich dapper door tot het einde.

Hessel Moeselaar

Hessel Moeselaar

Hessel Moeselaar komt op, en speelt het Cadenza van Penderecki met heel veel energie en ook ingetogenheid. Hier en daar is de klank wat ruw, maar de concentratie is intens. Hij schrikt wakker van het enthousiaste applaus. De sonate van Badings is een mooi stuk en wordt niet vaak gehoord. In het eerste deel zit een triomfantelijk openingsthema. Hierna lijkt Hessel iets minder goed voorbereid, onzeker van de richting. Bij de inzet van de reprise komt het weer goed. Dit goede gevoel neemt hij mee naar het lyrische 2e deel, dat erg mooi wordt gebracht. Via een scherzo-achtige beweging sluit hij af met veel stormachtigheid in een landschap dat lijkt op het begindeel. Goed gespeeld!

060

Martin Moriarty

Martin Moriarty speelt delen uit de Britten solo cellosuites. Deze bewerking door Nobuko Imai biedt spannend nieuw materiaal voor altviolisten. De uitvoering is ook heel spannend. Het laatste deel “Moto Perpetuo e Canto Quarto” valt op. In de daaropvolgende sonate van Bax heeft het 1e deel een heel mooi lied als hoofdthema. Ik heb wel het idee dat Martin hier meer had kunnen doen met klank. Technisch valt er niets te klagen, hij heeft het goed op een rijtje. Het 2e deel heeft een heel catchy thema gebouwd op een onheilspellende “Jaws”-achtige piano ostinato. De lichaamstaal van deze man moet ook genoemd worden. Hij staat regelmatig gespannen als en veer, en is niet wars van dramatische bewegingen. Het oogt als een authentiek gevoel, maar hier en daar slaat het wel door in zijn klank, niet altijd op de wenselijke manier. Wel een boeiende speler!

064

Lara Albesano

Lara Albesano opent met de 1e sonate van Martinu. Ze heeft een hele mooie klank en een rustige uitstraling. Ook in het tweede deel, waar de muzikale vlam in de pan slaat, houdt ze haar hoofd koel. Goed verzorgd spel, maar ik mis wel een beetje Roemeense vurigheid – die komt nu voornamelijk van de hollander achter de toetsen (Daniël Kramer), die overigens een pittige klus heeft hier.  En dan, Hindemith’s mooie opus 25.1. De fraseringen in het eerste deel slaan voor mijn gevoel een aantal mooie kansen over. Het ingetogen 3e deel heeft een mooie sfeer. Vervolgens gaat ze in een verbijsterend tempo door het beruchte 4e deel (met bijschrift “Tonschönheid ist Nebensache”) heenrazen, daar is de adrenaline wel aan het gieren. Het troostrijke laatste deel (met naweeën van pijn) brengt ze heel mooi.

Lotus de Vries

Lotus de Vries

Na de lunchpauze zijn we klaar voor Lotus de Vries: ook zij speelt Martinu. Haar presentatie is een stuk minder volkomen dan die van Lara, maar het is daartegenover wel spannender.  Als solostuk heeft ze de 1e suite van Reger gekozen. Hier word ik herinnerd aan het lastige van deze ronde: Hoe vergelijk je zo’n Reger met de Hindemiths, de Penderecki en de Britten van daarnet? Het is een heel andere muziek. Qua diepgang in mijn beleving is de compositie ook minder interessant, het heeft meer weg van een lyrisch uit de hand gelopen etude. Wel goed gedaan, daar niet van.

William “Billy” Murray speelt exact hetzelfde programma als Lara, maar dan in omgekeerde volgorde: Beginnend met Hindemith op. 25.1. Hij heeft duidelijk talloze keren dit stuk al uit zijn hoofd gespeeld, want hij neemt het niet meer zo nauw met wat er feitelijk op papier staat, vooral qua rytmiek is het soms erg vrij. Hij vertrouwt volledig op zijn Amati, dat er hoe dan ook altijd iets moois uit komt. En schrikt zichtbaar, wanneer dat per ongeluk toch niet het geval is.

Billy Murray

Billy Murray

Het is al met al slordiger dan de renditie van Lara, en ook minder virtuoos (een langzamer 4e deel), maar nooit saai. Hij geniet van de klank en de ruimte, en maakt er een diep persoonlijke vertolking van. Daarna speelt hij de Martinu sonate. Ook dit is bij lange na niet technisch perfect, maar je kunt er enorm van genieten vanwege het plezier waarmee de man staat te spelen. Hij weet heel goed waar de muziek over gaat. Hij neemt bescheiden twee stapjes terug als in het tweede deel de piano een solopartij heeft, en mompelt binnensmonds de pianostem mee. En hij is honderd prosent aanwezig, tot de laatste noot.

Take Konoye

Take Konoye

De volgende is Take Konoye. Hij begint met Reger suite no.1. Ik impliceerde net al dat ik dit niet zo’n interessant stuk vind, maar hij maakt het wel boeiend, hij ziet kansen om profielen te maken met klank en frasering, en benut deze kansen ook helemaal. En met bijna perfecte intonatie en stokbeheersing. Een hoogstandje! Hij vervolgt met de Bax-sonate. Heel muzikaal en technisch secuur. Ik heb maar één gemis, ik zou hem eens een keer helemaal los willen zien gaan. Risico durven nemen om een nòg grotere klank en nòg meer passie in het spel te leggen. Omdat die dus overduidelijk al zoveel kan. Maar dat is wel heel veel gevraagd op een concours, waar een finaleplaats op het spel staat.

Hannah Shaw

Hannah Shaw

Als laatste in deze ronde speelt Hannah Shaw. De solosonate van Ligeti. Hier komt in de Hora Lunga toch een hoop klank bovendrijven! Op een gegeven moment stijgt die op naar de eeuwige harsvelden via micrometerwerk op natuurtoon flageoletten. Knap. In het 2e deel (“Loop“) allerlei dissonante akkoorden, een kippenhok. Ben geen kenner van deze sonate, dus ik bewaar mijn oordeel voor een andere keer. Ze gaat verder met de Bax-sonate. Gisteren had ze een felgekleurde shirt aan bij een kleurarme Enescu, vandaag staat ze in het zwart maar is haar muziek een stuk kleurrijker. Toeval? De klank is mooi verzorgd, misschien wel tè mooi. Ook haar zou ik meer durf toewensen. Zelfs in de opwindende versnelling aan het eind van het 2e deel laat ze zich niet helemaal gaan.

Wie van deze 8 spelen zondag in de finale? De keus van de jury is voor mij geen verrassing: Martin, Billy en Take.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version:

We are seated in the Haitinkzaal of the CvA for the 2nd round of the National Viola Competition. There is a buzz of excitement among the fans of the eight selected semifinalists.

Evgeniya Peschanskaya plays the C minor sonata by Röntgen. This is one of my favourite viola sonatas. The first movement is full of temperament. The second movement has this beautiful melancholic atmosphere typical of Röntgen. And then a wonderful recitativo in C major appears, blossoming love! Unfortunately her left hand falters in the final and decisive climb to the high note, a pity! The weird bitonal scherzo works fine, and the fourth movement sees the return of the passion from the first movement. I had hoped for a bit more sound production around the various climaxes in this piece.

Next she plays the solo sonata op. 31.4 by Hindemith, with a first movement that for a large part consists of double-stop arpeggios with resonances on the open A- and D-strings. This is a big athletic feat for the left hand, but she is struggling a bit with the intonation, and as a result the intended resonances are sometimes not heard. She bravely fights her way to the finish.

The next candidate is Hessel Moeselaar, he plays the Penderecki Cadenza with alternations of outward energy and silent introspection. Here and there there are some rough spots in the sound, but his concentration is intense. He is jerked awake by the enthousiastic applause. The Badings sonata is very beautiful and yet not often heard. The first movement has a triumphant opening theme. After this introductory section however, Hessel seems a bit unsure of his direction. At the recapitulation of the main theme, he recovers. He takes the feeling of relief with him into the more lyric opening of the 2nd movement, which is very pleasing. There is a scherzo-like section that brings us to a tempestuous closure of the sonata, with a landscape reminiscent of the first movement. Well played!

Martin Moriarty plays the 1st cello suite by Britten. This transcription by Nobuko Imai offers interesting new repertoire for violists. His performance is also very enjoyable. The last movement “Moto Perpetuo e Canto Quarto” particularly triggers my interest. The subsequent Bax viola sonata has a very beautiful opening theme, an English folk song. In my view, Martin could have achieved more variety of tone production here. In the technical sense there is not much to complain about, he has got the stuff well sorted out. The second movement has a very catchy and energetic dancing theme, which floats on top of an ominous “Jaws”-like ostinato in the piano. I also need to mention the body language of this man. He regularly stands like a compressed spring, and he does not shy away from dramatic movements. It looks emotionally authentic to me, but now and then it undeniably affect his playing, in a negative sense. But this is by all means a fascinating player!

Lara Albesano starts with the 1st Martinu sonata. She has a very beautiful sound and a calm appearance on stage. Also in the second movement, where musical fireworks take place, she keeps her head cool. Her playing is carefully curated, but I do miss a bit of Rumanian temper – which is now supplied mostly by the Dutch guy at the piano (Daniël Kramer), who by the way has his hands full with this piece. And then, Hindemith’s beautiful opus 25.1 (solo sonata). Her phrasing in the 1st movement misses a number of nice musical opportunities, in my view. Her rendition of the calm 3rd movement hits the right mood. And she goes on to play the infamous 4th movement (with the subtitle “Tonschönheid ist Nebensache”) at a ferocious speed, which gets the adrenaline flowing for sure. The soothing last movement (with echoes of pain) is performed very beautifully.

After a short lunch break we are ready for Lotus de Vries: she, too, plays Martinu. Her rendition is quite a bit less perfect than Lara’s, but is on the other hand more musically interesting. Her chose solo piece is the 1st Reger suite. At this point I am forced to consider a difficulty for the jury in this round: How do you compare such a Reger with the Hindemiths, the Penderecki and the Britten solo pieces? This is a very different music. I feel much less depth in this composition, it seems more like an etude that got out of hand. Don’t get me wrong, she plays it very well.

William “Billy” Murray plays exactly the same programme as Lara before, but in the opposite order, starting with Hindemith op. 25.1. He has clearly played this piece by heart countless times already, because he’s not so preoccupied with what is actually written on paper. Especially his rhythmic reading is at times very free. Furthermore he completely trust his Amati that it will produce something beautiful regardless, and he is visibly jolted when this charm fails to work. His Hindemith is overall less perfect than Lara’s, and also less virtuosic (a slower pace in the 4th movement), but it is never dull. He enjoys the sounds and the space he’s in, and produces a deeply personal interpretation. Subsequently he plays the Martinu. This, too, is far from technically perfect, but it is very enjoyable due to the sheer pleasure with which this man is playing. He knows very well what the music is all about. He modestly takes two steps back when there’s a solo for the pianist, all the while however silently mouthing the piano’s musical words. And he is one hundred percent present in the music, until the very last note.

The next candidate is Take Konoye. He starts with the Reger solo suite no.1. I was implying just then that this piece doesn’t interest me so much. But he manages to make it interesting, spotting and using opportunities to create extra profiles with sound and phrasings. And he has an almost perfect intonation and bow control. A masterpiece! He follows up with the Bax sonata, very musical and technically robust. I really have only one want: I would like to see him play with more abandon, daring to take some risks in search of an even bigger sound and even more passion in his playing. Just because he obviously already masters so much. But I fully realize that this is a lot to ask in a competition, with a spot in the final round at stake.

The last turn in this semifinal goes to Hannah Shaw, with the Ligeti sonata (two movements). Finally, here she generates a lot of sound in the Hora Lunga! At a certain point the music ascends to the very highest pitches where left-hand fingers are probing their way in resolutions of micrometers to find the right natural flageolets. Well done! In the 2nd movement (“Loop“) we hear all sorts of dissonant chords, it gets quite chaotic. I’m not very familiar with this piece so I will reserve my judgement for another time. She continues with the Bax sonata. Yesterday she played a blandish Enescu in a very brightly coloured shirt, but today she plays a colourful Bax, dressed in black. Can it be a coincidence? Her sound is very clean and pure, perhaps too pure. For her, too, I would wish a bit more “guts”. Even in the exciting acceleration at the close of the 2nd movement, she doesn’t let herself go entirely.

Which of these 8 will play in the final on Sunday? The jury’s choice is not a big surprise for me: Martin, Billy and Take.


AVF 2017, Dag 2: Hard werken

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

001

Jury vlnr: Jürgen Kussmaul, Hannah Strijbos, Eric vd Wel, Roland Kieft

Wij zijn vroeg aanwezig, om geen ene noot van Dag 2 van de 1e Ronde te hoeven missen. De jury heeft er ook duidelijk zin in.

Masterstudente Lara Albasano bijt de spits af met een hele schone Mozart (G). De “Skip Count” van Oene van Geel is technisch zeer goed, en lijkt toch behoorlijk relaxed! De Enescu was eveneens steengoed, haar spel is heel volwassen. Als ik heel picky zou moeten zijn, heel af en toe haperde het samenspel met Daniël Kramer… ietsje. Maar hier is een statement gemaakt, het zal voor menigeen dringen worden om de volgende ronde te bereiken van dit concours.

Kellen en Danielle

Kellen en Danielle

Kellen McDaniel komt uit Californië, maar studeert bij Zemtsov in Den Haag. Hij opent met Mozart in G, samen met Danielle Daoukayeva op viool, met wie hij al jaren in het Babylon kwartet samenspeelt, en dat is goed te horen. Ondanks enkele foutjes is het een charmante vertolking. Enescu met Gerard Boeters wordt iets meer “op zeker” gespeeld. En dan, voorafgegaan met een “one, two, one-two-three-four” – zijn Skip Count is met stip de meest catchy versie tot nu toe, met meedeinende bassist, alerte timing en swingende energie. De bassist helpt ook mee in “Gesualdo” met enkele diepe ondertonen. De vrije improvisatie is goed aan Kellen besteed. Interessante beurt!

Kardelen Buruk

Kardelen Buruk

De uit Turkije afkomstige Kardelen Buruk begint met Enescu. Een beetje tam in de inleiding, maar gaandeweg komt ze in een goede flow. Haar Mozart gaat ook goed. In Skip Count raakt ze de bassist even kwijt, maar ze herpakt zich en maakt het stuk toch nog met veel bravoure af. In Gesualdo veel flageoletten in de improv, fraai afgerond met een paar sappige Bartok-pizzicato’s.

En dan komt met Lotus de Vries en verrassing: Eindelijk iemand die het “andere” Mozart duo in Bes groot (KV424) speelt. Het is technisch voor met name de viool wat pittiger. Maar de toonsoort is wel heel goed geschikt voor een mooie altvioolstem, en bij Lotus komt die heel mooi uit de verf. In de improvisaties van “Gesualdo’s bovenkamer” komt er eerst een lieflijk volksliedje en daarna iets dat me doet denken aan een motief uit Shostakovich 10e symfonie, maar dan veel heftiger. Enescu is wat zwaar, maar ze komt er goed uit.

Esther Fernandez Olalla

Esther Fernandez Olalla

De volgende is Esther Fernandez Olalla, een studente van Karin Dolman in Rotterdam. Ze wordt begeleid door Roderigo Robles de Medina in het Concertstuk van Enescu, dat gaat prima! Ze heeft zeker voortgang gemaakt sinds de masterclass met Richard Wolfe vorige maand, waar ze ditzelfde stuk voorspeelde. “Skip Count” biedt een dramatische plot twist – Esther laat zich begeleiden door haar docent op altviool! Strict gesproken onreglementair, maar daarom ook best leuk. Het relatief gebrek aan een dwingende baspuls wordt wel deels goedgemaakt door zelfgemaakte swing. Not bad! De Mozart biedt een andersoortige personele première – want voor de eerste keer zien we een mannelijke violist op het podium, een secuur en muzikaal spelende Manuel Muñoz. Toch ontbrak in dit stuk muzikale spanning.

Vierdejaars KC-studente Sophie Vroegop komt nu op samen met Vera Werkman voor het Bes-groot duo van Mozart. Er wordt fijne samenklanken gemaakt, ondanks wat intonatiefoutjes is het wel mooi muzikaal. Enescu brengt ze goed

031

Sophie Vroegop

samen met Gerard Boeters, ze maakt goede dynamische spanningsbogen. Bij het stuk van Oene van Geel weer iets nieuws een live basgitarist! Dat swingt lekker. In “Gesualdo” weer een nieuwe vondst: improvisatie in gitaarmodus, altviool onder de arm.

Komt de volgende: William Murray. Mozart in Bes met Cordelia Paw is een waar feestje, om echt blij van te worden. In “Gesualdo’s bovenkamer” gaat hij hardop zingen, samen met zijn altviool wordt het een heus madrigaalkoor, geweldig! Maar zijn Enescu is nog beter, hier kan hij de kracht van zijn mooie diepe Amati altviool goed uitbuiten. Hij heeft een goede uitstraling op het podium, projecteert zelfvertrouwen en plezier in zijn werk. Hem zullen we ongetwijfeld in de volgende ronde terugzien.

Takehiro (“Take”) Konoye is de jongste deelnemer van het concours, maar zeker niet de geringste. Hij begint met Van Geel, een erg goede en virtuoze Skip Count. In Gesualdo laat hij zien dat hij ook heel goed overweg kan met klank. In het G-duo van Mozart speelt hij tot mijn verrassing niet samen met zijn tweelingzusje, waarmee hij al sinds jaren een prijsbeloonde viool/altviool duo vormt. Maar zijn samenspel met violist Shin Sihan mag er ook wezen. En hij sluit af met een zeer beheerste Enescu.

Hannah Shaw komt uit de categorie “allang afgestudeerden”, en heeft derhalve een behoorlijk volwassen vriendenkring. Als partner in het Bes-duo van Mozart heeft ze niemand minder dan Ben Gilmore bij zich, Oskar Back winnar van 2013. De stukken van Oene van Geel kan ze makkelijk mee uit de voeten, hoewel de improvisaties in “Gesualdo” niet de origineelste van allemaal zijn. Ze sluit af met Enescu samen met Daniël Kramer, een puike uitvoering, zij het misschien een beetje voorzichtig, in relatie tot haar ervaring.

We naderen het einde van de 1e ronde, nog maar 3 kandidaten te gaan. Het concertstuk

Michiel Wittink

Michiel Wittink en Margot Kolodziej

van Enescu hebben we inmiddels 15 keer gehoord. Michiel Wittink komt met uitvoering nummer 16, en niet onverdienstelijk. Sommige plekken vallen ten prooi aan stress-gerelateerd haastgevoel, maar hij rondt af met een elegante “telemark landing” (om maar een term uit de schansspringsport te lenen), en oogst daarmee verdiend applaus. De “Skip Count” is virtuoos gedaan, hij zit even wat achterop de beat, maar herstelt zich op tijd. In mijn oor een beetje jiddische invloed (a la Ernst Bloch) op de harmonieën in zijn Gesualdo-improvisaties. En hij sluit af met een opgetogen Mozart in G (samen met Margot Klodziej).

Joosep Ahun

Joosep Ahun

Hierna komt Joosep Ahun, masterstudent uit Den Haag. Zijn Van Geel heeft een eenvoudige maar eigenzinnige improvisatie die een zware wissel trekt op zijn bas-stembanden. Mozart in G samen met Eva de Vries is netjes, maar een beetje kleurloos als je mag vergelijken met de beste uitvoeringen tot nu toe. Gerard Boeters begeleidt alweer voor de 4e keer vandaag in Enescu. Zeker niet slecht, maar hoe goed? Die vraag begint nu steeds heftiger op te spelen in de hoofden van menig kandidaat.

Olga Kowalczyk

Olga Kowalczyk

De allerlaatste: Olga Kowalczyk opent met Mozart in G, zij wèl samen met haar zus, Maria. Nadeel voor haar is dat ik na een hele dag altvioolconcours niet meer weet of ik mijn oren goed kan vertrouwen. Maar volgens mij is er niet veel mis met deze Mozart. Na een “Skip Count” op volle toeren streelt de klankvorming in “Gesualdo” mijn vermoeide oren, en ook hier komt een zangstem in het spel. In het afsluitende Concertstuk melden mijn oren een paar ruwe plekken, maar zoals gezegd, die vertrouw ik nu al niet meer. Het is even doorbijten, maar ik geloof het maar al te graag als ik een prachtig opbouw naar het slotgedeelte hoor. Voilà! (of moet dat zijn: VIOLA!?): het is afgelopen.

Nu is de taak aan de jury. Er zijn in mijn boekje heel veel kanshebbers voor de 2e ronde. Ben benieuwd!

Drie kwartier later komt de uitslag – de volgende zijn door naar de 2e ronde:  Evgeniya Peschanskaya, Hessel Moeselaar, Martin Moriarty, Lara Albesano, Lotus de Vries, William Murray, Take Konoye en Hannah Shaw.

Succes allemaal, morgen (vrijdag) vanaf 11.30u in de Haitinkzaal!

O ja, nog even de volgende extra juryprijzen:
Beste Mozart: William Murray
Beste Van Geel: Take Konoye  (dat had m.i. wel Kellen McDaniel moeten zijn!)


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version:

We are up early today, in order not to miss a single note of the second day of this viola competition. The jury is clearly also eager to go.

Master student Lara Albesano kicks off the day with a very beautiful Mozart (in G major). The jazzy “Skip Count Sweet Miles” by Oene van Geel is technically very good, and performed with apparent ease! The Enescu was also very good, her playing is very mature. If I had to be very picky, a few times the sync with pianist Daniël Kramer is a tiny bit off. But she makes a clear statement here: There will be many competitors in the running for the 2nd round.

Kellen McDaniel hails from California, but currently studies with Zemtsov in The Hague. His opening statement is the Mozart duet in G, together with violinist Danielle Daoukayeva, with whom he has played for several years in the Babylon string quartet, and it shows. In spite of a few mistakes, it is a charming interpretation. The Enescu with Gerard Boeters is however played in ‘safe mode’. But then, preceded with a “one, two, one-two-three-four” – his “Skip Count” is easily the most catchy rendition so far, including a jumping bass player, alert timing and swinging energy.  The bass player also assists with some deeper undertones in the “Gesualdo” improv, which Kellen makes good use of. Interesting turn!

The Turkish student Kardelen Buruk starts off with Enescu. A bit timid in the introduction, but gradually she reaches a good state of flow. Her Mozart is also good. In the “Skip Count” she loses track of the bassist for a while, but recovers nicely in time to finish the piece with bravoura. In the Gesualdo her improv includes a lot of flageolet notes, and a few juicy Bartok-pizzicato’s.

And then Lotus de Vries offers us a nice surprise: Finally someone who has chose the “other” Mozart duo in B flat (KV424). It is technically more demanding, especially for the violinist. But the key is very suitable for a sounding viola voice, and Lotus really succeeds in making that happen. In the improvisations of “Gesualdo” we hear first a folk song and in the next part something that makes me think of a motif from the Shostakovich 10th Symphony, but then much more intense. Finally, her Enescu was a bit ‘heavy’ at times, but she came out all right in the end.

Next up is Esther Fernandez Olalla, a student of Karin Dolman in Rotterdam. She is accompanied by Roderigo Robles de Medina in the Enescu concert piece, and that goes very well! She has booked a lot of progress since the masterclass with Richard Wolfe in January. “Skip Count” offers a dramatic plot twist – Esther is accompanied by her teacher, on the viola! Strictly speaking against the competition rules, but that makes it all the more fun. The relative lack of a steady base pulse is compensated in part by self-induced swing. Not bad! The Mozart offers a different “first”, that of a male violinist, a quite steady Manuel Muñoz. But I missed musical “suspense” in this piece.

Fourth-year student Sophie Vroegop enters the stage with Vera Werkman for the B flat Mozart duo. Some nices harmonies are made together, and in spite of some intonation issues, there is enough musicality. She then moves on to Enescu (with Gerard Boeters), succeeding in making good dynamic arcs. In the piece of Oene van Geel she appears with a live bass guitarist! That swings nicely. In “Gesualdo” another new invention is brought up: Improvisation in guitar style, with the viola tucked under the arm.

Up next: William Murray. Mozart in B flat with Cordelia Paw is a musical feast! In “Gesualdo” he starts singing out loud, and in combination with his viola it suddenly becomes a madrigal choir, fantastic! But his true prowess shows in Enescu, where he can fully exploit the power of his sonorous, deep Amati viola. He has a good stage presence, projecting confidence and pleasure in his work. I’m sure we will see him in the next round.

Takehiro (“Take”) Konoye is the youngest contestant of them all, but far from the least capable. He starts out with Oene van Geel, with a very good and virtuosic “Skip Count”. In “Gesualdo” he demonstrates that he also knows what to do with tone coloring and sound production. In the Mozart G-major duo he plays – to my surprise – with Shin Sihan, rather than his own twin sister Mayu, with whom he has already won several prizes as a duo. But mr. Sihan certainly knows his Mozart, so no problem. Take closes out with a very well-controlled Enescu.

Hannah Shaw participates in the category of “postgraduates”, and as such she can tap into a very grown-up network fo musical friends. Hence, in the Mozart duo (B flat), she appears with Ben Gilmore, the 2013 Oskar Back competition winner. She also manages well with the pieces by Oene van Geel, although the improvisations in “Gesualdo” are not the most original ones. She finishes with Enescu, accompanied by Daniël Kramer, a fine performance, albeit perhaps a bit on the “risk-averse” side, in light of her already significant professional experience.

We are nearing the end of the 1st round, only 3 candidates left. We have now heard the Enescu piece 15 times. Michiel Wittink brings us number 16, and quite meritably so. Some spots fall victim to stress-induced hastening, but he closes out with an elegant “Telemark landing” (to borrow some ski-jumping terminology), and receives deserved applause for this feat. The “Skip Count” piece is done very virtuosically, for a short while he is slightly behind the beat, but recovers. His the Gesualdo-improvs have a Yiddish flavour, in an Ernst-Bloch-like sense. His “home stretch” is a jubilant Mozart in G, together with Margot Kolodziej.

After this comes Joosep Ahun, Master student from The Hague. His “Gesualdo” has a simple but wayward improvisation which makes a big demand on his bass vocal chords. Mozart duo in G with Eva de Vries is totally OK but a bit bland when compared to the best renditions so far. Gerard Boeters then accompanies the Enescu for the 4th time today. Joosep’s version is certainly not bad, but how good is it? This question looms in many a candidate’s mind right now.

The last candidate, Olga Kowalczyk, starts with Mozart duo in G. Unlike Take, she does play with her sister, Maria. A disadvantage for her is that I’m starting to distrust my ears after a whole day’s worth of viola competition. But as far as I can tell, there’s not much wrong with her Mozart. After a “Skip Count” at full speed, her tranquil sounds in the “Gesualdo” is soothing to my weary ears. She throws in some vocal cords for good measure. In the final rendition of the Concert piece my ears signal a few rough spots, but like I said, they’re not to be trusted anymore. Hanging on with my last bits of auditive concentration, I am so willing to believe that I just experienced a magnificent build-up towards the finale of this piece. Voilà! (or should that be VIOLA!?). It is finished.

Now the rest is up to the jury. In my book there are many people in the running for the 2nd round. I’m curious!

Three quarters of an hour later we have the verdict of the jury – the following people go on to the 2nd round:  Evgeniya Peschanskaya, Hessel Moeselaar, Martin Moriarty, Lara Albesano, Lotus de Vries, William Murray, Take Konoye and Hannah Shaw.

We wish you good luck tomorrow (Friday), starting at 11.30h in the Haitinkzaal!

Almost forgot, there were two extra jury prizes:
Best Mozart: William Murray
Best Van Geel: Take Konoye  (that should have been Kellen McDaniel, IMHO!)


AVF 2017, Dag 1: Kick-off

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

Francien Schatborn opent het 6e Amsterdam Viola Festival

Francien Schatborn opent het 6e Amsterdam Viola Festival

Het is zover, het 6e Amsterdam Viola Festival is van start gegaan. We worden welkom geheten door artistiek leider Francien Schatborn. Vanavond begint de eerste ronde van het Nationaal Altvioolconcours, waarbij de eerste zes (van in totaal 18) kandidaten hun kunsten zullen laten horen.

Het programma vanavond is vrij bijzonder, alle kandidaten spelen precies dezelfde stukken. Ze hadden mogen kiezen tussen twee Mozart-duos, maar iedereen heeft de uitbundige G-groot duo gekozen.

Verder staat het Concertstuk van Enescu en een opdrachtsstuk van Oene van Geel als verplichte werken op het programma.

De eerste kandidaat is de Argentijns-Italiaanse Carla Regio. De Mozart gaat haar goed af, zij speelt dit duo vanavond als enige uit het hoofd, samen met violiste Cordelia Paw. In het snelle jazzstuk “Skip Count Sweet Miles” (opdrachtsstuk van Oene van Geel)

025

Carla Regio in actie met “Skip Count Sweet Miles” van Oene van Geel

laat ze zich begeleiden door een contrabas (ipv het bandje met Mark Haanstra op basgitaar). Dit verhoogt wel de kamermuzikale gehalte van het optreden, maar kent ook risico’s. In dit geval wiebelt het tempo ietswat, en komt de swing er niet goed uit. In “Gesualdo’s bovenkamer” laat ze haar klank in de improv-stukken aanvullen met een electronica-loop, waarin haar stem ook meewerkt. Effectvol gedaan! Haar inspanningen worden beloond met luid gejuich van vele aanwezige fans.

Hierna komt de russische Evgeniya Peschanskaya, masterstudente in Den Haag. Zij speelt een krachtvolle Mozart en Enescu, en in “Gesualdo’s bovenkamer” zet ze een groots uitgewerkte cadenza neer. Veel energie, veel temperament.

José Nunes

José Nunes

José Nunes laat zien dat hij veel in huis heeft. Door de zenuwen sluipen er wat schoonheidsfouten in, maar die maakt hij snel weer goed door hele sublieme zaken te doen. De Mozart was heel aardig, en in het afsluitende “Gesualdo’s bovenkamer” zijn er heel veel mooie klanken, ook al is de improvisatie niet echt heel origineel. Veel respect voor dit optreden.

Na en verkorte koffiepauze is Hessel Moeselaar aan de beurt. Een oude bekende, die wederom niet teleurstelt. In het Mozart-duo heeft hij een ongekend spannende pianissimo-plek gemaakt. De Enescu is van hoge kwaliteit. In zijn poging om de onwennige riedels in “Skip Count Sweet Miles” te bezweren, komt het een beetje flegmatiek over. In “Gesualdo’s bovenkamer” zit een improvisatie die nogal neoklassiek overkomt, daarin zijn we nogal ver afgedwaald van de grillige harmonieën van “modernist-ver-voor-zijn-tijd-uit” Gesualdo. .

De volgende kandidate is Ursula Skaug. Before you ask, ja, dat is mijn dochter, dus ik kan er niet zo objectief over schrijven. Zowel Mozart (met Vera Werkman, viool) en Enescu (met Gerard Boeters op piano) zitten goed in elkaar. In de improv van “Gesualdo’s bovenkamer” voegt ze een vleugje boventoonszang toe. Best cool.

032a

Martin Moriarty in het Mozart-duo

Als laatste kandidaat van de avond verschijnt Martin Moriarty. Hij is als altvioolspeler enorm gegroeid in Amsterdam. Wat hij laat horen is in zijn totaliteit zonder meer de beste prestatie van deze avond. Vooral zijn Enescu maakt indruk, hij neemt tijd en ruimte om het stuk meer persoonlijkheid te geven. Zelfverzekerd veegt hij de vloer aan met alle technische obstakels. Bravo.

Morgen volgen nog 12 kandidaten.

Ben blij dat ik niet in de jury zit.


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version:

Finally, the 6th Amsterdam Viola Festival has started. Artistic leader Francien Schatborn welcomes the audience. Tonight, the first round of the National Viola Competition starts, whereby the first six (of in total 18) candidates will perform.

The programme this evening is quite special, all candidates will play exactly the same pieces. They did have the choice between two different Mozart duets, but everyone chose the same exuberant G major duet. The (in)famous “Concert piece” by Enescu and a commissioned piece by Oene van Geel are also mandatory works in this round.

The first candidate is the Argentinian-Italian Carla Regio. Mozart suits her nicely, she plays this duet by heart, together with violinist Cordelia Paw. In the fast jazzy piece “Skip Count Sweet Miles”, she has brought in a double-bass player for accompaniment (instead of the tape with bass guitar played by Mark Haanstra). This heightens the chamber-music feel of the performance, but it also brings some risks. In this case the tempo is unstable, and the ‘swing’ doesn’t quite work out. In the piece “Gesualdo’s top floor”, she uses electronic sampling loops to enrich the sound, including some contributions from her own voice. Quite a nice effect! Her efforts are rewarded with loud cheers from her loyal fans.

The next candidate is the russian Evgeniya Peschanskaya, currently a master student in The Hague. Her Mozart and Enescu are forecully delivered, and the “Gesualdo’s top floor” includes a quite expansive cadenza. Lots of energy and temperament.

José Nunes demonstrates that he has quite a lot to offer. Here and there the nervousness leads to some errors, but he quickly amends for those with sublime playing. His Mozart is very good, and in the closing piece “Gesualdo’s top floor”, there are many beautiful sounds to be heard, even though the improv isn’t too original. Overall though, my respect for this performance.

After an abridged coffee break, it is Hessel Moeselaar‘s turn. An old acquaintance, who once again does not disappoint us. In the Mozart duet, he makes an unbelievably soft pianissimo. And he plays a high-quality Enescu. In an attempt to conquer the unwieldy runs in “Skip Count Sweet Miles” with an appropriate measure of jazzy laid-backness, the result becomes a bit too phlegmatic, however. In the “Gesualdo’s top floor” he builds an elaborate improvisation that sounds oddly neoclassical, in other words it strays quite far from the quirky harmonies of “modernist-far-before-his-time” Gesualdo.

Ursula Skaug is the next one up. Before you ask, yes, she is my daughter – so I can hardly write objectively about her. Both her Mozart (with Vera Werkman, violin) and Enescu (with Gerard Boeters, piano) are well done. During the improv in “Gesualdo’s top floor'”, she throws a waft of overtone singing into the mix, quite cool.

The last candidate for tonight is Martin Moriarty. He has grown enormously as a a violist during his years in Amsterdam. His overall performance is hands-down the best achievement of this evening. Especially his Enescu is impressive, he takes the time and space to give the piece more personality. He confidently deals with all technical challenges in this piece. Bravo.

Tomorrow, the 1st Round continues with 12 more candidates.

I’m glad that I’m not in the jury.

 


Verslag Masterclass Richard Wolfe

Utrecht, 14 januari 201720170114_021

Deze workshop “Ter voorbereiding van het Nationaal Altvioolconcours 2017” werd door de doelgroep aanvankelijk wat afwachtend bekeken: Welke van de 20 concours-deelnemers zouden het lef hebben (“just watch this!“) om hun spel in een openbare masterclass te laten bekritiseren door conservatoriumdocent en NedPhO-aanvoerder Richard Wolfe?

Uiteindelijk heeft de leergierigheid het gewonnen van de verlegenheid: Wie niet waagt, die niet wint! De vijf moedigen waren:

  • Esther Fernandez Olalla (Codarts),
  • Raquel Sanchez Gonzalez (Codarts, hors concours),
  • Kardelen Buruk (KonCon),
  • Martin Moriarty (CvA)
  • William Murray (CvA). .

Helaas was de pianist ziek, dus het moest allemaal zonder begeleiding, maar dat mocht de pret niet drukken.

Het “Konzertstück” van Enescu is één van de drie verplichte werken in de eerste ronde van het concours. De overige twee verplichte werken zijn: Een Mozart-duet viool/altviool en een opdrachtscompositie van Oene van Geel, die pas vorig week is uitgegeven.

Vandaar dat bijna alle deelnemers ervoor hadden gekozen om aan het stuk van Enescu te werken in de masterclass. Dit is een echte “Pièce de concours“, geschreven voor de eindexamens bij het conservatorium in Parijs (vorig jaar heeft de DVS over deze categorie stukken een aparte workshop gegeven). Het bevat een groot aantal technische uitdagingen, die allemaal binnen 10 minuutjes de revu passeren: Arpeggio’s, chromatische toonladders, van laag tot heel hoog, akelige dubbelgrepen, noem maar op.

Sommigen maken grote indruk met zeer precies en virtuoos linkerhandwerk, maar hebben dan weer moeite met stokindeling, adem en frasering. Anderen zijn onzeker mbt de intonatie op dubbelgrepen. Sommigen hebben moeite om genoeg klank te produceren in de uitbundige passages, anderen vinden juist een uitdaging in het maken van een voldoende subtiele pianissimo. Een terugkerend gespreksonderwerp van de docent is het verbinden van noten en frasen en de rol van streek en vibrato hierbij.

Ondanks dat ik me had voorgenomen om geen individuele prestaties met naam te noemen, wil ik toch twee uitzonderingen maken:

Ten eerste Raquel Sanchez Gonzalez (Codarts), die geen concoursdeelnemer is, maar heeft laten horen dat ze met haar Walton-concert goed bezig is.

Ten tweede William Murray, die niet alleen in bezit is van een erg mooie Amati altviool, maar tevens een verpletterende Hindemith op.25/1 in huis blijkt te hebben.

De deelnemers (en toehoorders) hebben veel inspiratie opgedaan bij deze uitgebreide masterclass-dag, wat dat betreft is het Nationaal Altvioolconcours, dat over een maand begint, opeens heel veel dichterbij gekomen. Veel dank aan Richard Wolfe! En wij wensen iedereen heel veel succes met de laatste weken van concoursvoorbereidingen!

Kristofer G. Skaug

20170114_029 20170114_037

20170114_04520170114_053

 

 

 

 

 

 

20170114_054

 


Aankondiging 6th Amsterdam Viola Festival & 5th National Viola Competition 2017

AVF_Logo Het Conservatorium van Amsterdam verwelkomt van 15-19 februari 2017 altviool-enthousiasten uit het hele land voor een festival met twee componenten:

  • Het Amsterdam Viola Festival, met lezingen, masterclasses en concerten, in samenwerking met de Dutch Viola Society, die hierbinnen het 3e Nationaal Altvioolcongres organiseert;
  • Het Nationaal Altvioolconcours, voor conservatoriumstudenten en jonge professionals tot 30 jaar.

Officieel programmaboekje van het festival [NIEUW]: Download Link [PDF].

Overzicht / samenvatting:
Hieronder wordt een samenvatting van het festivalprogramma gepresenteerd.
Wij wijzen erop dat onderstaande informatie wordt beheerd door de leiding van het festival, en zou kunnen veranderen. In geval van discrepantie zal de informatie op de
festivalwebsite van het Conservatorium altijd leidend zijn.

Woensdag 15/02

19:00-23:00: Sweelinckzaal:
Nationaal Altvioolconcours, 1e Ronde met verplicht programma:
Mozart Duo viool/altviool; Enescu Konzertstück; Opdrachtsompositie Oene van Geel;

Donderdag 16/02

09:30-19:00: Diverse locaties:
Masterclasses met Nobuko Imai, Sven Arne Tepl en Wenting Kang

10:00-17:00: Sweelinckzaal:
Nationaal Altvioolconcours, 1e Ronde (voortzetting van 15/02)

avf2017_strip_2_artists

Artiesten van het AVF’2017: Annemarie Hensens en Wenting Kang

19:30-21:30: Sweelinckzaal:
Altvioolconcert van Oene van Geel:
Annemarie Hensens soleert met ensemble CvA
Docentenconcert
– mmv Nobuko Imai, Judith Wijzenbeek e.a.

Vrijdag 17/02

09:30-17:00: Diverse locaties (4e verdieping):
Masterclasses met Francien Schatborn, Marjolein Dispa, Richard Wolfe, Tepl en Kang

11:30-17:00: Haitinkzaal:
Nationaal Altvioolconcours, 2e Ronde met als programma:
– Sonate van Röntgen, Martinu, De Cruck, Milhaud, Koechlin, Badings of Bax
– 20e eeuw Solosonate van Hindemith, Strawinsky, Penderecki, Reger, Britten of Ligeti

20:00-21:30: Haitinkzaal:
Concert – mmv Nobuko Imai en Wenting Kang (muziek van Bartok en Brahms);

avf2017_strip_1_artists

Artiesten van het AVF’2017: Nobuko Imai, Oene van Geel, Saeko Oguma

Zaterdag 18/02

10:00-15:00: Diverse locaties (4e verdieping):
Masterclasses met o.a. Jürgen Kussmaul en Oene van Geel (improvisatieworkshop)

11:00-14:00: Sweelinckzaal: Marathon Mozart-kwintetten

Strijkkwintet nr. 6 in Es gr.t., K.614
– William Murray en Ásdis Valdimarsdottir (altviool)
mmv. Cordelia Paw en Richard Wolfe (viool), Mick Stirling, cello

Strijkkwintet nr. 5 in D gr.t., K.593
– Francien Schatborn (altviool), Lisa Eggen (altviool) en haar Dostojevski Kwartet

Strijkkwintet nr. 2 in c kl.t., K.406/516b
– Laura Hovestad en Jurriaan Klapwijk (altviool),
mmv. Ana Cikste en Richard Wolfe (viool), Madara Fogelmane, cello

Pauze (tot 13:00)

Strijkkwintet nr. 3 in C gr.t., K.515
– Marjolein Dispa (altviool), Carlos Delgado Antequera (altviool) en zijn Canto Quartet

Strijkkwintet nr. 1 in Bes gr.t., K.174
– Richard Wolfe (altviool), Shih-Hsien Tsai (altviool) en zijn Cheng Quartet

16:30-23:30: Splendor: 3e Nationaal Altvioolbijeenkomst (Dutch Viola Society):
Feestelijk evenement georganiseerd door de DVS. Toegang met korting voor studenten en vrienden van de DVS.

  • Lezing over onderhoud door vioolbouwer Jan van der Elst (Dordrecht)
  • Presentatie Dutch Viola Society en Projectplan IVC Rotterdam 2018
  • Viola Pitch
  • Viola Lounge
  • Bonte Avond, met diverse optredens van concoursdeelnemers, altvioolensembles, Oene van Geel en Saeko Oguma

Zie voor meer details deze pagina over de DVS-bijeenkomst.

Zondag 19/02

12:00-13:00: Sweelinckzaal:
Concert – mmv Francien Schatborn & friends (muziek van Telemann en Mozart);

14:00-16:00: Haitinkzaal:
Nationaal Altvioolconcours, 3e Ronde (Finale)
met als programma:
– Enescu Konzertstück;
– 1e deel uit concert van Walton, Bartok, of Hindemiths Schwanendreher

avf2017_strip_3_jury

Juryleden van het Nationaal Altvioolconcours 2017: Roland Kieft, Hannah Strijbos, Jürgen Kussmaul (niet op de foto: Erik van de Wel)

16:30: Mezzo / kantine:  Afsluitende borrel

 

 


Anuschka Pedano wint Classic Young Masters 2016

anuschka

De zeer talentvolle Anuschka Micaela Pedano (16) uit Zoetermeer heeft agelopen weekend in Rotterdam het selectieconcours Classic Young Masters 2016 gewonnen.

Na de beslissende “Meesterproef” in de Jurriaanse Zaal is zij, samen met Jelmer de Moed (klarinet) en Deborah Witteveen (saxofoon), aangewezen als winnares. Anuschka is leerling van Julia Dinerstein bij het Rotterdamse Hellendaal Instituut. Met het predikaat “Classic Young Master” wordt zij in het komende jaar opgenomen in een begeleidingstraject voor talentontwikkeling met coaching en exclusieve optredens.

Onder de zes finalisten bevond zich ook altvioliste Elisa Karen Tavenier, studente van Mikhail Zemtsov bij het Koninklijk Conservatorium. Zij is daarmee ook officieel Laureate van Classic Young Masters.

De DVS feliciteert Anuschka en Elisa Karen met hun prachtige prestaties!