Verslag Britten Altvioolconcours 2019

door Kristofer G. Skaug, DVS redactie

Redactionele opmerking: Uitspraken van subjectieve aard worden op persoonlijke titel gepubliceerd, en vertegenwoordigen derhalve geen officiëel standpunt van de DVS.

De vierde editie van het Britten Altvioolconcours is afgelopen zondag (17 maart) gehouden bij het ArTEZ conservatorium in Zwolle. Onze wensen naar aanleiding van de deelname in de 2017-editie zijn verhoord: Niet alleen was er dit jaar sprake van een recordaantal van 19 deelnemers, maar ze kwamen ook nog eens van een groot aantal verschillende docenten af – zowel de voorlopleidingen / talentenklassen van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Zwolle waren goed vertegenwoordigd.

De deelnemers uit Categorie 2 (15-18 jaar) waren als eerste aan de beurt. Het verplichte stuk was het Adagio uit het altvioolconcert van Henk Badings, een stuk dat veel vraagt van de muzikale verbeeldingskracht van de spelers. Daarnaast speelde iedereen een stuk naar eigen keuze.

Het gaat te ver om een uitgebreide evaluatie te doen, maar we hebben kunnen genieten van in totaal 15 vertolkingen van Badings. Dit was voor de jury ook een onmisbaar ijkpunt om de kandidaten met elkaar te kunnen vergelijken.

Enkele deelnemers uit Categorie 2: Vlnr. Steffie, Mila, Sylven, Simon, Ida

Onder de opmerkelijke keuzestukken kunnen we noemen het technische hoogstandje Carnavale di Venezia (Paganini/Kugel), uitgevoerd door Brittenconcousveteraan Steffie de Konink (17, Delfgauw). De conservatoriumstudente Raquel Roldán (18, Utrecht) bracht een deel uit een zelden gehoord altvioolconcert (bewerking?) van J. Chr. Bach, met mooie volle klanken. De machtige Grand Tango van Piazzolla werd met veel bravoure gespeeld door Mila Kastelein (16, Den Haag). Een hele verademing tussen alle Bruch, Schumann, en overige “ijzeren repertoire” was dan ook de Blues voor Bennie (E. Pütz), een jazzy, Gerschwin-acthtig deuntje, met gepaste luchtigheid neergezet door Sylven van Sasse van Ysselt. Uberhaupt is mijn wens voor toekomstige edities van het Brittenconcours dat er bij de keuzestukken een “verbod” komt op standaardstukken zoals de Fantasie van Hummel, het Hoffmeister-concert enz. Er is zoveel leuk altvioolrepertoire van de 20e en 21e eeuw – duik daar maar in!

Sfeerimpressie: De jury luistert naar Sunniva’s voordracht van Tsintsadze

Tijdens de uitgebreide lunchpauze (die konden we goed gebruiken!) was er juryberaad voor Categorie 2. De DVS had een stand neergezet om nieuwe vrienden te werven en ook het verkoop van een breed assortiment van gadgets, stickers en CD’s.

De stand van DVS, bemand door Sofie!

Na de break waren de jongsten aan de beurt: In Categorie 1 (10-14 jaar) waren er vier kandidaten dit jaar. Het verplichte werk was het derde deel uit de Sonatine (op.35b) van Berthold Hummel, een leuk allegro dat hobbelt tussen 4/4 en 3/4 maten, technisch goed toegankelijk voor jonge altviolisten (alles kan desnoods in de 1e positie gespeeld worden), maar met genoeg mogelijkheden tot uitdieping en tempoversnelling voor de iets meer gevorderden.

Deelnemers uit Categorie 1: vlnr. Norea, Tygo, Sarah

Norea Quirijnen (14, Zutphen) liet al gelijk zien hoe dat moest: ze speelde met grote expressiviteit de hele Sonatine (waar ook hele mooie lyrische passages in zitten), en rondde af met het verplichte laatste deel in een verrukkelijk hoog tempo. Daarna kwam Juliëtte Gielen (12, Rijswijk) met het mooie – en voor mij nog onbekende – Chanson Celtique van Forsyth. Tygo de Waal (12, Ooltgensplaat) had een concert van Händel voorbereid, en de charmante Sarah Sikkes (10 jaar, Amstelveen) bracht als laatste kandidate van dit concours de bekende Siciliënne van Fauré.

Tijdens het wachten op de uitslag van de jury hielden Karin Dolman en Ursula Skaug een pitch namens de DVS, waarin o.a. een oproep werd gedaan voor nieuwe bestuursleden, rayonhoofden en student-contactleden. Gelukkig hadden ze heel veel te melden, want de jury had echt even nodig om eruit te komen, met zoveel goede kandidaten.

Karin en Ursula pitchen voor de DVS tijdens het juryberaad

Om 17:20u kwam de jury eindelijk in de zaal terug en nam plaats op het podium: Yke Topoel, Ásdís Valdimarsdóttir, Roeland Jagers, Loes Visser, Liesbeth Steffens en Francien Schatborn. De uitslag luidde als volgt:

Categorie 1 (10 t/m 14 jaar)
1e prijs en jongerenjuryprijs: Norea Quirijnen (14 jaar, Zutphen)
Uit het juryrapport: “Norea Quirijnen is een echte verhalenverteller. Ze maakte indruk met haar sprookjesachtige spel, mooie uitstraling en enorme flair.”
Aanmoedigingsprijs (DVS Bladmuziekprijs): Sarah Sikkes (10 jaar, Amstelveen)

Categorie 2 (15 t/m 18 jaar)
1e prijs en jongerenjuryprijs: Sunniva Skaug (15 jaar, Delft)
Uit het juryrapport: “Sunniva Skaug gaat volledig op in de muziek en geeft met haar gedreven energie en muzikaliteit elke noot een eigen lading mee.”
2e prijs: Elin Haver (15 jaar, Amstelveen)
3e prijs: Mila Kastelein (16 jaar, Den Haag): Woudschotenprijs
Aanmoedigingsprijzen:
Raquel Roldán i Montserrat (18 jaar, Utrecht): DVS Bladmuziekprijs
Ida Weidner (17 jaar, Amsterdam): Concertbonnenprijs Orkest van het Oosten
Extra jongerenjuryprijs: Steffie de Konink (17 jaar, Delfgauw)

De DVS Bladmuziekprijzen gingen naar Sarah Sikkes en Raquel Roldán.

De volledige uitslag (inclusief het Britten Celloconcours 2019) vindt u hier.

Norea en Sunniva zullen met het Britten Jeugd Strijkorkest soleren op zondag 7 april bij het traditionele laureatenconcert in De Spiegel (Zwolle). Meer informatie over dit concert vindt u hier.

Hartelijk dank aan de organisatie, met name René Luijpen (die na dit concours terugtreedt als voorzitter), Jorien Quirijnen, Dorien Deodatus en Loes Visser.

(Bijna) Alle deelnemers van het Britten Altvioolconcours 2019

Sunniva Skaug wint 2e Prijs in Maassluis

De Delftse altvioliste Sunniva Skaug (15 jaar) heeft afgelopen week de 2e prijs gewonnen bij de 60e editie van het Jong Talent Concours Maassluis (voorheen de Maassluise Muziekweek), in de categorie 13-17 jaar. Het deelnemersveld in deze leeftijdscategorie telde 45 talenten uit heel Nederland op allerlei verschillende instrumenten. De (hoofdprijs)winnaar werd de bastrombonist Pelle van Esch (17).

Sunniva ontvangt haar prijs uit de handen van de burgemeester van Maassluis, Edo Haan

Bij haar voorspeelbeurt speelde Sunniva het langzame deel uit het altvioolconcert van Henk Badings, en een dans van de Georgische componist Sulkhan Tsintsadze, met begeleiding van Natasja Douma op de piano.

Sunniva heeft altvioolles bij Julia Dinerstein bij het Hellendaal-instituut in Rotterdam, en ze speelt op een altviool gebouwd door Daniël Royé in 2016.

Officiële berichtgeving:
https://maassluisemuziekweek.nl/nieuws/mmw/de-prijswinnaars-van-jong-talent-concours-maassluis-2019-zijn-bekend

Ontzettend gefeliciteerd!

Norea Quirijnen wint 1e prijs PCC Oost

(c) Majanka Fotografie

Altvioliste Norea Quirijnen (14 jaar) uit Zutphen won vanmiddag een gave 1e prijs in Categorie 1 bij het Prinses Christina Concours Oost in Enschede. Zij gaat hiermee door naar de nationale halve finale op 6 april in Den Haag. Verder verdiende ze een solistisch optreden met het Britten Jeugd Strijkorkest en een optreden in Musis Sacrum (Arnhem), plus een masterclass met een gerenommeerde docent naar keuze.

Van harte gefeliciteerd!

De volledige uitslag van het PCC in Enschede is hier te zien.


Programma Brittenconcours 2019 Bekend!

Voor alle jonge altviolisten 10 t/m 18 jaar: Het tweejaarlijkse Britten Altvioolconcours vindt op zondag 17 maart 2019 plaats in het ArtEZ Conservatorium in Zwolle.

Verplicht werk in categorie I (10-14j): 3e deel uit de Sonatine op.35b van Berthold Hummel
Verplicht werk in categorie II (15-18j): 2e deel uit het Altvioolconcert van Badings

Prijswinnaars treden op als solist met het Britten Jeugd Strijkorkest olv. Loes Visser bij het laureatenconcert op zondag 7 april 2019 in Theater De Spiegel, Zwolle.

Voor meer informatie en aanmelding, ga naar de website van het Brittenconcours!


Sunniva Skaug wint 2e prijs PCC Zuid 1

De jonge altvioliste Sunniva Skaug (14 jaar, Delft) heeft vanmiddag een mooie 2e prijs in de wacht gesleept (Categorie 1: 12 t/m 14 jaar) tijdens het Prinses Christina Concours, Regiofinale Zuid 1 in ‘s Hertogenbosch. Zij is tevens door naar de Nationale halve finale van het PCC op 7 april in Den Haag. Ze speelde de Fantasie van Johann Nepomuk Hummel, begeleid door Natasja Douma op de piano.

(foto: Sandra Heldring)

Sedna Heitzman (17 jaar, Alphen a/d Rijn) won tevens op de altviool samen met haar strijkkwartet (Viride kwartet) de 1e prijs in Categorie 2 (15 t/m 18 jaar), voor een schitterende vertolking – uit het hoofd – van het 1e strijkkwartet van Grieg.

Altvioliste Steffie de Konink (16 jaar, Delfgauw) trad op met de Scene de Ballet van de Beriot werd beloond met een Eervolle Vermelding.

Gefeliciteerd!

 


Verslag Britten Altvioolconcours 2017

door Kristofer G. Skaug, DVS redactie

Redactionele opmerking: Recensies worden op persoonlijke titel gepubliceerd, en vertegenwoordigen derhalve geen officiëel standpunt van de DVS.

Als het voor het eerst gebeurt (zoals in 2013) is het nog uniek. De tweede keer (2015) kan sprake zijn van ‘wegens succes verlengd’. Maar dit jaar wordt het Britten Altvioolconcours alweer voor de derde keer gehouden, en kunnen we met recht spreken van een traditie: Die zondag, medio maart, waar jong altvioolspelend Nederland op pad gaat naar Zwolle. Er zijn in totaal 11 deelnemers, waarvan acht leerlingen van Julia Dinerstein en twee van Karin Dolman (laten we wel hopen dat in toekomstige edities ook andere altviooldocenten hun jonge leerlingen gaan aanmoedingen om mee te doen!).

20170319_027a

Silke

In de jongste categorie (10-14 jaar) zijn er vier kandidaten dit jaar. Het verplichte werk is de mooie Prelude uit de suite voor altviool en orkest van Vaughan Williams.

De allereerste kandidate van de dag is Silke Veldman (14, Zwolle). Haar Prelude is keurig uitgevoerd, maar mist een beetje kleur. Daarna speelt ze een stuk uit 5 Old French Dances van Marin Marais, heel leuk gedaan.

20170319_030

Stepan

Vervolgens speelt Stepan Prikazchikov (14, Den Haag). Hij is pas sinds kort overgestapt op altviool, en het bevalt hem duidelijk heel goed. Zijn uitvoering van Vaughan Williams zit vol belofte, en we leren snel om door de iets rafelige randjes heen te luisteren. Als keuzestuk speelt hij deel 3 uit de Sonatine van Berthold Hummel – een levendig dansje met prikkelende 7/4 rytmes, goed gedaan.

20170319_034

Sunniva

De derde kandidate is Sunniva Skaug (13, Delft), dochter van schrijver dezes en de jongste deelnemer bij deze editie van het concours.
Ze speelt haar hele programma uit het hoofd, en verwerft hiermee vrijheid om extra aandacht te besteden aan klank en frasering. Als keuzestuk speelt ze het 3e deel van het Zelter-concert, een Rondo met diverse variaties en recitatieven. Ik zal mij in het belang van journalistieke integriteit niet wagen aan een evaluatie.

20170319_042

Luna

Tot slot komt Luna Verschoor (14, Zwolle), zij brengt een mooie Vaughan Williams, en vervolgt met een hele innemende Apres un Rêve van Fauré: mooie dromerige klank op de C-snaar.

Na een lunchpauze met ingebouwd juryberaad kunnen we verder met de oudste categorie (15-18 jaar). Hier is het verplichte werk de (onder altviolisten zeer bekende) Romance van Max Bruch.

20170319_052

Johanna

Johanna Kouwenhoven (16, Zwolle) bijt de spits af. Zij speelt Bruch met mooie klank en vibrato. Het is heel beheerst. Iets meer dynamiek (vooral in de stormachtige passage in het midden) had gemogen.  Naast Bruch speelt ze een stuk van Carl Reinecke met de levendige titel Jahrmarkt. Het blijkt dan ook een vlug en vrolijk dansje te zijn. Prima gespeeld!

20170319_054

Steffie

De volgende kandidate is Steffie de Konink (15, Delfgauw). Zij is vaste gast bij het Brittenconcours, ze won bij beide voorgaande edities de 1e prijs in Catgorie 1. Voor het eerst mag ze zich bewijzen in de oudste groep. De lessenaar gaat voor haar opkomst al naar het hoekje: uit het hoofd. Bruch wordt met veel vrijheid en inleving gebracht. Heel af en toe valt de emotie negatief uit op haar klank. Maar het is een meeslepende uitvoering, brava. Vervolgens komt een leuk volksdansje,  Sachidao van Tsintsadze. Vergeleken met Bruch is dit gesneden koek, en leuk gebracht, met een lachje.

20170319_069

Sylven

Sylven van Sasse van Ysselt (16, Dordrecht) speelt pas sinds een half jaar altviool (daarvoor wel viool). Hij begint met een solostuk uit Three American Pieces van dhr. A. Minsky. Dit rytmische stukje is heel swingend. Ondanks wat technische haperingen brengt hij het tot een goed einde. In Bruch is hij duidelijk bevangen door de druk en sneuvelen er een paar loopjes. Hij bewijst echter ook handig om te kunnen springen met dit soort klein averij om het stuk op de rails te houden. In de lyrische passages horen wij dat een mooiere toon er wel inzit. Wat dat betreft een geslaagde presentatie, al zal het waarschijnlijk nog niet goed genoeg zijn om mee te dingen voor de prijzen dit keer.

Nu weer een Brittenconcours-veteraan op het podium: Jeltje Quirijnen (17, Zutphen) opent met Bruch, uit het hoofd. Ze heeft een erg mooie toon en een boterzachte klank in haar instrument. Heel aangenaam voor het oor! Ze gaat uiterst beheerst om met de technische passages. Het geheel is heel ingetogen, misschien net iets te rustig. Komt het vuurwerk dan met de Khoroumi van Tsintsadze? Jawel, de presentatie van de aanstekelijke 5/8 maat mag er wezen.

20170319_081

Emma

Emma van den Wijngaard (16, Zwolle) speelt sinds 2 jaar altviool, maar speelt ook nog steeds viool.  De Elegie van Glazunov is niet zo’n interessant contrast met Bruch, maar voor een ‘instapper’ is het een relatief dankbare keus. Bij Emma moet de echte altviool-vibrato nog wel tot bloei komen, maar er wordt met goed gevoel voor klank en frasering een degelijk resultaat gebracht. Bruch is technisch een stuk lastiger, de overwinning is dan ook des te groter bij de eindstreep.

Hij is echt een lefgozer: Jonas Meenderink (15, Oostvoorne). Bij de vorige editie van het Brittenconcours kwam hij als 13-jarige aanzetten met het concert van Hoffmeister (een conservatorium examensstuk), vandaag waagt zich aan de zeer volwassene 2e sonate van Brahms. Dit stuk is oorspronkelijk voor klarinet geschreven, maar door de componist zelf ook voor altviool bewerkt (de DVS zal volgende maand aan de verschillen tussen de klarinet- en altvioolversie een workshop wijden!). Jonas bewijst over veel muzikaliteit te beschikken, en zijn toon benadert in mijn oren al aardig het Brahms-idioom. Het is echter een heel machtig stuk met veel uitdagingen, en niet allen heeft hij nog het hoofd kunnen bieden. Bij Bruch laat hij knappe staaltjes techniek horen en ook mooie contrasten in dynamiek. Al met al een beetje teveel hooi op de vork genomen.

20170319_098

Kaat

Als laatste kandidate speelt Kaat Schraepen (16, Molenstede, België). Onze verwachtingen zijn hooggespannen, ze is immers vaker in de prijzen gevallen. En ze stelt niet teleur: Haar Bruch is direct aansprekend. Niet alleen is het technisch heel goed afgewerkt, ze weet ook grote profielen aan te brengen in dynamiek en klank. In mijn oren geen twijfel: de beste Bruch van de dag. En dan, het altvioolconcert van Badings, deel 3: Allegro Molto – veel vaart in een snelle driedelige maat. Het stuk heeft een hoge moeilijkheidsgraad. Een paar loopjes misten nauwkeurigheid, verder speelt ze het vlot weg. Een indrukwekkende vertoning.

Na een ruim uur overleg komt de juryuitspraak:

Categorie 1: 

1e Prijs: Sunniva Skaug,  tevens de Prijs van de jeugdjury;
Aanmoedigingsprijzen: Stepan Prikazchikov en Luna Verschoor

Categorie 2:

1e Prijs: Kaat Schraepen en Jeltje Quirijnen (gedeeld met miniem puntenverschil)
Kaat ontvangt tevens de Prijs van de jeugdjury;
3e Prijs: Steffie de Konink
Aanmoedigingsprijs: Jonas Meenderink

De 1e Prijs winnaars krijgen een solistisch optreden met het Britten Jeugd Strijkorkest (voor Sunniva en Jeltje wordt dat tijdens het laureatenconcert in Zwolle op 1 april as.), en ze krijgen allemaal een masterclass aangeboden met de beroemde altviolist Michael Kugel.

De 3e Prijs van Steffie gaat gepaard met de Woudschoten-prijs (deelname aan de gelijknamige zomercursus kamermuziek), en de Aanmoedigingsprijzen bestaan uit bladmuziekbonnen, deels gesponsord door de Dutch Viola Society.

Onze felicitaties voor alle prijswinnaars!  (Volledig uitslag hier).

20170319_106

De jury van het 3e Britten Altvioolconcours: vlnr Liesbeth Steffens, Loes Visser, Francien Schatborn, Esra Pehlivanli en Yke Toepoel.

Dank aan de jury, en aan René Luijpen en zijn team voor de organisatie van het concours. Op naar de volgende editie in 2019!


DRIE Altviolisten in de prijzen bij PCC-Oost!

Fantastisch nieuws uit Enschede! Bij het Prinses Christina Concours Oost heeft vanmiddag Anne Sophie van Riel een 1e prijs behaald, en heeft Jeltje Quirijnen een 3e prijs gekregen. De DVS feliciteert beiden met dit fraaie resultaat!

Update: bij het nader bestuderen van de uitslag blijkt dat nog een derde altvioliste een prijsje kreeg vanmiddag, namelijk Steffie de Konink, die samen met violiste Mayte Levenbach de ensemble aanmoedigingsprijs ontving. Ook voor dit duo natuurlijk felicitaties!

PCC_Oost_2017

Anne Sophie van Riel en Jeltje Quirijnen (foto credit: MajankaFotografie)


AVF 2017, Dag 5: Finale

door Kristofer G. Skaug
19/02/2017

English version below! Follow this link.

Docentenconcert

We zijn weer aangeschoven voor een matineeconcert op de late zondagochtend (12 uur) in de Sweelinckzaal, na een behoorlijk laat en nat feestje in Splendor gisteren.

Eerst spelen Marjolein Dispa, Francien Schatborn, Richard Wolfe en Jürgen Kussmaul samen het 3e concert voor 4 altviolen van Telemann. Vooral het rustige derde deel “Largo e staccato” spreekt mij aan. Er wordt ook met barokstokken gespeeld, dat komt in dit stuk de klankkleur en de luchtigheid van de noten ten goede.

060Maar het hoofdgerecht wat mij betreft komt met het strijkkwintet van Mozart in g kl.t. (KV516). Het mooiste van allemaal, en daarom gespaard als kers op de taart van het “Mozart-kwintet-marathon” van gisteren. Het altenkwintet bestaat uit Richard Wolfe en Marjolein Dispa op altviool, terzijde gestaan door Peter Brunt, Emma Rooijakkers (viool) en Michel Dispa (cello). Het eerste deel heeft een onvergetelijk melodieus hoofdthema met een vleugje chromatiek, als een kat die kopjes komt geven. Daar ben ik altijd wel voor in. Het ensemble produceert een zeer aangename fluwelen samenklank.

061In het menuet hebben de twee alten een bepalende middenstemvoering, maar is het ietswat verrassend de tweede violist(e) die het laatste woord krijgt. Het middendeel (adagio, non troppo – con sordino) wisselt dialoog en samenklank elkaar af. De 2e alt is de “vrije man” (excuus, vrouw) en wordt speels ingezet om de 1e viool van repliek te dienen, en soms om de baslijn van de cello over te nemen. Muziek om bij weg te dromen. Ietswat ongebruikelijk komt er een tweede Adagio-deel er achteraan. Nu in een rustige drie-tel en zonder sordine. Maar het is eigenlijk niet mer dan een korte brug naar het snelle en vrolijke slotdeel in wals-tempo. Een mooi verzorgde uitvoering!

De Finale

Om 14:00u is de Haitinkzaal zeer goed gevuld voor het laatste hoofdstuk van het Nationaal Altvioolconcours 2017. Tastbare opwinding alom.

Martin Moriarty. Daar sta je dan, met de solo opening van Hindemith’s Schwanendreher. De hele (nederlandse) altvioolwereld kijkt toe. De door altvioolstudenten eindeloos gestudeerde reeks dubbelgrepen, die tegelijk ook een melodisch geheel moet worden. Kom je tot je schrik achter dat de eerste E-octaaf al niet klopt. Blijven lachen, vooruit denken. Ik ontkom niet aan het idee dat die eerste schrik zijn weerslag heeft op de rest van zijn uitvoering, met één hand op de noodrem.

071Hierna Enescu. Deze uitvoering vind ik een stuk beter dan wat Martin in de eerste ronde liet horen, meer lyrisch en minder ruw. De mooiere akoestiek in deze zaal helpt mee, maar onthult ook genadeloos elk klein misstapje. Daniël Kramer volgt hem goed in een paar spontane rubato’s, en helpt hem ook over de eindstreep met een stevig pianistisch schouderklopje. Opgeteld zijn er wel net iets teveel kleine fouten. Het is maar afwachten hoe de andere kandidaten het doen.

Dan is de beurt aan Billy Murray, met Martijn Willers als begeleider. Opvallend informeel gekleed, een houvast in het vertrouwde. Maar ook hij is merkbaar bevangen door de druk. Hij begin met Enescu, de zenuwen uiten zich in voorzichtige tempi en een bibberstok die 075gevaarlijk op de loer ligt. Dat is de keerzijde van een gevoelsmens dat makkelijk speelplezier vindt en uitstraalt, ook zijn pijn en angst kan hij moeilijk onderdrukken.

Na deze beproeving speelt hij het 1e deel uit het concert van Walton. Hier ligt een kansje, want hij is vandaag de enige met dit concert op het programma. Het zangerige eerste thema is een dankbare binnenkomer. De belangrijkste te nemen hindernissen liggen later op de loer. Hij bereikt nu zijn comfort zone, waar alleen de mooie diepe klank van zijn altviool ertoe doet. Danig getroost stort hij zich in een versnelde passage. Wanneer het weer tot rust komt heeft hij al met al een mooie lyrische uitvoering achter de rug.

Take Konoye komt op met pianiste Noriko Yabe voor Der Schwanendreher: Ook hij komt niet helemaal zonder kleerscheuren door de introductie heen, maar hij herpakt zich heel snel, en strijkt energisch de zenuwen van zich af. Ik moet mezelf er wel aan herinneren 087dat hier een eerstejaars student staat te spelen. In de reprise van het hoofdthema slaat hij de spijker vol op zijn kop. Bevrijdend! En hij weet het, na dat laatste C-groot slotakkoord: Het was goed.

Het Concertstuk speelt hij samen met Martijn Willers. Take speelt nu al als een winnaar. Zijn Enescu straalt het uit – superieur paradeert hij zich erdoorheen. Doet maar rustig aan, zijn mentale voorsprong op zijn concurrenten is hier enorm. Op zijn gemak haalt hij het buit binnen. Kan niet anders, dit wordt goud.

De jury heeft het ook gezien. Take is onze nieuwe “nederlands kampioen” altviool, en krijgt tevens de publieksprijs. Billy Murray krijgt een tweede prijs en Martin Moriarty wordt derde.

105

Nawoord

Hartelijk dank aan het Festivalteam van het Conservatorium – met name Francien Schatborn, Richard Wolfe, Marjolein Dispa, Judith Wijzenbeek en onze ereleden Nobuko Imai en Jürgen Kussmaul, die het evenement dragen. Last but not least dank aan het productieteam Clara Brons en Marianne Berenschot en alle studenten die hebben meegeholpen.

Tot het volgende Amsterdamse festival!


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version

Teachers’ Lunch Concert

We are once again seated in the Sweelinckzaal for a late-morning (noon) concert, after a very “wet” and late party in Splendor yesterday.

First we are witness to a rendition of the 3rd concerto for 4 violas by Telemann. On the stage are Marjolein Dispa, Francien Schatborn, Richard Wolfe and Jürgen Kussmaul. The calm third movement “Largo e staccato” is particularly appealing to me. Baroque bows are being used, which results in a more appropriate tone colour and lightness of the notes.

But the main course (for my part) is the Mozart string quintet in G minor (KV516). This is arguably the most beautiful of them all (6), and hence it was saved for last in the Mozart quintet marathon, which was held yesterday. The viola quintet is headed up by Richard Wolfe and Marjolein Dispa on the viola, assisted by Peter Brunt, Emma Rooijakkers (violins) and Michel Dispa (cello). The first movement has an unforgettably melodious main theme with a whiff of chromatics, like a cat that rubs its head against your leg. I’m always in for that! The ensemble produces a very pleasant velvet tone.

In the menuet, the two violas have a decisive middle voice line, but it is somewhat surprisingly the second violinist who gets the last word. The central movement (adagio, non troppo – con sordino) provides an alternation of dialogue and polyphony. The 2nd viola is the “free man” (woman), being playfully employed as counterpart for the 1st violin, at other times taking over the cello bass line. This music lets you dream away. Somewhat unusual is the succession of a second Adagio-movement, this time in a calm three-quarter beat and without mutes. But this is actually just a short bridge to the quick and merry final movement. A very fine and well-worked out performance!

The Final

At 14:00h, the Haitinkzaal is filling up with audience for the final round of the National Viola Competition 2017. There is a significant buzz of excitement.

Here stands Martin Moriarty, with the solo opening of Hindemith’s Schwanendreher. The whole (Dutch) viola world is watching. Embarking on that endlessly rehearsed sequence of double stops, which also has to form a melodic line, he realizes with certain horror that the very first E-octave is out of tune. Keep smiling, think ahead! I cannot escape the impression that this first scare impacts the rest of his performance, keeping one hand on the emergency brake all the way.

Thereafter follows Enescu. I like the sound of this performance even more than Martin’s rendition in the first round, it is more lyrical, less rough in the edges. The acoustics in this auditorium help a bit, but they also mercilessly expose every small error. Daniël Kramer follows him well in a few spontaneous rubato’s, and helps him across the finish line with a firm pianistic pat on the shoulder. All in all, there are just a bit too many small errors. We have to wait and see what the other candidates will do.

Now it is Billy Murray’s turn, accompanied by Martijn Willers. His attire is conspicuously informal, a conscious footing in the familiar. But he, too, is visibly influenced by the pressure. He starts with  Enescu, the nervousness results in very cautious tempi, and he visibly struggles with bow control. That is the flipside of easily tapping into and projecting your musical emotions, because also feelings of pain and fear are then difficult to suppress.

After this  ordeal, he plays the 1st movement of the Walton concerto. There is an opportunity for him here, as he is the only finalist who has chosen this piece.  The melodious first theme is a thankful starter. The most difficult obstacles are lurking further down the road. He now reaches his comfort zone, where only the deep sound of his viola matters, nothing else. Thus comforted, he charges into an accelerating passage. When it all returns to tranquility, he can look back on a nice lyrical performance.

Take Konoye enters the stage with pianist Noriko Yabe for Der Schwanendreher: He, too, cannot escape a few scratches in the opening section; but he recovers very quickly, energetically bowing away his nervousness. I have to remind myself that this is a first-year student playing. He totally nails the recapitulation of the main theme, a liberating sensation! And he knows, after the final C-major chord: It was good.

He plays the Concert piece with Martijn Willers with the air of a winner, parading his way through this exercise. He takes it easy, his mental advantage on the competition is at this point huge. He reels in the victory with great ease. There is no doubt left, this is Gold.

The jury has seen it, too. Take is our new “Dutch viola champion”, and receives the audience prize as well. Billy Murray gets the second prize and Martin Moriarty finishes third.

Epilogue

Our warmest thanks to the Festival team at het Conservatory of Amsterdam – in particular Francien Schatborn, Richard Wolfe, Marjolein Dispa, Judith Wijzenbeek and our honorary members Nobuko Imai and Jürgen Kussmaul, who support this event. Last but not least thanks to the production team Clara Brons and Marianne Berenschot and all helping students in Amsterdam.

See you at the next Amsterdam festival!


Anuschka Pedano wint 1e Prijs PCC West

Anuschka Pedano (foto: MajankaFotografie)

Anuschka Pedano (foto: MajankaFotografie)

Het toptalent Anuschka Pedano uit Zoetermeer, dat al veel prijzen in de wacht sleepte met de altviool, heeft vanmiddag de 1e Prijs gewonnen in categorie 2 bij de Regiofinale West 1 van het Prinses Christina Concours in Rotterdam. Bij deze prijs komt een optreden met Domestica Rotterdam.

Hartelijk gefeliciteerd namens de DVS!


AVF 2017, Dag 3: De Halve Finale

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

We zitten in de Haitinkzaal van het Conservatorium voor de tweede ronde van het Nationaal Altvioolconcours. Er heerst opwinding onder de meegekomen fans van de acht geselecteerde halve finalisten.

Evgeniya Peschanskaya speelt de sonate in c kl.t. van Röntgen. Een van mijn favoriete altvioolsonates. Het eerste deel zit vol temperament. Het 2e deel heeft die mooie kenmerkende melancholische Röntgen-sfeer. Totdat er opeens een mooi recitatief in C groot komt. Een en al grote liefde die opbloeit.

Evgeniya Peschanskaya

Evgeniya Peschanskaya

Helaas hapert de linkerhand in het laatste en beslissende klimmetje – jammer. Het gekke bitonale scherzo gaat weer prima, en in het vierde deel komt de passie terug uit het eerste deel. Er had wel wat mij betreft wat meer klank geproduceerd mogen worden bij de hoogtepunten.

Nu komt de solosonate van Hindemith, op. 31.4, met het eerste deel dat in lange passages leunt op arpeggios met resonanties rondom de open A- en D-snaar. In allerlei opzichten een hele atletische toer voor links. Hier kampt ze wel met de intonatie, waardoor de beoogde resonantie soms wegvalt. Ze vecht zich dapper door tot het einde.

Hessel Moeselaar

Hessel Moeselaar

Hessel Moeselaar komt op, en speelt het Cadenza van Penderecki met heel veel energie en ook ingetogenheid. Hier en daar is de klank wat ruw, maar de concentratie is intens. Hij schrikt wakker van het enthousiaste applaus. De sonate van Badings is een mooi stuk en wordt niet vaak gehoord. In het eerste deel zit een triomfantelijk openingsthema. Hierna lijkt Hessel iets minder goed voorbereid, onzeker van de richting. Bij de inzet van de reprise komt het weer goed. Dit goede gevoel neemt hij mee naar het lyrische 2e deel, dat erg mooi wordt gebracht. Via een scherzo-achtige beweging sluit hij af met veel stormachtigheid in een landschap dat lijkt op het begindeel. Goed gespeeld!

060

Martin Moriarty

Martin Moriarty speelt delen uit de Britten solo cellosuites. Deze bewerking door Nobuko Imai biedt spannend nieuw materiaal voor altviolisten. De uitvoering is ook heel spannend. Het laatste deel “Moto Perpetuo e Canto Quarto” valt op. In de daaropvolgende sonate van Bax heeft het 1e deel een heel mooi lied als hoofdthema. Ik heb wel het idee dat Martin hier meer had kunnen doen met klank. Technisch valt er niets te klagen, hij heeft het goed op een rijtje. Het 2e deel heeft een heel catchy thema gebouwd op een onheilspellende “Jaws”-achtige piano ostinato. De lichaamstaal van deze man moet ook genoemd worden. Hij staat regelmatig gespannen als en veer, en is niet wars van dramatische bewegingen. Het oogt als een authentiek gevoel, maar hier en daar slaat het wel door in zijn klank, niet altijd op de wenselijke manier. Wel een boeiende speler!

064

Lara Albesano

Lara Albesano opent met de 1e sonate van Martinu. Ze heeft een hele mooie klank en een rustige uitstraling. Ook in het tweede deel, waar de muzikale vlam in de pan slaat, houdt ze haar hoofd koel. Goed verzorgd spel, maar ik mis wel een beetje Roemeense vurigheid – die komt nu voornamelijk van de hollander achter de toetsen (Daniël Kramer), die overigens een pittige klus heeft hier.  En dan, Hindemith’s mooie opus 25.1. De fraseringen in het eerste deel slaan voor mijn gevoel een aantal mooie kansen over. Het ingetogen 3e deel heeft een mooie sfeer. Vervolgens gaat ze in een verbijsterend tempo door het beruchte 4e deel (met bijschrift “Tonschönheid ist Nebensache”) heenrazen, daar is de adrenaline wel aan het gieren. Het troostrijke laatste deel (met naweeën van pijn) brengt ze heel mooi.

Lotus de Vries

Lotus de Vries

Na de lunchpauze zijn we klaar voor Lotus de Vries: ook zij speelt Martinu. Haar presentatie is een stuk minder volkomen dan die van Lara, maar het is daartegenover wel spannender.  Als solostuk heeft ze de 1e suite van Reger gekozen. Hier word ik herinnerd aan het lastige van deze ronde: Hoe vergelijk je zo’n Reger met de Hindemiths, de Penderecki en de Britten van daarnet? Het is een heel andere muziek. Qua diepgang in mijn beleving is de compositie ook minder interessant, het heeft meer weg van een lyrisch uit de hand gelopen etude. Wel goed gedaan, daar niet van.

William “Billy” Murray speelt exact hetzelfde programma als Lara, maar dan in omgekeerde volgorde: Beginnend met Hindemith op. 25.1. Hij heeft duidelijk talloze keren dit stuk al uit zijn hoofd gespeeld, want hij neemt het niet meer zo nauw met wat er feitelijk op papier staat, vooral qua rytmiek is het soms erg vrij. Hij vertrouwt volledig op zijn Amati, dat er hoe dan ook altijd iets moois uit komt. En schrikt zichtbaar, wanneer dat per ongeluk toch niet het geval is.

Billy Murray

Billy Murray

Het is al met al slordiger dan de renditie van Lara, en ook minder virtuoos (een langzamer 4e deel), maar nooit saai. Hij geniet van de klank en de ruimte, en maakt er een diep persoonlijke vertolking van. Daarna speelt hij de Martinu sonate. Ook dit is bij lange na niet technisch perfect, maar je kunt er enorm van genieten vanwege het plezier waarmee de man staat te spelen. Hij weet heel goed waar de muziek over gaat. Hij neemt bescheiden twee stapjes terug als in het tweede deel de piano een solopartij heeft, en mompelt binnensmonds de pianostem mee. En hij is honderd prosent aanwezig, tot de laatste noot.

Take Konoye

Take Konoye

De volgende is Take Konoye. Hij begint met Reger suite no.1. Ik impliceerde net al dat ik dit niet zo’n interessant stuk vind, maar hij maakt het wel boeiend, hij ziet kansen om profielen te maken met klank en frasering, en benut deze kansen ook helemaal. En met bijna perfecte intonatie en stokbeheersing. Een hoogstandje! Hij vervolgt met de Bax-sonate. Heel muzikaal en technisch secuur. Ik heb maar één gemis, ik zou hem eens een keer helemaal los willen zien gaan. Risico durven nemen om een nòg grotere klank en nòg meer passie in het spel te leggen. Omdat die dus overduidelijk al zoveel kan. Maar dat is wel heel veel gevraagd op een concours, waar een finaleplaats op het spel staat.

Hannah Shaw

Hannah Shaw

Als laatste in deze ronde speelt Hannah Shaw. De solosonate van Ligeti. Hier komt in de Hora Lunga toch een hoop klank bovendrijven! Op een gegeven moment stijgt die op naar de eeuwige harsvelden via micrometerwerk op natuurtoon flageoletten. Knap. In het 2e deel (“Loop“) allerlei dissonante akkoorden, een kippenhok. Ben geen kenner van deze sonate, dus ik bewaar mijn oordeel voor een andere keer. Ze gaat verder met de Bax-sonate. Gisteren had ze een felgekleurde shirt aan bij een kleurarme Enescu, vandaag staat ze in het zwart maar is haar muziek een stuk kleurrijker. Toeval? De klank is mooi verzorgd, misschien wel tè mooi. Ook haar zou ik meer durf toewensen. Zelfs in de opwindende versnelling aan het eind van het 2e deel laat ze zich niet helemaal gaan.

Wie van deze 8 spelen zondag in de finale? De keus van de jury is voor mij geen verrassing: Martin, Billy en Take.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version:

We are seated in the Haitinkzaal of the CvA for the 2nd round of the National Viola Competition. There is a buzz of excitement among the fans of the eight selected semifinalists.

Evgeniya Peschanskaya plays the C minor sonata by Röntgen. This is one of my favourite viola sonatas. The first movement is full of temperament. The second movement has this beautiful melancholic atmosphere typical of Röntgen. And then a wonderful recitativo in C major appears, blossoming love! Unfortunately her left hand falters in the final and decisive climb to the high note, a pity! The weird bitonal scherzo works fine, and the fourth movement sees the return of the passion from the first movement. I had hoped for a bit more sound production around the various climaxes in this piece.

Next she plays the solo sonata op. 31.4 by Hindemith, with a first movement that for a large part consists of double-stop arpeggios with resonances on the open A- and D-strings. This is a big athletic feat for the left hand, but she is struggling a bit with the intonation, and as a result the intended resonances are sometimes not heard. She bravely fights her way to the finish.

The next candidate is Hessel Moeselaar, he plays the Penderecki Cadenza with alternations of outward energy and silent introspection. Here and there there are some rough spots in the sound, but his concentration is intense. He is jerked awake by the enthousiastic applause. The Badings sonata is very beautiful and yet not often heard. The first movement has a triumphant opening theme. After this introductory section however, Hessel seems a bit unsure of his direction. At the recapitulation of the main theme, he recovers. He takes the feeling of relief with him into the more lyric opening of the 2nd movement, which is very pleasing. There is a scherzo-like section that brings us to a tempestuous closure of the sonata, with a landscape reminiscent of the first movement. Well played!

Martin Moriarty plays the 1st cello suite by Britten. This transcription by Nobuko Imai offers interesting new repertoire for violists. His performance is also very enjoyable. The last movement “Moto Perpetuo e Canto Quarto” particularly triggers my interest. The subsequent Bax viola sonata has a very beautiful opening theme, an English folk song. In my view, Martin could have achieved more variety of tone production here. In the technical sense there is not much to complain about, he has got the stuff well sorted out. The second movement has a very catchy and energetic dancing theme, which floats on top of an ominous “Jaws”-like ostinato in the piano. I also need to mention the body language of this man. He regularly stands like a compressed spring, and he does not shy away from dramatic movements. It looks emotionally authentic to me, but now and then it undeniably affect his playing, in a negative sense. But this is by all means a fascinating player!

Lara Albesano starts with the 1st Martinu sonata. She has a very beautiful sound and a calm appearance on stage. Also in the second movement, where musical fireworks take place, she keeps her head cool. Her playing is carefully curated, but I do miss a bit of Rumanian temper – which is now supplied mostly by the Dutch guy at the piano (Daniël Kramer), who by the way has his hands full with this piece. And then, Hindemith’s beautiful opus 25.1 (solo sonata). Her phrasing in the 1st movement misses a number of nice musical opportunities, in my view. Her rendition of the calm 3rd movement hits the right mood. And she goes on to play the infamous 4th movement (with the subtitle “Tonschönheid ist Nebensache”) at a ferocious speed, which gets the adrenaline flowing for sure. The soothing last movement (with echoes of pain) is performed very beautifully.

After a short lunch break we are ready for Lotus de Vries: she, too, plays Martinu. Her rendition is quite a bit less perfect than Lara’s, but is on the other hand more musically interesting. Her chose solo piece is the 1st Reger suite. At this point I am forced to consider a difficulty for the jury in this round: How do you compare such a Reger with the Hindemiths, the Penderecki and the Britten solo pieces? This is a very different music. I feel much less depth in this composition, it seems more like an etude that got out of hand. Don’t get me wrong, she plays it very well.

William “Billy” Murray plays exactly the same programme as Lara before, but in the opposite order, starting with Hindemith op. 25.1. He has clearly played this piece by heart countless times already, because he’s not so preoccupied with what is actually written on paper. Especially his rhythmic reading is at times very free. Furthermore he completely trust his Amati that it will produce something beautiful regardless, and he is visibly jolted when this charm fails to work. His Hindemith is overall less perfect than Lara’s, and also less virtuosic (a slower pace in the 4th movement), but it is never dull. He enjoys the sounds and the space he’s in, and produces a deeply personal interpretation. Subsequently he plays the Martinu. This, too, is far from technically perfect, but it is very enjoyable due to the sheer pleasure with which this man is playing. He knows very well what the music is all about. He modestly takes two steps back when there’s a solo for the pianist, all the while however silently mouthing the piano’s musical words. And he is one hundred percent present in the music, until the very last note.

The next candidate is Take Konoye. He starts with the Reger solo suite no.1. I was implying just then that this piece doesn’t interest me so much. But he manages to make it interesting, spotting and using opportunities to create extra profiles with sound and phrasings. And he has an almost perfect intonation and bow control. A masterpiece! He follows up with the Bax sonata, very musical and technically robust. I really have only one want: I would like to see him play with more abandon, daring to take some risks in search of an even bigger sound and even more passion in his playing. Just because he obviously already masters so much. But I fully realize that this is a lot to ask in a competition, with a spot in the final round at stake.

The last turn in this semifinal goes to Hannah Shaw, with the Ligeti sonata (two movements). Finally, here she generates a lot of sound in the Hora Lunga! At a certain point the music ascends to the very highest pitches where left-hand fingers are probing their way in resolutions of micrometers to find the right natural flageolets. Well done! In the 2nd movement (“Loop“) we hear all sorts of dissonant chords, it gets quite chaotic. I’m not very familiar with this piece so I will reserve my judgement for another time. She continues with the Bax sonata. Yesterday she played a blandish Enescu in a very brightly coloured shirt, but today she plays a colourful Bax, dressed in black. Can it be a coincidence? Her sound is very clean and pure, perhaps too pure. For her, too, I would wish a bit more “guts”. Even in the exciting acceleration at the close of the 2nd movement, she doesn’t let herself go entirely.

Which of these 8 will play in the final on Sunday? The jury’s choice is not a big surprise for me: Martin, Billy and Take.