Verslag van Violafest 2013

Hindemith2Onze Duitse vrienden van de Deutsche Viola Gesellschaft organiseerden dit jaar van 11-13 oktober een altvioolfestival in Berlijn, ter ere van de vijftig jaar geleden gestorven componist Paul Hindemith, diens werken een groot deel van het altvioolrepertoire beslaan.

Hoewel ik de eerste dag van het festival, gevuld met lezingen en het openingsconcert, niet aanwezig kon zijn, was ik toch niet getreurd. Ik bezocht namelijk de parel van het weekend: een kamermuziekconcert in de Berliner Philharmonie met Tabea Zimmermann. Voorafgaand aan het concert werd Zimmermann geïnterviewd in de foyer van de Philharmonie, waar overigens ook een kleine tentoonstelling te zien was over het leven en werk van Paul Hindemith. In het interview werd ingegaan op het door Zimmermann zelf  samengestelde concertprogramma: “Het is een heel lang programma en bestaat eigenlijk alleen uit mijn lievelings-altvioolstukken”. In dit concert musiceerde zij met leden van de Berliner Philharmoniker en met een zeer talentvolle leerlinge van haar. Een indrukwekkende ‘Naturale’ van Berio, een bijzondere sonate voor viola d’amore en piano van Hindemith en een krachtige ‘Viola, Viola’ van Georg Benjamin waren voor mij de hoogtepunten van dit coTabea3ncert. Zimmermann, die in bijna ieder stuk speelde, musiceerde ondanks het zware en lange programma als een leeuwin. Haar aanwezigheid op het podium, haar klank en muzikale finesse zijn zo fantastisch. Zonder twijfel is zij naast de beste altvioliste ook de beste musicus die ik tot nu toe in klassieke concerten heb gehoord.

De volgende ochtend was ik vroeg in de Hanns Eisler Hochschule für Musik, waar Thomas Riebl  composities op zijn vijfsnarige bariton-altviool speelde. Interessant aan dit instrument was de toegevoegde laagte van de extra snaar, die bijvoorbeeld in een duet voor viool en altviool van Mozart goed tot zijn recht kwam. Een bewerking van een deel uit de vierde symfonie van Mahler voor altviool en bariton-altviool was een verrassend eindstuk van deze presentatie.
Beethovenkenner Dr. Michael Ladenburger legde aan de hand van dia’s van manuscripten uit hoe Beethoven als componist te werk ging. Interessant om al dat gekras en geschraap te zien (in die tijd bestonden gummen nog niet, dus als iets verkeerd was opgeschreven, werd de bovenste oppervlakte van het papier weggeschrapt).
In de laatste bijeenkomst van de al zeer leerzame zondag vertelden een oud-collega, een kennis en een dochter van een kennis van Hindemith over Hindemith als persoon. Wie was hij? Er werden dagboekaantekeningen voorgelezen en verhalen en anekdotes uit de tweede hand verteld, zodat we een iets duidelijker beeld kregen van wie de altijd zeer gesloten Hindemith eigenlijk was.

Het festival eindigde met een slotconcert bestaande uit enkel altvioolrepertoire. Leerlingen van Tabea Zimmermann speelden stukken van Hindemith, Brett Dean, en een hoogtepunt vond ik de vertolking van Schumann’s Märchenbilder van de prijswinnares van het ARD-concours 2013: Kyoungmin Park. Met zeer grote zeggingskracht nam zij het publiek mee in de sprookjes die wonderschoon van klank waren.
Naast het bijwonen van de voordrachten en lezingen, waren er ook Berlijnse viool- en altvioolbouwers aanwezig die hun instrumenten en stokken uitstalden. Tussendoor konden de altviolisten die dit festival bezochten dus nieuw materiaal uitproberen. Al met al een zeer muzikaal en inspirerend weekend.

door Yanna Pelser

Hemelhoog Altvioolgenot

Recensie van het Delft Chamber Music Festival: Openingsconcert mmv. Liza Ferschtman, Alina Ibragimova, Amihai Grosz, Gijs Kramers, Anne Gastinel e.a., 26/07/2013

Liza_Amihai_GijsÉén mooie zomerweek van iedere jaar is Delft in de ogen van muziekliefhebbers nét iets mooier dan anders. Dat is natuurlijk de week van het Delft Chamber Music Festival, dat vanavond in een nieuwe editie officieel van start ging. Artistiek leider en violiste Liza Ferschtman weet een internationaal gezelschap van topartiesten naar Delft te trekken, en er wordt gedurfd en gevarieerd geprogrammeerd. Desgevraagd stelt Liza Ferschtman dat het “ijzeren repertoire” van strijkkwartetten en pianotrio’s al gedurende het jaar voldoende aan bod komt op nederlandse muziekpodia. Op haar eigen festival wil ze daarom juist de andere kanten van kamermuziek laten zien en horen, muziek die bijvoorbeeld om bezettingen vraagt die niet in vaste formaties rondhangen – en daarom minder vaak uitgevoerd wordt. Het resultaat van deze zienswijze is een programma dat goed past bij haar “dream team” van muzikale vrienden: Veel zangers, pianisten, blazers, en handgeplukte strijkers, en minder vaste ensembles.

Desondanks heeft Liza Ferschtman een publiekelijk geheime zwak voor het klassikale altvioolkwintet – hiermee wordt meestal bedoeld een strijkkwartet dat met één extra altviool is uitgebreid (hoewel sommige geradicaliseerde DVS-leden eerst zouden denken aan een ensemble bestaande uit 5 altviolen!). Op deze opening night heeft ze maar liefst twee zulke kwintetten geprogrammeerd –  hetgeen automatisch leidt tot extra aandacht vanuit de webredactie van de DVS.

Het feestje wordt geopend met een juichende Bach-cantate, met veel virtuositeit en schitterend gezongen door soliste Lenneke Ruiten, beantwoord door vrolijke trompet-trillers van Adam Rixer. Uit een altviolistisch oogpunt is dit stuk echter niet zo interessant, dus moet u mij vergeven dat ik halsreikend uitkijk naar de twee kwintetstukken.

Daar komt dan het 3e strijkkwintet van Mozart KV515. Alina Ibragimova brengt het publiek in vervoering met haar speelse en zeer expressieve toon. Uit het eerste deel blijft vooral het wisselgesprek tussen viool en cello in het geheugen kleven, in het 3e deel speelt Ibragimova een uitgebreid vogeltjilp-duet met 1e altist Amihai Grosz; daar spat het muzikale lentegeluk vanaf! Het eveneens zeer charmante Rondo-achtige slotdeel tovert brede glimlachen tevoorschijn bij het publiek, en oogst gelijk een staande ovatie.

Na de pauze volgt het pièce de résistance van dit concert, het machtige strijkkwintet van Anton Bruckner. Het eerste deel is een hele opus op zich, met klanken in alle formaten, kleuren en toonsoorten. Opvallend zijn o.a. diverse solo-recitatieven die de ronde doen in het ensemble, dan weer afgewisseld door unisono figuren die de weg omhoog wijzen. Het daarop volgende scherzo heeft een grappig rytmisch idee, ik moet denken aan een gesyncopeerd kinderliedje “with a twist”. Door de vrij hoge temperatuur in de zaal is het moeilijk om hier de wispelturige modulaties goed te volgen – het kwintet staat dan wel in een centraal gelegen F groot, maar Bruckner laat ons menig tussenstop van de kwintencirkel zien!

En dan, eindelijk, komt het beroemde Adagio. Dit deel staat in de voor strijkers nogal onwennige toonsoort van Ges groot, waardoor er geen open snaren meer kunnen meetrillen, behalve als hogere-orde boventonen. Misschien komt hierdoor juist die extra spirituele gloed, allemaal warme wollige klanken. Altist Amihai Grosz – door zijn gastvrouw in het programmaboekje liefkozend getypeerd als “de kleine knuffelbeer van de muziekfestivals” slaat hier zijn slag met de inzet van het 2e thema (eigenlijk gewoon een omkering van het 1e thema), waarmee hij een collectieve zucht van puur altviolistisch genot in de zaal opwekt. De rest van het deel zwemmen we in hemels geluk. Het heeft een verwantschap met de buitenaardsheid van Beethovens Heiliger Dankgesang.

In het slotdeel vallen de heerlijk resonante C-snaarklanken uit de altviool van Gijs Kramers op. Je ziet gelijk wie de altviolisten in het publiek zijn, ze gaan verzitten, alsof ze een hondenfluit hebben gehoord. Er komen nieuwe variaties en combinaties van figuren uit de eerste 2 delen, en zo lijkt het alsof deze delen het aardse stutwerk aan de voet van de “Jakobs ladder” (het Adagio) vormen. De finale is ouderwets symfonisch (Bruckner kreeg heel wat critische commentaar hierop), waarbij de 1e altviool de slotmaten dirigeert met zijn accoorden.

Heel knap van deze musici om zo’n reusachtig stuk binnen enkele dagen met elkaar in te studeren. De violistes (Ferschtman en Ibragimova) komen al in de loop van de avond steeds beter op dezelfde golflengte, je ziet hoe ze zich aan elkaar aanpassen, adem, beweging, streek. De C-snarige instrumenten brachten als groep de nodige diepgang in de klank, maar aller meest heb ik toch genoten van de smeltwarme klank van Amihai Grosz.

Volgende week komt o.a. de noorse altviolist Lars Anders Tomter naar Delft, dus de kans is groot dat er nog meer verslagen van het festival op deze pagina zullen volgen.

Kristofer G. Skaug

 

Verslag 1e Britten Altvioolconcours in Zwolle

Door Hessel Moeselaar, één van de deelnemers en winnaar

Aan het eind van de ochtend reden we Zwolle binnen. Het was duidelijk geen koopzondag. Het conservatorium van Zwolle ligt mooi in de oude stad, en dat het een soort oud klooster is, heeft wel wat. Via de mail hadden we de inspeeltijden en de speeltijden doorgekregen. Dat zag er erg strikt uit, maar bleek bijzonder mee te vallen. We waren wat vroeg in het gebouw, maar konden zonder problemen al in de inspeelkamer terecht. We hadden bijna tijd over om in te spelen, dat was heel aangenaam. Dan word je opgehaald om op te treden. In de zaal zat best veel publiek. Ik heb wel eens concoursen meegemaakt waarbij er bijna niemand in de zaal zat. Er werd ook geklapt bij opkomst, wat ook niet vanzelfsprekend is bij concoursen. Als er wordt geklapt bij opkomst voel je je toch meer op je gemak. Ik was best zenuwachtig vlak van tevoren, maar zodra ik opkwam verdween dat totaal. Mede door een goede ontvangst van het publiek, ben ik van overtuigd.
Mijn doel was: zo spelen, dat je zelf een goed gevoel hebt. Wat de jury ervan vindt, en hoe ze beoordelen, zie je achteraf wel. Gewoon van jezelf uitgaan. Met elkaar vergelijken heeft vaak geen zin, en dat bevordert de sfeer op zo’n concours ook niet. En ik vond ook niet dat dat op dit concours gebeurde. Dus dat was ook zeker een positief aspect.
Ik was tevreden over m’n spel, maar eigenlijk nog meer tevreden over het jury gesprekje achteraf. Ik kreeg goede kritieken te horen, en om commentaar te horen van zoveel mogelijk verschillende personen, is alleen maar goed.
Al met al was het wel een hele dag, mede dankzij de reistijd, maar wel een geslaagde dag!

Het kan vriezen, het kan dooien…

Verslag van DVS concertbezoek Concert Marc Tooten in dubbelconcert van M. Bruch op 26 januari 2013.

Na een ijzelige tocht kwam de DVS delegatie veilig aan bij muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven alwaar Marc Tooten samen met klarinettist Arno van Houtert en het Brabants Orkest ons die avond zouden gaan trakteren op Bruch. We besloten eerst maar eens een gezellig hapje te eten want er was honger en hadden tijd over. Onder het genot van een drankje werd aan tafel al druk gediscussieerd over wat we mogelijk allemaal te horen én te zien zouden krijgen. Alle aanwezige altisten blijken dit dubbelconcert te kennen en sommigen hebben het zelf wel eens geprobeerd te spelen in kamerbezetting als trio met piano. Na het diner konden we direct doorlopen met onze kortingskaarten. Bedankt daarvoor nog Brabants Orkest! Om de solisten goed te kunnen zien hebben we gekozen voor goede plaatsen ´op ooghoogte´ van de spelers. Na de Holbergsuite van Grieg (NB een compositie met ook zo’n waanzinnig virtuoze altsolo waarvan je in het begin denkt dat je alleen de concertmeester hoort en ziet zwoegen op die snelle loopjes, en een moment later dan plots een reeds in het zweet gewerkte altiste precies hetzelfde ziet doen op zo’n ‘reuzeviool’… hetgeen wij natuurlijk erg knap vinden) was het dan eindelijk tijd voor het dubbelconcert waarbij de altist (who else?) mag aftrappen met een krachtig openingsakkoord. Marc deed dit vol verve en liet aan het publiek goed zien wat je allemaal uit een altviool kunt halen. De altviool als solo instrument met orkest is voor heel wat concertbezoekers nog altijd een soort rariteit. Je hoort de mensen bijna denken; “Is het een viool?, nee dat is het niet. Maar die klank dan?… Is het een cello? Nee, dat kan niet…”
Terug naar het concert, want DVS vond de solisten – die in het dagelijks leven ook collega’s in hetzelfde orkest zijn – mooi samenspelen waarbij het plezier er vaak vanaf spatte. Het publiek genoot daar deze avond ook zichtbaar van, erg leuk om mee te maken. Het orkest volgde beide heren en ook de pianissimo passages droegen bij aan de magie van dit prachtige concert. Na de drie heerlijk romige delen volgde een welverdiend applaus door een enthousiast publiek voor Marc en zijn collega. De DVS delegatie werd zelfs nog even toegelaten voor een korte meet and greet achter de schermen. Daar konden we niet alleen de altviolisten van het Brabants Orkest maar ook onze Marc even feliciteren en de hand schudden. Al met al een geslaagd concertbezoek. We hopen dit in de toekomst nog wel vaker met de Vrienden van de DVS te kunnen organiseren. Wat DVS betreft mag er daarom best wat vaker een altviool in de schijnwerpers staan op de grotere podia van Nederland!

rvo

Recensie Black Pencil concert: een altviool in ongewoon gezelschap!

Blokfluitfestival Amsterdam: Concert Black Pencil mmv. Walter van Hauwe, 21/10/2012

Het is een druilerige oktober-zondag, en uw onbevreesde DVS-reporter stapt in de trein om het blokfluitfestival in Amsterdam te  bezoeken. Blokfluit mwah, stoffig geitenwollensokkending, hoor ik u denken – en wat is de relevantie voor onze Viola Society?

Nuwel, het ensemble Black Pencil treedt bij deze gelegenheid op, waarin altiste Esra Pehlivanli bijdraagt als enige strijkende klankpilaar in een unieke combinatie met blokfluit (Jorge Isaac), panfluit (Matthijs Koene), slagwerk (Enric Monfort) en accordeon (Marko Kassl). Deze instrumenten hebben bijna allemaal te kampen met een soort muzikaal-sociologisch stigma, voormalige stiefkinderen van de klassieke muziekgeschiedenis. De gedreven musici van Black Pencil hebben deze (ex-)outcasts nu bij elkaar gebracht – en het resultaat is zeer aansprekend.

Het accordeon staat garant voor een klankbodem van stevige diepe orgelnoten, maar wordt ook ingezet als verbreding van het steeds terugkerende slagwerkfeestje. De blokfluitvirtuoos Jorge Isaac bespeelt alle registers – de vier klassieke blokfluiten (sopraan, alt, tenor, bas) liggen paraat en nemen het van elkaar over. De panfluit komt hiernaast heel goed tot zijn recht, vaak als welgevormde en heldere middenstem tussen de blokfluit en de altviool in, verfrissend anders dan we gewend zijn van het Simon & Garfunkel-cliché (El Condor Pasa). En last but not least de altviool, een innemende warme klank van trillende snaren die het klankbeeld op een mooie (en in onze DVS-oren noodzakelijke!) manier aanvult.

Blokfluitgoeroe Walter van Hauwe legt in een filmpje uit hoe de blokfluit in allerlei soorten en maten voorkomt, en dat dit instrument (en zijn muziek) heus niet in de 17e eeuw is blijven hangen. Als voorbeeld horen we het baanbrekende solostuk “Gesti” (1966) van Luciano Berio, waar de blokfluittechniek wordt uitgebreid met effecten die vroeger werden beschouwd als onwenselijke bijgeluiden: De spookachtige holle resonantie van kleppen aanslaan (zonder te blazen), explosieve uitstootjes, rollende tong-trillers en zelfs modulaties van de stembanden die door de fluitpijp gieren.

De lichaamstaal van de blokfluitist en zijn ensemblegenoten trekt ook de nodige aandacht. Wij strijkers hebben onderling bepaalde conventies, hoe men samen ademt, samen strijkt. In de aanwezigheid van andere instrumenten moet men naar elkaar toe werken, en gewoontes durven loslaten. Bij Black Pencil leidt dit aanpassingsproces tot een fascinerende en authentieke choreografie.

Tussen de vijf musici wordt er een nieuwe muzikale ruimte uitgespannen, die gevuld wordt met speciaal voor hen geschreven composities, niks stoffig dus. Bij de stukken Danzai (2011) van Chiel Meijering en Farfanesque (2011) van Nico Huijbregts komen regelmatig “etnische” idiomen voor, en dialogen worden gevoerd die in hun relaxte vorm grenzen aan jazz-improvisatie. De muziek wordt gebalanceerd en zelfbewust uitgedragen. Er klinkt een wervelend gesprek tussen een cajón (een soort kas-trommel) en een contrabasfluit –  met elektronische versterking komen we met dit verrassende instrument in didgeridoo-achtige klanksferen terecht. Het is een boeiende voorstelling, en voor je het weet is de uitsmijter er al: In het stuk Fuerza Interior (2011) van Roderik de Man slaat de figuurlijke vlam in de pan – met temperamentsvolle spreekkoren en (letterlijk) gebalde vuisten galoppeert men (paard-ruikt-stal) naar de finishlijn toe.

Kristofer G. Skaug

Tabea Zimmerman in het Concertgebouw!

Recensie geschreven door: Lisa Eggen!

29 september 2012 gaf een van de beste altviolisten van dit moment, Tabea Zimmermann, een concert in de grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam.

Zij werd begeleid door Ensemble Resonanz onder leiding van de italiaanse dirigent Emilio Pomàrico. Het concert werd geopend met het Konzert für Streichorchester van Bernd-Alois Zimmermann. Meteen werd duidelijk dat Ensemble Resonanz niet zomaar een strijkorkest is, maar een zeer goed op elkaar ingespeeld ensemble. De verschillende soli waren mooi en de musici beleefden zichtbaar het stuk met elkaar.
Tabea Zimmermann startte met Schnittkes Monolog. Helaas was de zaal niet uitverkocht en wist ik tot mijn grote verbazing ook geen andere altviool studenten in het publiek te ontdekken. Er viel namelijk ongelofelijk veel te leren van deze soliste! Met het grootste gemak en een prachtige toon trotseerde Tabea Zimmermann de enorme sprongen die veel voorkwamen in het stuk van Schnittke. Daarnaast wist ze de sfeer van het stuk van het begin tot het eind bij iedereen vast te houden. Dit gold ook voor het meer bekende stuk van Britten, Lachrymae, waar ze het concert mee vervolgden. Dit was erg verfijnd en spannend!

Na de pauze speelde Ensemble Resonanz nog symfonie nummer 4 van Karl Amadeus Hartmann. Het leuke was dat de opstelling binnen het ensemble bij dit vierde stuk van de middag ook al voor de vierde keer werd veranderd. Hierdoor werd de gelijkwaardigheid binnen het ensemble uitgelicht en benadrukt. Al met al was het een prachtig concert en zeker de moeite waard om (nog) eens te beluisteren via het concerthuis van radio 4:  Concert Tabea Zimmermann radio 4

Lisa Eggen