DVS Jaarverslag 2017

Stichting Dutch Viola Society (DVS)

Hieronder lichten we in detail toe wat er allemaal door en met DVS in 2017 tot stand gekomen is.

Georganiseerde Workshops 2017

Zondag 21 mei 2017   workshop “Met meer gemak musiceren”, met Eileen McEwan
Zaterdag 10 juni 2017 workshop “Brahms Sonatas” met Asdis Valdimarsdottir e.a.

Georganiseerde Masterclasses 2017

Zaterdag 14 januari – Masterclass Richard Wolfe, Utrecht
Zaterdag 29 april – Masterclass Orkestaudities met Ken Hakii, Amsterdam

3e Nationaal Altvioolbijeenkomst 2017

Zaterdag 18 februari – in Splendor Amsterdam, tijdens het Altvioolfestival Amstedam;
Programma en verslag kan hier teruggevonden worden.

Internationaal Altvioolcongres (IVC 2017)

Wellington, Nieuw-Zeeland; 1 t/m 5 november 2017
Nederland vertegenwoordigd met 3 bijdragen.
Voor een volledig overzicht en verslag, zie hier.

Website
Aankondigingen, nieuwsberichten en verslaggeving op de website in verband met DVS workshops, masterclasses, evenementen en concerten, belangrijke vacatures en benoemingen bij orkesten en conservatoria. Dit wordt tevens doorgegeven via sociale media (Twitter en Facebook).

Daarnaast worden met enige regelmaat interviews met toonaangevende altviolisten gepubliceerd, vaak in verband met onze eigen masterclasses en congressen. In 2017 zijn interviews gepubliceerd met vioolbouwer Jan van der Elst, jazz-altviolist Oene van Geel, en het NNO Altvioolsextet. Er is ook een concertrecensie geschreven nav. het debut van Ellen Nisbeth in het Concertgebouw.

Achtergrondinformatie wordt ook aangeboden via de website, zoals:
Carrièretips voor jongeren die een beroepsopleiding altviool overwegen
– Informatie over concoursen voor altviolisten
– Overzicht van zomercursussen altviool in binnen- en buitenland
– Een unieke repertoirelijst altvioolensembles gepubliceerd en regelmatig bijgewerkt
– Een unieke concertagenda voor concerten met altviool in de hoofdrol
– Een overzicht van Eindexamens altviool bij de nederlandse conservatoria

Social Media
Actieve aanwezigheid op Facebook (544 pagina-likes, een toename van +113 in 2017) en Twitter (413 volgers, een toename van +57 in 2017). Naast het doorgeven/signaleren van nieuwe berichten op onze website (aankondigingen DVS events/workshops) wordt hier ook altvioolnieuws uit social media opgepakt en doorgegeven (share/retweet). De social media kanalen zijn tevens in zekere mate interactief, contact wordt gelegd en onderhouden met vrienden/volgers en verwante organisaties (binnenlands en internationaal).

Bestuursleden 2017
Karin Dolman – voorzitter
Ursula Skaug – secretaris vanaf 1-7-2017
Roald van Os – penningmeester
Kristofer G. Skaug – algemeen bestuurslid / webredacteur
Emlyn Stam – algemeen bestuurslid

Van de volgende bestuurders hebben we in 2017 afscheid genomen:

Stijn van der Schoor – secretaris, 23-5-2012 tot 30-6-2017
Iris Frederiks – student-bestuurslid, 1-9-2015 tot 30-6-2017

Beschermvrouwe
Sinds 2015 is oud-minister van justitie en amateur-altvioliste Winnie Sorgdrager de beschermvrouwe van stichting Dutch Viola Society.

Vrienden
Per 31 december 2017 telden we 192 geregistreerde Vrienden. Een toename van 16 Vrienden in 2017.

Vriendenvoordelen
Bij betaling van de jaarlijkse vriendenbijdrage komt een DVS-Vriend in aanmerking voor flinke korting op onze educatieve workshops en overige verwante evenementen (congres, concerten, cursussen). Hiernaast werden in 2017 de volgende specifieke DVS vriendenacties aangeboden:

Financiële verantwoording

DVS kan in 2017 (naar schatting) rekenen op totaal € 1.650,00 gedoneerd door 55 van onze Vrienden. 7% van deze donaties draagt DVS jaarlijks af aan de International Viola Society (IVS). Voornoemd percentage is afgesproken tussen de aangesloten Viola Societies wereldwijd. Over 2017 betalen wij € 115,50 aan de IVS. 

Subsidiënten

In 2017 heeft DVS geen subsidies aangevraagd/ontvangen voor reguliere activiteiten. Wel zijn er gelabelde gelden ontvangen door aangevraagde projectsubsidies ten behoeve van het Internationaal Altviool Congres 2018 in Rotterdam.

Kostenposten

  • In 2017 is bij benadering € 900,00 besteed aan de inhuur van professionals en vergoedingen aan vrijwilligers voor het geven van masterclasses, workshops, recitals, cursussen of lezingen. De totale kosten aan inhuur zijn lager uitgevallen dan aanvankelijk begroot was en dat had vooral te maken met afgelaste workshops vanwege onvoldoende aanmeldingen
  • Zaalhuur en overige uitgaven verband houdende met de organisatie van DVS-activiteiten bedroegen over 2017 bij benadering € 500,00
  • Afdracht aan de International Viola Society, bankzaken, drukwerk/ porti en onkostenvergoedingen voor onze vrijwilligers.

Voortgang organisatie IVC 2018

Over heel 2017 zijn er weer veel gesprekken gevoerd met diverse voor DVS cruciale partijen en beoogde samenwerkingspartners. Professionele partners die een toonaangevende rol spelen in het Rotterdamse culturele speelveld. Helaas hebben langlopende contacten en intentieverklaringen ons lang niet altijd kunnen helpen bij het tot stand brengen van een samenwerking. Zonder daarbij namen te noemen vinden we het wel van belang deze enorme tegenslagen en bijbehorende teleurstelling die dat voor onze organisatie heeft meegebracht op te nemen in ons jaarverslag. Immers, een verslag hoeft niet alleen maar bol te staan van pure winst, mijlpalen en succesverhalen.

Toekomstmuziek
Voor 2018 is de inhuur van professionals voor reguliere activiteiten op € – nihil -inclusief btw begroot. DVS gaat het International Viola Congress 2018 in Rotterdam organiseren en hosten. Hiervoor zijn in de loop van 2017 de nodige projectsubsidies aangevraagd en voor een deel verkregen. DVS zet in op dit grote en voor ons instrument de altviool zo belangrijke evenement. Met name vanaf het najaar 2017 heeft dit veel aandacht van het bestuur gevraagd. Er is een speciale commissie voor de congresorganisatie opgericht, de “Call for Proposals” is gepubliceerd, en er zijn 116 Proposals uit heel de wereld binnengekomen voor de inhoudelijke invulling van het Congres.

Non-profitorganisatie DVS heeft geen structurele subsidiënt of sponsor.


Wellington IVC Blog #5 (final)

Kristofer G. Skaug, DVS

Tuesday Sept. 5th, the last day of the 44th International Viola Congress: Fortunately, it has been so busy that there was no time to get nervous about my own lecture this morning, titled “Viola resources, archives and databases worldwide: How to locate and preserve our repertoire“. A joint undertaking with Daphne Gerling (AVS) and Myrna Layton (Primrose International viola Archive), resulting in a combined 40-minute presentation and 10 minutes left for Q&A with the audience. Considering the early time slot at 9AM, the attendance was really good, and there seems to be interest in a follow-up at future IVC congresses.

During the break after our presentation, I went on a shopping spree in the exhibition area and bought a block of “Bespoke Rosin” (can’t wait to find out how that works!), and various books of sheet music. At this point, I also started handing out our super cool IVC Rotterdam stickers, ensuring that everybody brings home a bunch of stickers to distribute among their viola friends.

In the afternoon, the venue once again switched to St. Andrews on the Terrace, where the Augusto Vismara Viola Ensemble gave a much-awaited concert. My expectations were quite high, as there were several premieres on the programme. Unfortunately, one of them was withdrawn because the composer – Augusto Vismara himself – could not make it to the Congress.

The Andante Cantabile for Viola Quartet by Hendrik Waelput is no novelty, but it is rarely performed by a good set of professionals – which evidently is what it takes to make this piece truly interesting. This was followed by two transcriptions of Haydn’s Baryton Trio no.7 and Divertimento no.1. Very well done, although the Italian temper at times took the interpretation a bit to the extreme.

Pietro Mascagni’s instrumental evergreen Intermezzo from Cavalleria Rusticana is always sure to tug at the heartstrings of the audience, but this viola quartet rendition evoked enthusiastic applause above expectations. One could tell that the performers themselves enjoyed it, too.

Robert Kahn (1865-1951) has left us a Serenade (op.73) which is originally for oboe, horn and piano. But he also had the good taste to provide an alternative instrumentation for 2 violas and piano, which was presented here. A very passionate piece of music, but in the end I found it a bit long. Perhaps my ears and mind were just too tired to absorb such a dosage of sound after almost 5 full days of viola music.

The best was saved for last: The world premiere of Waves for four violas and piano, by Giorgio Mirto (1972). It starts calmly, but builds up with John Adams-like ostinatos (mostly with a warm-blooded viola melody on top) and culminates in a lot of Italian temperament before it ebbs back out into the initial serenity.

The applause from the very enthusiastic audience was rewarded with a short recap of the Intermezzo by Mascagni.

For the very last regular presentation session of this congress, I chose to attend Raquel Bastos’ lecture recital “Essencia Urbana: from composition to interpretation“. Raquel discussed the interactions between herself and composer Cecile Elton in the project Essencia Urbana, compositions inspired by Portuguese and Argentinian poetry. She also played different parts of this suite as she went along, and in the end the music itself was (for me) the most memorable part of this presentation.

Just like last year in Cremona, the official Closing Ceremony of the Viola Congress was marked with a performance of the massed viola orchestra, playing a selection of Michael Kimber works under the baton of Marcin Murawski. As one would expect from such an event, there are more violists on stage than in the audience, so it was very successful. Some of us perhaps regretted not having been able to attend all the rehearsals (sorry again, Marcin!). Nevertheless it was worth doing.

So… for the festive celebration of a good congress: The Gala Banquet at the New Zealand Parliament Building (only 5 minutes’ walk from St Andrews) was a very chique event. ANZVS Secretary Greg McGarity and his wife played viola/violin duets by Beriot and others. A very fine performance!

Then came the time for speeches, first by the New Zealanders themselves, and then by IVS president Carlos Maria Solare. He in turn passed the microphone to me, as it is IVC tradition for the Host of the next IVC to have the “famous last words”. My thanks went (and will forever go) to our hosts Donald Maurice and Gillian Ansell, as well as the absolutely amazing congress manager Elyse Dalabakis. The organization was flawless, and the heartwarming hospitality was way, way, way (!) beyond call of duty.

It was an emotional moment for me to publicly blow out the candle for this year’s congress, and at the same time welcoming all Violists near and far to our congress in Rotterdam next year, with the words: “Tot ziens in Nederland“!


Wellington IVC Blog #4

Kristofer G. Skaug, DVS

Monday morning, September 4th: Time to put on my “IVC 2018 Committee Chairman” hat for a rise-and-shine meeting with the board of the International Viola Society, at Vice President Jutta Puchhammer’s hotel suite across the street. I come armed with a powerpoint presentation to help describe our congress plans for next year. I received a lot of helpful feedback and advice, and fortunately the board was quite happy with our direction so far. So I got their blessing to hold my “welcome to Rotterdam” speech at tomorrow’s closing gala dinner.

In the afternoon we once again convened at St. Andrews on the Terrace. The “Wellington Congress Viola Orchestra” (consisting of students from the New Zealand School of Music) had readied itself for a string of solo concertos.

Graupner’s double concerto for Viola d’Amore and Viola was a new discovery for me. Our host Donald Maurice could finally be heard on his favourite instrument, alongside Marcin Murawski on the viola. It was admirably performed. I did feel however that the orchestra was a bit oversized for such a piece (6 celli?), as the Viola d’Amore at times was drowned out.

Kenneth Martinson demonstrated impressive virtuosity in the Rolla D-major concerto, a real finger cracker. In a way it was a reminder of the various lectures and recitals on the topic of Rolla last year at the Cremona IVC.

The orchestra now took centre-stage on its own, with the Suite no. 3 for strings by Respighi. A good find for the list of “works in which the viola section has a significant solo part”. Conductor Martin Riseley hauled this one ashore, with a big cheer for the intrepid foursome in the viola section.

In Michael Kimber’s “Variations on a Polish Folk Melody”, our resident Polish Kimber-connoisseur Marcin Murawski had the lead role. After a dozen or so variations, Renée Maurice appeared behind the orchestra to give us the vocal rendition of said folk song, with a very convincing Eastern European intensity. But contrary to expectation, this recurrence of the main theme did not signal the beginning of the end, more like the halfwaay milestone. There was lots more work to do for Marcin Murawski and the orchestra, which seemed to enjoy indulging in the Polish swagger. All in all, much pleasure was had!

The audience could just stay in their seats for the next concert, which was another “Potpourri” session. The first piece was “Siete canciones populares españolas” by Manuel de Falla. An appropriate amount of mediterranean temperament surfaced towards the end of the suite. Good work by the lone Spanish congress delegate Gema Molina Jiménez, who confusingly has a Swedish flag and a Moose-warning sticker on her viola case.

The duo Katrina Meidell and Daphne Gerling played “In Paris with You” by Shawn Head. The mood of this piece struck me as nostalgic.

Elisabeth Smalt came on stage to complete her advocacy for “silent music”. In “Woman, Viola and Crow” by Frank Denyer, the vocabulary of the music was augmented with high heels hammering on a plate, rustling seashells, and occasional crow-calls.

An eerie acoustic landscape is created. This music seems in a way beyond “like” or “dislike”, it just is. The same might be said for Morton Feldman’s “The Viola in my Life III” (1970), now with a piano interacting in a very elemental way with the viola sounds, no more crowing, shell-rustling or foot-stamping, what remained were pizzicato’s and solitary bow strokes. By thus taking away sound by sound, silence was approached.

The next section of the concert consisted of works by Penderecki, performed by Daniel Sweaney. The “Sarabande, Tempo di Valse, Tanz” for solo viola exposed a very warm and pleasant sound from the viola. Sweaney concluded with Penderecki’s “Duo: Ciaccona” together with Annette-Barbara Vogel (violin), a beautiful piece.

Last but not least, Andrea Houde appeared with a world premiere performance of a Viola Concerto composed by her student C.F. Jones. The first section is quite melancholic, but the music picks up more energy as it progresses.

After a “working dinner” with Daphne Gerling at the local Thai cafeteria for our presentation tomorrow, time had come for the big Gala concert in the Michael Fowler Centre – the home of the New Zealand Symphony Orchestra (which by the way is frequently led by Edo de Waart). A beautiful concert hall with impeccable acoustics. The programme title was “The Three Altos“, referring to the three soloists:  Two “local heroes” – Roger Myers and Roger Benedict – and the proclaimed diva of this congress, Russian-Italian Anna Serova.

The first performance of the evening was an arrangement of Schumann’s “Märchenbilder” for viola and orchestra, with Roger Myers as a soloist. He has an extravagant playing style, which resulted in heavy articulation where none was warranted. The 3rd movement (Rasch) was by the same token executed at stunning speed, bravo for that!Next followed two world premieres, both with Anna Serova in the spotlight: “Lady Walton’s Garden” by Roberto Molinelli is a miniature concerto (and served very well as prelude to the Walton concerto itself, later this evening). It describes the beautiful garden La Mortella (?) on the island Ischia near Napels, which was the life work of Sir William Walton’s wife. She came from Argentina, so the Finale is a Tango. Serova took this challenge and – to our delight – put the viola aside for a 2-minute dance show on stage. I can’t think of another violist who could copy this feat (maybe Isabelle van Keulen? at least she likes to play tango’s).

The other premiere concerto piece was “Poem of Dawn” by Boris Pigovat. Although there was no tango dancing here, I found it musically more pleasing than the Lady Walton piece. The last piece was certainly no premiere: the well-known Walton viola concerto,
performed to wide acclaim by Roger Benedict.

The “Three Altos” were joined by NZSO principal violist Julie Joyce for the encore – a viola quartet rendition of Piazzolla’s “Libertango“. All things considered, I was a bit disappointed that the two gentlemen didn’t engage their female colleagues in an encore of the “Lady Walton” dance show. 🙂

The 5th and final installment of this blog will appear tomorrow, Sept. 8th.


Wellington IVC Blog #2

Kristofer G. Skaug, DVS

The second day of the 44th International Viola Congress started with an early uphill battle against time and gravity to reach the campus of the Victoria University Wellington (VUW), which is the main venue for most Congress proceedings from here on out. At 8 o’clock sharp (!!), a surprising number of violists of all ages and nationalities gather for the first rehearsal of the Massed Viola Orchestra, conducted by Marcin Murawski. The repertoire is entirely dedicated to the oeuvre of Michael Kimber, a household name for anyone previously involved with viola ensemble playing. Classic titles such as the “Viola Fight Song“, “Three Quirky Little Pieces” and “I am Lost without my Beautiful Viola” (sic) are on the music stands. Considering the aforementioned variety of players, the first run-through went very well – and we have daily rehearsals until our performance on Tuesday afternoon! Donald Maurice has kindly lent me a viola from the faculty stores, as I didn’t have the guts to wager my own viola to the Wild West of carry-on luggage rules for this long trip.

The Congress itself resumed today with lectures and recitals in several halls of the New Zealand School of Music and the McDiarmid building. A central space is designated as showroom for luthiers, mostly from Australia and New Zealand.

My first visit went to a lecture with the captivating title “Dancing with Death: Shostakovich and Bartok’s Last Viola Works“. Natalie Stepaniak from the University of Northern Colorado had prepared a compressed presentation of this weighty topic. Unfortunately my head was not up to the task of absorbing this lecture at full speed at this time of the morning (if at all…).

Next up was a recital of repertoire for Oboe, Clarinet and Viola: Violist Ames Asbell from Austin (Texas) brought two colleagues from orchestra to perform these works by (presumably American) composers such as Randall Thompson and Alvin Etler, ending up with the emotive “Three Armenian Impressions” by Michael Kimber.

For trivial reasons, I unfortunately missed the Midday Concert by Roger Myers, dedicated to the Bach family. Instead I was comforted by a catered sandwich lunch and a test drive of some of the showroom violas.

Andrew Filmer’s lecture “No Museum Pieces: A Practical Take to the Grande Sestetto Concertante” blew away what was left of my regretful mood. He presented the anonymous transcription of Mozart’s Sinfonia Concertante for string sextet (downloadable for free here), demonstrating through various fragments (with score) how the Grande Sestetto can be used as a vehicle to get “buy-in” from violinists to learn this piece, by using it as chamber music repertoire rather than a Concerto. This should soften the learning curve and thus make the Concerto itself more frequently programmed in the future. Which is of course something that violists really want! The violin and viola solo parts have been attractively redistributed among the ensemble players (all except for the poor 2nd cellist), creating lots of enjoyable dialogues between these parts. Mr. Filmer also presented his own pragmatic adaptations to the sextet, in the form of ossia-solutions for awkward (originally viola) passages currently assigned to the 1st cello, basically letting the violas repossess those bits (smirk).

Jutta Puchhammer’s presentation “Pièces de Concours (1896-1938)“, constituted a well-deserved and well-used second chance for her to promote this work, after her initial effort at the Cremona congress last year fell victim to a freak schedule clash. She gave full evidence of a work of great dedication over the past several years to edit and publish a collection of rediscovered examination pieces commissioned by the Conservatoire de Paris from 1896 onward.

Not only has she created a prize-winning three-volume edition of the sheet music (which instantly sold out after her lecture), mrs. Puchhammer has also recorded all of these pieces herself on CD, conceding no quality compromises in her rendition of this exceedingly virtuosic music.

In the Adam Concert Room of the School of Music, IVC44 featured artist Anna Serova gave masterclasses. I watched her coaching Henry Justo (Australia) in the Brahms Eb sonata, putting much emphasis on expression in vibrato and tonal quality. The 2nd student was Liudmila Kharitonova, probably by no total coincidence from Serova’s own home town of Arkhangelsk (Siberia). Her Allemande from Bach’s cello suite no.6 was already of great beauty from the outset, so it was fascinating to see Serova improve it further, in countless little details of bowing and phrasing.

I nevertheless decided to skip the 3rd and last student’s masterclass, in order to catch the lecture-recital on Chamber music for viola and bassoon: presented by former IVC36 host Nancy Buck of the University of Arizona together with French bassoonist Franck Leblois. At this point there were 3 parallel congress sessions running, and the Viola/Bassoon session unfortunately drew the short straw in terms of audience. Their loss!

Kicking off with 8 duo’s (1995) by Philippe Hersant, a bassoonist-composer married to a violist; continuing with Comptes de Nuit (2008) by Swedish composer Eberhard Eyser: two pleasantly calm movements with a more lively middle section. The piece “Double Invert” (2016) by Ruth Matarasso explored different ways of bending out of a unison note, and had many other interesting effects including “multitonal” notes on the bassoon (raw and “imperfect” reed vibrations that one otherwise would discard as unwanted transients). The session concluded with a world premiere performance of the 3-part piece “AB” by a certain monsieur Petit, with an 18th century classical style first movement, followed by a calm movement and ending in a merry gallop. An inspiring presentation, begging the question why these 2 instruments don’t engage in duets more often!

This evening’s “Potpourri” concert at St. Andrews offered a very comprehensive programme: Bruch’s 8 Stücke, a string trio, Mozart’s g minor quintet, followed by a Turina sextet and the Mendelssohn octet. Donald Maurice did his best to diminish the psychological challenge by suggesting we regard it as two separate, consecutive concerts. This mental trick almost worked for a good while.

The Bruch pieces were special in that the clarinet had been replaced by saxophone, which worked very well. In some parts I felt that the saxophone was somewhat too expansive; but elsewhere it compensated with a richness in tone that is difficult to imagine from a clarinet. Again it was Nancy Buck taking care of the viola part, with Christopher Creviston on sax and Hannah Creviston at the piano.

William Bolcom’s Fairytales trio for Viola, cello and Double bass is a highly original piece of music with a lot of temperament and humour. Kudos to the NZ Amazon trio (Peter Barber, Robert Ibell and Vicki Jones) for a very engaging performance.

For obvious reasons, Mozart’s String Quintet no.4 in g minor (KV516) is regarded by many as the most beautiful among his viola quintets. The opening theme alone is charming enough to melt a polar ice cap or two. The acclaimed New Zealand String Quartet, joined by Roger Benedict as the essential 2nd viola, gave a very warm and inspired rendition, concluding the first of the “two concerts”.

The “Second concert” started with Joaquin Turina’s Scène Andalouse for viola, piano and string quartet. The Deseret String Quartet hosted Anna Serova as solo violist and Jian Liu on the piano. Rich in moods, this piece flooded the last empty spaces in my head with warmth, and I spontaneously decided to call it a night. As for the Mendelssohn octet I left behind – fun as it may be – the prospect of hearing it while hanging upside down at a viola congress in New Zealand didn’t really add enough perspective for me to risk overkilling a wonderful day.


Wellington IVC Blog #1

Kristofer G. Skaug, DVS

Kia Ora! (Maori for ‘hello’),

After roughly thirty hours in airborne hibernation, I landed yesterday in Wellington (New Zealand) for the 44th International Viola Congress (IVC). It is a very special experience to travel halfway around the globe, only to be greeted with warm cheers, as if you were a regular. This was the case last night at the pre-congress dinner. I shared a table with board members of the International Viola Society (IVS) and our host, Donald Maurice. The atmosphere was great from the first minute!

Pre-congress dinner, left to right: Jutta Puchhammer (IVS Vice President), Donald Maurice (IVC44 Host) and Anna Serova (IVC44 featured artist).

This morning we converged at St. Andrews church to receive our badges, programme books and goodiebags. We then set off on foot for the Pipitea Marae, a Maori ceremonial house near the Wellington Parliament grounds, where we were to be treated to a great honour: a special Maori welcome ceremony known as the Powhiri. Initially we were met with Haka chants and the traditional nose greeting (hongi).

We, the visitors (manuhiri), were then introduced and vouched-for in Maori  by Justin Lester, the Mayor of Wellington. Our native hosts in turn made long and (for most of us) utterly incomprehensible speeches, yet the honest emotions of warm hospitality and friendship were unmistakable! IVS President Carlos Maria Solare, having impressively rehearsed some Maori greetings of his own, reiterated our peaceful purposes. Each speaker’s pledges were sealed with chants. I cannot adequately describe the depth of this impression, and I’m sorry I can only say: you really, absolutely, had to be there!

This ceremony was properly celebrated with tea and muffins and huge mounds of whipped cream. In a less formal mood, we were invited to join a crash course in Haka dancing, I couldn’t help thinking to myself that we will come up terribly short trying to match this welcome ceremony in Rotterdam next year!

Now it was down to the core business of making music. The Deseret string quartet (from Brigham Young University, USA) brought a musical offering to our hosts with Ethan Wickman’s Namasté, which is a Nepali word for “I bow to you”. The double meaning of “bowing” at a viola congress was not lost on us :-). This very soulful music made me think of string quartets by Janacek, sometimes Ravel, but it certainly had its own originality.

Back at St. Andrews, the Italian Viola Society made an important contribution with works of Italian composers, performed by Ensemble della Piattellina, led by Dorotea Vismara. Their programme was highly varied, I enjoyed most the romantic Piano Quartet by Giulio Roberti (1829-1891 – yet with a remarkably raw dissonant chord in its 1st movement!) and the fascinating quintet Centauro Marino by Salvatore Sciarrino.


The programming of the evening concert in St. Andrews would seem to reflect our host Donald Maurice’s warm interest in early music (being a renowned viola d’amore player himself), as the Pandolfis Consort brought us 17th century works with gut-stringed viola da braccia, violetta, cello, théorbe and a marvellous countertenor (Nicholas Spanos). To my ears, the Stabat Mater by Giovanni Felice Sances (1600-1679) with its idiomatic descending chromatics was particularly memorable.

Following a short intermission, the evening programme closed with the Arnold Bax sonata for viola (Sophia Acheson) and harp (Ingrid Bauer): a powerful reminder of how very well Bax knew how to compose for the viola. Admirably performed!

The pub The Old Bailey on Lambton Quay has been appointed as “official waterhole” for the IVC, but disappointingly many delegates are still overwhelmed by jetlag and unable to keep on their feet. Having no musical obligations of my own beyond the massed viola orchestra (8am rehearsals! good grief…), I decided to ignore my more or less obliterated internal clock, and had a few good New Zealand brews with the local violists. A perfect end to a wonderful first day. And still we have four more jam-packed days of congress to look forward to!

PS. Aan onze nederlandse lezers: Vanwege tijdgebrek moet ik mijn gewoonte om alles in het nederlands te schrijven en daarna in het engels te vertalen nu even loslaten… het blijft dit keer in het engels! Ik hoop op jullie begrip.


Met meer gemak musiceren, kunnen wij dit nu?

verslag van workshop met Eileen McEwan in Akoesticum Ede, 21 mei 2017
door Sofie Booy

Ik ben Sofie Booy, ik ben 18 jaar en volg sinds begin december 2016 altvioollessen bij Karin Dolman. Ik heb weleens last van kramp in mijn linkerschouder, en gespannenheid waardoor mijn stok gaat trillen, daarom dacht ik dat het handig was om naar deze cursus te gaan. Ik ben namelijk zelfs gespannen in mijn schouders en handen als ik fiets.

Zondag 21 mei gingen wij (Karin, Jonas, Sylven, Tim en ik) met zijn vijven en vijf altviolen in een auto op weg naar het Akoesticum in Ede, voor de workshop ‘Met meer gemak musiceren’.

Karin vertelde mij dat ik mijn altviool mee moest nemen en makkelijke kleding aan moest doen. Ik zei: nou dat wordt dus geen rokje, stel je voor dat we de spagaat moeten doen! 😉 Waarop Karin antwoordde: nou dat zou wat zijn, dat je als je de spagaat doet opeens Paganini kan spelen! We zullen zien…

Wij kwamen aan in de studio, naast Eileen McEwan (die de cursus gaf) was er nog één iemand anders. In totaal waren we dus met zijn zessen die de cursus volgden, wat op zich wel fijn was, hier kom ik later op terug.

Door middel van een PowerPoint begon ze de cursus/workshop. Ze vertelde wat over zichzelf en daarna moesten wij ons voorstellen, hoe je heet, hoelang je speelt en waarom je hier bent gekomen. Daarna begon ze met de theorie over hoe ons lichaam in elkaar zit. Bindweefsel is belangrijk en daar kwam ze ook vaak op terug naarmate de cursus volgde. Het zorgt ervoor dat alles soepel gaat in de spieren en botten maar geeft ook stevigheid en is een soort beschermlaag.

Vervolgens liet ze filmpjes zijn van verschillende mensen die aan het lopen waren, met lijnen erdoor zodat je goed kon zien of ze recht lopen. Daarna liet ze een filmpje zien van iemand die zonder benen ‘liep’ en daar zag je hoe belangrijke de functie van de rug is. Die moet recht en flexibel zijn, eigenlijk bij alles wat je doet.

Na de theorie gingen we beginnen met wat oefeningen.

We lieten onze armen langs ons lichaam hangen en gingen een beetje voorover ‘bukken’. En toen hetzelfde maar dan als je rechtop zit. Jullie snappen natuurlijk wel wat makkelijker ging. Als je recht op zit en je ademt diep in dan worden je spieren langer, als je hele tijd gebukt loopt of wat dan ook, dan heb je kortere spieren.

Dit kan je thuis ook even proberen:

We gingen zitten met beide voeten op de grond en onze handen onder je benen. Je moest je handen zo ver mogelijk naar achteren schuiven tot dat je je ‘zitbot’ voelde. Als je dat kon voelen moest je je handen gewoon naast je lichaam houden en net iets voor het zitbot gaan zitten.  Dan zit je recht. En dat is eigenlijk al heel belangrijk.

Met staan geldt eigenlijk precies hetzelfde, je moet zelf een beetje je bekken naar voren en achteren bewegen en kijken wat fijn voelt, waardoor ook je borstbeen recht te staan komt en je het gevoel hebt dat je bekken en borstbeen op een lijn zitten.
Verder was er nog een oefening dat je op je op kiezelstenen moest gaan staan en je focus breed houden, hoeveel voel je dan nog van de kiezels? En als je je focust op een klein ding (in ons geval als we spelen dus op noten) hoe goed voel je dan nog de kiezels?
Het kwam erop neer wanneer je gefocust bent op een detail, dat je dan de kiezels veel minder voelt.

Vervolgens ging ze bij iedereen kijken hoe je je altviool op je schouder legt, en hoe je dat eigenlijk zou moeten doen. Ze kon hierdoor bij iedereen goed zien hoe het ging en wat er fout was, dat kan normaal niet met een wat grotere groep mensen. Nu kwamen we bij sommigen tot de conclusie dat bijvoorbeeld de kinsteun verhoogd zou moeten worden, of in mijn geval een andere (midden) kinsteun. Ik had wel regelmatig last van mijn linkerschouder, omdat ik die dus naar voren houd, om mijn alt recht te houden. Ook had/heb ik mijn benen altijd gestrekt als ik sta, vooral mijn knieholtes, waardoor ik niet vrijuit kan bewegen en het altijd een beetje krampachtig gaat. Ik vertel dit erbij zodat als je dit leest, je het ook bij je zelf kan controleren en misschien lost dat wel je probleem op!

We kregen allemaal dingen waarop we moeten letten, maar wat voor iedereen natuurlijk even wennen is omdat je eenmaal gewend bent aan wat je normaal doet.

We hebben geen spagaat gedaan en kunnen nu ook nog geen Paganini spelen. Maar we kunnen wel recht zitten en staan en hopelijk zijn onze problemen nu verholpen, als je er maar aan blijft denken: Staan mijn benen/voeten goed? Is mijn rug recht? Ben ik niet gespannen in mijn schouders? Et cetera.

We hebben een leuke en leerzame middag gehad. Met dank aan Karin die ons op de cursus heeft gewezen en Eileen die dus cursus gaf.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen via info@rolfingpraktijkmcewan.nl
Of via de website: www.rolfingpraktijkmcewan.nl


Verslag Britten Altvioolconcours 2017

door Kristofer G. Skaug, DVS redactie

Redactionele opmerking: Recensies worden op persoonlijke titel gepubliceerd, en vertegenwoordigen derhalve geen officiëel standpunt van de DVS.

Als het voor het eerst gebeurt (zoals in 2013) is het nog uniek. De tweede keer (2015) kan sprake zijn van ‘wegens succes verlengd’. Maar dit jaar wordt het Britten Altvioolconcours alweer voor de derde keer gehouden, en kunnen we met recht spreken van een traditie: Die zondag, medio maart, waar jong altvioolspelend Nederland op pad gaat naar Zwolle. Er zijn in totaal 11 deelnemers, waarvan acht leerlingen van Julia Dinerstein en twee van Karin Dolman (laten we wel hopen dat in toekomstige edities ook andere altviooldocenten hun jonge leerlingen gaan aanmoedingen om mee te doen!).

20170319_027a

Silke

In de jongste categorie (10-14 jaar) zijn er vier kandidaten dit jaar. Het verplichte werk is de mooie Prelude uit de suite voor altviool en orkest van Vaughan Williams.

De allereerste kandidate van de dag is Silke Veldman (14, Zwolle). Haar Prelude is keurig uitgevoerd, maar mist een beetje kleur. Daarna speelt ze een stuk uit 5 Old French Dances van Marin Marais, heel leuk gedaan.

20170319_030

Stepan

Vervolgens speelt Stepan Prikazchikov (14, Den Haag). Hij is pas sinds kort overgestapt op altviool, en het bevalt hem duidelijk heel goed. Zijn uitvoering van Vaughan Williams zit vol belofte, en we leren snel om door de iets rafelige randjes heen te luisteren. Als keuzestuk speelt hij deel 3 uit de Sonatine van Berthold Hummel – een levendig dansje met prikkelende 7/4 rytmes, goed gedaan.

20170319_034

Sunniva

 

 

De derde kandidate is Sunniva Skaug (13, Delft), dochter van schrijver dezes en de jongste deelnemer bij deze editie van het concours.
Ze speelt haar hele programma uit het hoofd, en verwerft hiermee vrijheid om extra aandacht te besteden aan klank en frasering. Als keuzestuk speelt ze het 3e deel van het Zelter-concert, een Rondo met diverse variaties en recitatieven. Ik zal mij in het belang van journalistieke integriteit niet wagen aan een evaluatie.

20170319_042

Luna

 

Tot slot komt Luna Verschoor (14, Zwolle), zij brengt een mooie Vaughan Williams, en vervolgt met een hele innemende Apres un Rêve van Fauré: mooie dromerige klank op de C-snaar.

Na een lunchpauze met ingebouwd juryberaad kunnen we verder met de oudste categorie (15-18 jaar). Hier is het verplichte werk de (onder altviolisten zeer bekende) Romance van Max Bruch.

 

20170319_052

Johanna

Johanna Kouwenhoven (16, Zwolle) bijt de spits af. Zij speelt Bruch met mooie klank en vibrato. Het is heel beheerst. Iets meer dynamiek (vooral in de stormachtige passage in het midden) had gemogen.  Naast Bruch speelt ze een stuk van Carl Reinecke met de levendige titel Jahrmarkt. Het blijkt dan ook een vlug en vrolijk dansje te zijn. Prima gespeeld!

20170319_054

Steffie

 

 

 

 

De volgende kandidate is Steffie de Konink (15, Delfgauw). Zij is vaste gast bij het Brittenconcours, ze won bij beide voorgaande edities de 1e prijs in Catgorie 1. Voor het eerst mag ze zich bewijzen in de oudste groep. De lessenaar gaat voor haar opkomst al naar het hoekje: uit het hoofd. Bruch wordt met veel vrijheid en inleving gebracht. Heel af en toe valt de emotie negatief uit op haar klank. Maar het is een meeslepende uitvoering, brava. Vervolgens komt een leuk volksdansje,  Sachidao van Tsintsadze. Vergeleken met Bruch is dit gesneden koek, en leuk gebracht, met een lachje.

20170319_069

Sylven

Sylven van Sasse van Ysselt (16, Dordrecht) speelt pas sinds een half jaar altviool (daarvoor wel viool). Hij begint met een solostuk uit Three American Pieces van dhr. A. Minsky. Dit rytmische stukje is heel swingend. Ondanks wat technische haperingen brengt hij het tot een goed einde. In Bruch is hij duidelijk bevangen door de druk en sneuvelen er een paar loopjes. Hij bewijst echter ook handig om te kunnen springen met dit soort klein averij om het stuk op de rails te houden. In de lyrische passages horen wij dat een mooiere toon er wel inzit. Wat dat betreft een geslaagde presentatie, al zal het waarschijnlijk nog niet goed genoeg zijn om mee te dingen voor de prijzen dit keer.

Nu weer een Brittenconcours-veteraan op het podium: Jeltje Quirijnen (17, Zutphen) opent met Bruch, uit het hoofd. Ze heeft een erg mooie toon en een boterzachte klank in haar instrument. Heel aangenaam voor het oor! Ze gaat uiterst beheerst om met de technische passages. Het geheel is heel ingetogen, misschien net iets te rustig. Komt het vuurwerk dan met de Khoroumi van Tsintsadze? Jawel, de presentatie van de aanstekelijke 5/8 maat mag er wezen.

20170319_081

Emma

Emma van den Wijngaard (16, Zwolle) speelt sinds 2 jaar altviool, maar speelt ook nog steeds viool.  De Elegie van Glazunov is niet zo’n interessant contrast met Bruch, maar voor een ‘instapper’ is het een relatief dankbare keus. Bij Emma moet de echte altviool-vibrato nog wel tot bloei komen, maar er wordt met goed gevoel voor klank en frasering een degelijk resultaat gebracht. Bruch is technisch een stuk lastiger, de overwinning is dan ook des te groter bij de eindstreep.

Hij is echt een lefgozer: Jonas Meenderink (15, Oostvoorne). Bij de vorige editie van het Brittenconcours kwam hij als 13-jarige aanzetten met het concert van Hoffmeister (een conservatorium examensstuk), vandaag waagt zich aan de zeer volwassene 2e sonate van Brahms. Dit stuk is oorspronkelijk voor klarinet geschreven, maar door de componist zelf ook voor altviool bewerkt (de DVS zal volgende maand aan de verschillen tussen de klarinet- en altvioolversie een workshop wijden!). Jonas bewijst over veel muzikaliteit te beschikken, en zijn toon benadert in mijn oren al aardig het Brahms-idioom. Het is echter een heel machtig stuk met veel uitdagingen, en niet allen heeft hij nog het hoofd kunnen bieden. Bij Bruch laat hij knappe staaltjes techniek horen en ook mooie contrasten in dynamiek. Al met al een beetje teveel hooi op de vork genomen.

20170319_098

Kaat

Als laatste kandidate speelt Kaat Schraepen (16, Molenstede, België). Onze verwachtingen zijn hooggespannen, ze is immers vaker in de prijzen gevallen. En ze stelt niet teleur: Haar Bruch is direct aansprekend. Niet alleen is het technisch heel goed afgewerkt, ze weet ook grote profielen aan te brengen in dynamiek en klank. In mijn oren geen twijfel: de beste Bruch van de dag. En dan, het altvioolconcert van Badings, deel 3: Allegro Molto – veel vaart in een snelle driedelige maat. Het stuk heeft een hoge moeilijkheidsgraad. Een paar loopjes misten nauwkeurigheid, verder speelt ze het vlot weg. Een indrukwekkende vertoning.

Na een ruim uur overleg komt de juryuitspraak:

Categorie 1: 

1e Prijs: Sunniva Skaug,  tevens de Prijs van de jeugdjury;
Aanmoedigingsprijzen: Stepan Prikazchikov en Luna Verschoor

Categorie 2:

1e Prijs: Kaat Schraepen en Jeltje Quirijnen (gedeeld met miniem puntenverschil)
Kaat ontvangt tevens de Prijs van de jeugdjury;
3e Prijs: Steffie de Konink
Aanmoedigingsprijs: Jonas Meenderink

De 1e Prijs winnaars krijgen een solistisch optreden met het Britten Jeugd Strijkorkest (voor Sunniva en Jeltje wordt dat tijdens het laureatenconcert in Zwolle op 1 april as.), en ze krijgen allemaal een masterclass aangeboden met de beroemde altviolist Michael Kugel.

De 3e Prijs van Steffie gaat gepaard met de Woudschoten-prijs (deelname aan de gelijknamige zomercursus kamermuziek), en de Aanmoedigingsprijzen bestaan uit bladmuziekbonnen, deels gesponsord door de Dutch Viola Society.

Onze felicitaties voor alle prijswinnaars!  (Volledig uitslag hier).

20170319_106

De jury van het 3e Britten Altvioolconcours: vlnr Liesbeth Steffens, Loes Visser, Francien Schatborn, Esra Pehlivanli en Yke Toepoel.

Dank aan de jury, en aan René Luijpen en zijn team voor de organisatie van het concours. Op naar de volgende editie in 2019!


AVF 2017, Dag 5: Finale

door Kristofer G. Skaug
19/02/2017

English version below! Follow this link.

Docentenconcert

We zijn weer aangeschoven voor een matineeconcert op de late zondagochtend (12 uur) in de Sweelinckzaal, na een behoorlijk laat en nat feestje in Splendor gisteren.

Eerst spelen Marjolein Dispa, Francien Schatborn, Richard Wolfe en Jürgen Kussmaul samen het 3e concert voor 4 altviolen van Telemann. Vooral het rustige derde deel “Largo e staccato” spreekt mij aan. Er wordt ook met barokstokken gespeeld, dat komt in dit stuk de klankkleur en de luchtigheid van de noten ten goede.

060Maar het hoofdgerecht wat mij betreft komt met het strijkkwintet van Mozart in g kl.t. (KV516). Het mooiste van allemaal, en daarom gespaard als kers op de taart van het “Mozart-kwintet-marathon” van gisteren. Het altenkwintet bestaat uit Richard Wolfe en Marjolein Dispa op altviool, terzijde gestaan door Peter Brunt, Emma Rooijakkers (viool) en Michel Dispa (cello). Het eerste deel heeft een onvergetelijk melodieus hoofdthema met een vleugje chromatiek, als een kat die kopjes komt geven. Daar ben ik altijd wel voor in. Het ensemble produceert een zeer aangename fluwelen samenklank.

061In het menuet hebben de twee alten een bepalende middenstemvoering, maar is het ietswat verrassend de tweede violist(e) die het laatste woord krijgt. Het middendeel (adagio, non troppo – con sordino) wisselt dialoog en samenklank elkaar af. De 2e alt is de “vrije man” (excuus, vrouw) en wordt speels ingezet om de 1e viool van repliek te dienen, en soms om de baslijn van de cello over te nemen. Muziek om bij weg te dromen. Ietswat ongebruikelijk komt er een tweede Adagio-deel er achteraan. Nu in een rustige drie-tel en zonder sordine. Maar het is eigenlijk niet mer dan een korte brug naar het snelle en vrolijke slotdeel in wals-tempo. Een mooi verzorgde uitvoering!

De Finale

Om 14:00u is de Haitinkzaal zeer goed gevuld voor het laatste hoofdstuk van het Nationaal Altvioolconcours 2017. Tastbare opwinding alom.

Martin Moriarty. Daar sta je dan, met de solo opening van Hindemith’s Schwanendreher. De hele (nederlandse) altvioolwereld kijkt toe. De door altvioolstudenten eindeloos gestudeerde reeks dubbelgrepen, die tegelijk ook een melodisch geheel moet worden. Kom je tot je schrik achter dat de eerste E-octaaf al niet klopt. Blijven lachen, vooruit denken. Ik ontkom niet aan het idee dat die eerste schrik zijn weerslag heeft op de rest van zijn uitvoering, met één hand op de noodrem.

071Hierna Enescu. Deze uitvoering vind ik een stuk beter dan wat Martin in de eerste ronde liet horen, meer lyrisch en minder ruw. De mooiere akoestiek in deze zaal helpt mee, maar onthult ook genadeloos elk klein misstapje. Daniël Kramer volgt hem goed in een paar spontane rubato’s, en helpt hem ook over de eindstreep met een stevig pianistisch schouderklopje. Opgeteld zijn er wel net iets teveel kleine fouten. Het is maar afwachten hoe de andere kandidaten het doen.

Dan is de beurt aan Billy Murray, met Martijn Willers als begeleider. Opvallend informeel gekleed, een houvast in het vertrouwde. Maar ook hij is merkbaar bevangen door de druk. Hij begin met Enescu, de zenuwen uiten zich in voorzichtige tempi en een bibberstok die 075gevaarlijk op de loer ligt. Dat is de keerzijde van een gevoelsmens dat makkelijk speelplezier vindt en uitstraalt, ook zijn pijn en angst kan hij moeilijk onderdrukken.

Na deze beproeving speelt hij het 1e deel uit het concert van Walton. Hier ligt een kansje, want hij is vandaag de enige met dit concert op het programma. Het zangerige eerste thema is een dankbare binnenkomer. De belangrijkste te nemen hindernissen liggen later op de loer. Hij bereikt nu zijn comfort zone, waar alleen de mooie diepe klank van zijn altviool ertoe doet. Danig getroost stort hij zich in een versnelde passage. Wanneer het weer tot rust komt heeft hij al met al een mooie lyrische uitvoering achter de rug.

Take Konoye komt op met pianiste Noriko Yabe voor Der Schwanendreher: Ook hij komt niet helemaal zonder kleerscheuren door de introductie heen, maar hij herpakt zich heel snel, en strijkt energisch de zenuwen van zich af. Ik moet mezelf er wel aan herinneren 087dat hier een eerstejaars student staat te spelen. In de reprise van het hoofdthema slaat hij de spijker vol op zijn kop. Bevrijdend! En hij weet het, na dat laatste C-groot slotakkoord: Het was goed.

Het Concertstuk speelt hij samen met Martijn Willers. Take speelt nu al als een winnaar. Zijn Enescu straalt het uit – superieur paradeert hij zich erdoorheen. Doet maar rustig aan, zijn mentale voorsprong op zijn concurrenten is hier enorm. Op zijn gemak haalt hij het buit binnen. Kan niet anders, dit wordt goud.

De jury heeft het ook gezien. Take is onze nieuwe “nederlands kampioen” altviool, en krijgt tevens de publieksprijs. Billy Murray krijgt een tweede prijs en Martin Moriarty wordt derde.

105

Nawoord

Hartelijk dank aan het Festivalteam van het Conservatorium – met name Francien Schatborn, Richard Wolfe, Marjolein Dispa, Judith Wijzenbeek en onze ereleden Nobuko Imai en Jürgen Kussmaul, die het evenement dragen. Last but not least dank aan het productieteam Clara Brons en Marianne Berenschot en alle studenten die hebben meegeholpen.

Tot het volgende Amsterdamse festival!


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version

Teachers’ Lunch Concert

We are once again seated in the Sweelinckzaal for a late-morning (noon) concert, after a very “wet” and late party in Splendor yesterday.

First we are witness to a rendition of the 3rd concerto for 4 violas by Telemann. On the stage are Marjolein Dispa, Francien Schatborn, Richard Wolfe and Jürgen Kussmaul. The calm third movement “Largo e staccato” is particularly appealing to me. Baroque bows are being used, which results in a more appropriate tone colour and lightness of the notes.

But the main course (for my part) is the Mozart string quintet in G minor (KV516). This is arguably the most beautiful of them all (6), and hence it was saved for last in the Mozart quintet marathon, which was held yesterday. The viola quintet is headed up by Richard Wolfe and Marjolein Dispa on the viola, assisted by Peter Brunt, Emma Rooijakkers (violins) and Michel Dispa (cello). The first movement has an unforgettably melodious main theme with a whiff of chromatics, like a cat that rubs its head against your leg. I’m always in for that! The ensemble produces a very pleasant velvet tone.

In the menuet, the two violas have a decisive middle voice line, but it is somewhat surprisingly the second violinist who gets the last word. The central movement (adagio, non troppo – con sordino) provides an alternation of dialogue and polyphony. The 2nd viola is the “free man” (woman), being playfully employed as counterpart for the 1st violin, at other times taking over the cello bass line. This music lets you dream away. Somewhat unusual is the succession of a second Adagio-movement, this time in a calm three-quarter beat and without mutes. But this is actually just a short bridge to the quick and merry final movement. A very fine and well-worked out performance!

The Final

At 14:00h, the Haitinkzaal is filling up with audience for the final round of the National Viola Competition 2017. There is a significant buzz of excitement.

Here stands Martin Moriarty, with the solo opening of Hindemith’s Schwanendreher. The whole (Dutch) viola world is watching. Embarking on that endlessly rehearsed sequence of double stops, which also has to form a melodic line, he realizes with certain horror that the very first E-octave is out of tune. Keep smiling, think ahead! I cannot escape the impression that this first scare impacts the rest of his performance, keeping one hand on the emergency brake all the way.

Thereafter follows Enescu. I like the sound of this performance even more than Martin’s rendition in the first round, it is more lyrical, less rough in the edges. The acoustics in this auditorium help a bit, but they also mercilessly expose every small error. Daniël Kramer follows him well in a few spontaneous rubato’s, and helps him across the finish line with a firm pianistic pat on the shoulder. All in all, there are just a bit too many small errors. We have to wait and see what the other candidates will do.

Now it is Billy Murray’s turn, accompanied by Martijn Willers. His attire is conspicuously informal, a conscious footing in the familiar. But he, too, is visibly influenced by the pressure. He starts with  Enescu, the nervousness results in very cautious tempi, and he visibly struggles with bow control. That is the flipside of easily tapping into and projecting your musical emotions, because also feelings of pain and fear are then difficult to suppress.

After this  ordeal, he plays the 1st movement of the Walton concerto. There is an opportunity for him here, as he is the only finalist who has chosen this piece.  The melodious first theme is a thankful starter. The most difficult obstacles are lurking further down the road. He now reaches his comfort zone, where only the deep sound of his viola matters, nothing else. Thus comforted, he charges into an accelerating passage. When it all returns to tranquility, he can look back on a nice lyrical performance.

Take Konoye enters the stage with pianist Noriko Yabe for Der Schwanendreher: He, too, cannot escape a few scratches in the opening section; but he recovers very quickly, energetically bowing away his nervousness. I have to remind myself that this is a first-year student playing. He totally nails the recapitulation of the main theme, a liberating sensation! And he knows, after the final C-major chord: It was good.

He plays the Concert piece with Martijn Willers with the air of a winner, parading his way through this exercise. He takes it easy, his mental advantage on the competition is at this point huge. He reels in the victory with great ease. There is no doubt left, this is Gold.

The jury has seen it, too. Take is our new “Dutch viola champion”, and receives the audience prize as well. Billy Murray gets the second prize and Martin Moriarty finishes third.

Epilogue

Our warmest thanks to the Festival team at het Conservatory of Amsterdam – in particular Francien Schatborn, Richard Wolfe, Marjolein Dispa, Judith Wijzenbeek and our honorary members Nobuko Imai and Jürgen Kussmaul, who support this event. Last but not least thanks to the production team Clara Brons and Marianne Berenschot and all helping students in Amsterdam.

See you at the next Amsterdam festival!


AVF 2017, Dag 4: De Nationale Altvioolbijeenkomst

door Kristofer G. Skaug

18/02/2017

English version below! Follow this link.

Vandaag waren er veel masterclasses en bovendien een Mozart strijkkwintetten-marathon. Helaas kon deze verslaggever daar niet bij aanwezig zijn, dus we skippen even door naar het feestje in Splendor, met de titel “3e Nationale Altvioolbijeenkomst”, als samenwerking tussen de DVS en het Conservatorium van Amsterdam.

Jan van der Elst lectures

Jan van der Elst lezing

We beginnen in Splendor om 16:30u met een lezing van vioolbouwer Jan van der Elst (lees ons interview met Jan hier). Er wordt uitleg gegeven over het belang van een geschikt staartstuk, fijnstemmers, de relatie tussen nek- en lichaamslengte, de plaatsing van de kam. Jan presenteert met scherpte en humor. Er is ook tijd voor vragen uit de zaal, en het publiek is zeer geëngageerd (download hier de presentatieslides).

Hierna presenteert de DVS zichzelf en de plannen voor het IVC in Rotterdam, dat we volgend jaar willen organiseren (download hier de presentatieslides). Het is een compacte samenvatting, we presenteren daarbij ook video’s van onze optredens in Porto (2014) en Cremona (2016).  Op persoonlijke titel laat ik mijn favoriete uitvoering van “Skip Count Sweet Miles” afspelen, uitgevoerd door Kellen McDaniel in de 1e ronde van het concours.

Splendor zit heerlijk vol. Studenten uit Rotterdam en Amsterdam, jong talent met ouders, docenten en festivalpubliek door elkaar. Met een zeer smakelijk buffet verzorgd door de DVS kunnen we er weer tegenaan voor het avondprogramma.

Op zolder wordt een “Viola Lounge” gehouden, een informeel concert voor en door de studenten, waaronder de beruchte “3 violas” (Hessel Moeselaar, Floris Faber, Geerten Feller) die de eigen creaties te gehore brengen. Hier kon ik helaas niet bij zijn, want tegelijkertijd vindt beneden in de grote zaal een “Jong talent” concert plaats.

Deze jonge musici zijn eerder op de dag te gast geweest in de masterclasses van Judith Wijzenbeek en Jürgen Kussmaul. De zeer jonge Sarah Sikkers brengt op haar altviooltje heel vlot (en uit het hoofd) een C-groot versie van het bekende vioolconcert van Küchler, 1e deel. Eugene Kohnstamm speelt een Nocturne van Kalliwoda, en Sylven van Sasse van Ysselt speelt de Romanze van Bruch.

Sarah Sikkers, Eugene Kohnstamm, Joao Abreu

Sarah Sikkers, Eugene Kohnstamm, Joao Abreu

João Abreu (17) speelt de Elegie van Vieuxtemps. En hoe! Hij is met zijn ouders overgevlogen uit Porto, speciaal om het festival in Amsterdam mee te mogen meemaken. Hij komt uit het warme altvioolnest van de Portugeze viola society, dat o.a. in 2014 een altvioolorkest van zo’n vierhonderd (!!!) jongeren op de been zette. Maar hier is meer aan de hand, deze jongeman heeft heel veel muzikaliteit – die zullen we nog eens terugzien!

Tot slot speelt een strijkkwartet bestaande uit vier jongedames van de jong talentafdeling (Alice van Binsbergen, Olga Göschel, Elin Haver en Hesce Mourits) een stuk van Clara Schumann. Heel mooi gebracht, en een passende afsluiting.

De “Bonte Avond” volgt, met een interessant programma.

Eerst horen we een Andantino van Khatchaturian, bewerkt voor altviooltrio. Heel mooi en sfeervol gebracht door Liselot Blomaard, Rita Proenca en Lotte Grotholt. Een mooie vondst!

Saeko Oguma, Paw / Murray, Take Konoye

Saeko Oguma, Paw / Murray, Take Konoye

Voormalig Nationaal Altvioolconcourswinnares Saeko Oguma speelt een bewerking van de fluitpartita in g kl.t. van Bach. Vervolgens speelt Billy Murray zijn als beste aangewezen Mozart-duo vertolking opnieuw samen met violiste Cordelia Paw, en Take Konoye mag zijn “Gesualdo’s bovenkamer” en “Skip Count Sweet Miles” (Oene van Geel) om dezelfde reden opnieuw voor publiek spelen, maar nu met “Skip Count” op max tempo (220).

042a

Sextet van Dale

De vierdejaarsstudenten van het Conservatorium (Lisa Eggen, Carlos Delgado Antequera, Laura Hovestadt, Annemarie Hensens, Blanca Sanchez en Floris Faber) spelen het sextet “Introduction & Andante” op.5 van Benjamin Dale. Voor het eerst dat ik dit live hoor. Dit stuk wordt om begrijpelijke redenen het “Verklärte Nacht voor altvioolsextet” omschreven, er zitten texturen en harmonieën in die doen denken aan Schönberg’s opus 4. Twee leuke weetjes: De 4e altvioolstem (Annemarie Hensens) heeft opvallend vaak leuke solo’tjes. En de 6e stem (Floris Faber) werkt met twee settings van “scordatura” – de laatste vraagt dat de C-snaar een kwart omlaag gaat naar de G, dit wordt alleen toegepast voor het slotaccoord, waarin een diepe As gevraagd wordt. De minst onpraktische oplossing is om een speciaal hiervoor verstemde altviool mee te nemen voor die laatste noot! Helaas is de akoestiek van de volgepakte Splendor-zaal niet meer optimaal voor dit stuk, maar mooi is het zeker.

Rotterdam Viola Class

Rotterdam Viola Class

Na een korte break komt de altvioolklas van Codarts Rotterdam met een heuse wereldpremière: Het Divertimento voor 8 altviolen, van Arie van Hoek. Karin Dolman voert het ensemble aan, dat verder bestaat uit Ulla Thorsteinsdottir, Esther Fernandez Olalla, Marta Ocete Montoro, Raquel Sanchez Gonzalez, Rayen Estraviz, Francesca Wiersma en Stefano Sancassan. Het is gezellige muziek maar lang niet makkelijk.

044In de ochtend heeft Oene van Geel een masterclass improvisatie gegeven aan vier studenten. De resultaten van die workshop worden nu ten gehore gegeven. Lotus de Vries, Carla Regio, Hessel Moeselaar en Floris Faber voeren een sort scéance uit waar vloer, verwarming, muur, raamkozijn, en altviolen natuurlijk worden ingezet om diverse klanken met elkaar te laten reageren. Een boeiend optreden!

Als uitsmijter krijgen we een aantal stukjes uit de Zauberflöte van Mozart, bewerkt voor 4-stemmig altvioolorkest. In dat orkest nemen alle studenten en docenten plaats.  Jürgen Kussmaul dirigeert en er is een leuke wirwar van mini-solo stemmetjes, vooral in “Ein Vogelfänger bin ich ja”, overal komen die panfluit-riedeltjes vandaan. Ook de bekende aria “Hölle Rache” klinkt lekker dramatisch, gespeeld door zo’n 30 altviolen.

049aDaarna wordt nog lang gefeest in de bar. Een zeer geslaagde en gezellige dag.


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version

Today there were lots of masterclasses and also a “Mozart string quintets marathon” at the Conservatory! Unfortunately, this reporter could not be present there, so we fast forward our account to the party in Splendor, with the alternative title ”3rd National Viola Gathering”, a cooperative effort between the Dutch Viola Society and the Conservatory of Amsterdam.

We start in Splendor at 16:30h with a lecture by luthier Jan van der Elst (read our interview with him here). He lectures about the importance of a good tailpiece with the proper fine tuners, the relation between characteristic measures of the viola (“neck stop” and “body stop”), the placement of the bridge and more. Jan presents his points with acuity and humour. There is also some time for questions from the very interested audience (you can download his presentation slides here).

Next, the DVS grabs the spotlight to present itself and the plans for an International Viola Congress (IVC) in Rotterdam next year (download the presentation slides here). It is a very compact summary whereby also the video clips are shown of our performances in Porto (2014) and Cremona (2016).

On a personal title, I also replay to the audience my favourite rendition of “Skip Count Sweet Miles”, as given by Kellen McDaniel in the 1st round of the Viola Competition.

Splendor is nicely filling up with Students from Rotterdam and Amsterdam, young viola talents with their families, teachers and festival audience. The DVS serves a very tasty buffet dinner, after which we are ready to move on to the evening programme.

Up in the attic a “Viola Lounge” is held, and informal concert by the students. Among the contributors is the infamous ensemble “3 violas” (Hessel Moeselaar, Floris Faber, Geerten Feller) which brings us their own creations. Unfortunately I could not be here to absorb and report, because at the same time there is a “Young Talents” concert in the main hall downstairs.

These young musicians all attended masterclasses with Judith Wijzenbeek en Jürgen Kussmaul earlier today. The very young Sarah Sikkers plays a C-major version of the well-known concerto by Küchler on her very small-size viola – well done, and all by heart! Eugene Kohnstamm plays us a Kalliwoda Nocturne, and Sylven van Sasse van Ysselt plays the Bruch Romanze.

João Abreu (17) plays the Elegie by Vieuxtemps. Amazing! He flew here all the way from Porto (Portugal) just to be able to attend this festival. He was “raised” in the warm viola nest of the Portuguese Viola Society, the same group that mustered a band of 400 young violists for the 2014 Congress in Porto. But this young man is more than your average enthusiast – he is very musical and already considerably skilled. I’m sure we’ll see him back on stage in the future!

The last act is a string quartet consisting of four young ladies from the talent school (Alice van Binsbergen, Olga Göschel, Elin Haver and Hesce Mourits), playing a piece by Clara Schumann. Very nicely done, and a fitting end for the concert.

The evening concert follows, with an interesting programme.

First we hear an Andantino by Khatchaturian, arranged for viola trio, very well played by Liselot Blomaard, Rita Proenca and Lotte Grotholt. A beautiful repertoire find!

Former National Viola Competition winner Saeko Oguma plays a transcription of the flute partitat in g minor by Bach. Together with violinist Cordelia Paw,  Billy Murray plays the Mozart duo (in B flat), having been named the best such performance in Round 1 of the Competition. And for the same reason, Take Konoye plays his rendition of “Gesualdo’s bovenkamer” and “Skip Count Sweet Miles” (Oene van Geel) again, but now doing “Skip Count” at max speed (220).

The 4th year students from the Conservatory (Lisa Eggen, Carlos Delgado Antequera, Laura Hovestadt, Annemarie Hensens, Blanca Sanchez and Floris Faber) play the sextet “Introduction & Andante” op.5 by Benjamin Dale. The first time that I hear a live performance of this piece, which is commonly described as the “Verklärte Nacht for viola sextet”; there are indeed textures and harmonies in this piece which reminds one of Schönberg’s opus 4. Two fun facts: The 4th viola voice (Annemarie Hensens) has a noticeable number of fun solo’s. And the 6th viola (Floris Faber) has to deal with two settings of “scordatura” – the lowest one demands that the C-string be tuned one fourth down to a G. This is only needed for the final chord of the piece (where an A-flat is requested). So the least unpractical solutions is to bring a second prepared viola on stage just for the single purpose of that last note! Unfortunately, the acoustics of this overcrowded Splendor hall tonight is not doing justice to this piece. But it is still very beautiful.

After a short break, the Codarts Rotterdam viola class lines up for a true World Premiere! The Divertimento for 8 violas, written by Arie van Hoek. Karin Dolman leads the ensemble, which includes Ulla Thorsteinsdottir, Esther Fernandez Olalla, Marta Ocete Montoro, Raquel Sanchez Gonzalez, Rayen Estraviz, Francesca Wiersma and Stefano Sancassan. It is convivial music, but by no means easy to play.

This morning, Oene van Geel gave a masterclass on improvisation for four students. The outcome of this workshop is now presented. Lotus de Vries, Carla Regio, Hessel Moeselaar en Floris Faber perform a kind of scéance where the floor, the heating, the walls, window sills and (of course) violas are used to allow different types of sound interact with each other. Fascinating show!

As a final act, we are treated to a number of pieces from Mozart’s Zauberflöte, arranged for 4-part viola orchestra. All students and teachers team up in this orchestra, and Jürgen Kussmaul conducts. There is an amusing randomness of mini-solo parts, especially in “Ein Vogelfänger bin ich ja”, the well-known pan-flute motif echoes from all over the place. The equally familiar aria “Hölle Rache” sounds nicely dramatic, from the strings of 30+ violas.

The party in the bar continues until late. It has been a very successful day.


AVF 2017, Dag 2: Hard werken

door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

001

Jury vlnr: Jürgen Kussmaul, Hannah Strijbos, Eric vd Wel, Roland Kieft

Wij zijn vroeg aanwezig, om geen ene noot van Dag 2 van de 1e Ronde te hoeven missen. De jury heeft er ook duidelijk zin in.

Masterstudente Lara Albasano bijt de spits af met een hele schone Mozart (G). De “Skip Count” van Oene van Geel is technisch zeer goed, en lijkt toch behoorlijk relaxed! De Enescu was eveneens steengoed, haar spel is heel volwassen. Als ik heel picky zou moeten zijn, heel af en toe haperde het samenspel met Daniël Kramer… ietsje. Maar hier is een statement gemaakt, het zal voor menigeen dringen worden om de volgende ronde te bereiken van dit concours.

Kellen en Danielle

Kellen en Danielle

Kellen McDaniel komt uit Californië, maar studeert bij Zemtsov in Den Haag. Hij opent met Mozart in G, samen met Danielle Daoukayeva op viool, met wie hij al jaren in het Babylon kwartet samenspeelt, en dat is goed te horen. Ondanks enkele foutjes is het een charmante vertolking. Enescu met Gerard Boeters wordt iets meer “op zeker” gespeeld. En dan, voorafgegaan met een “one, two, one-two-three-four” – zijn Skip Count is met stip de meest catchy versie tot nu toe, met meedeinende bassist, alerte timing en swingende energie. De bassist helpt ook mee in “Gesualdo” met enkele diepe ondertonen. De vrije improvisatie is goed aan Kellen besteed. Interessante beurt!

Kardelen Buruk

Kardelen Buruk

De uit Turkije afkomstige Kardelen Buruk begint met Enescu. Een beetje tam in de inleiding, maar gaandeweg komt ze in een goede flow. Haar Mozart gaat ook goed. In Skip Count raakt ze de bassist even kwijt, maar ze herpakt zich en maakt het stuk toch nog met veel bravoure af. In Gesualdo veel flageoletten in de improv, fraai afgerond met een paar sappige Bartok-pizzicato’s.

En dan komt met Lotus de Vries en verrassing: Eindelijk iemand die het “andere” Mozart duo in Bes groot (KV424) speelt. Het is technisch voor met name de viool wat pittiger. Maar de toonsoort is wel heel goed geschikt voor een mooie altvioolstem, en bij Lotus komt die heel mooi uit de verf. In de improvisaties van “Gesualdo’s bovenkamer” komt er eerst een lieflijk volksliedje en daarna iets dat me doet denken aan een motief uit Shostakovich 10e symfonie, maar dan veel heftiger. Enescu is wat zwaar, maar ze komt er goed uit.

Esther Fernandez Olalla

Esther Fernandez Olalla

De volgende is Esther Fernandez Olalla, een studente van Karin Dolman in Rotterdam. Ze wordt begeleid door Roderigo Robles de Medina in het Concertstuk van Enescu, dat gaat prima! Ze heeft zeker voortgang gemaakt sinds de masterclass met Richard Wolfe vorige maand, waar ze ditzelfde stuk voorspeelde. “Skip Count” biedt een dramatische plot twist – Esther laat zich begeleiden door haar docent op altviool! Strict gesproken onreglementair, maar daarom ook best leuk. Het relatief gebrek aan een dwingende baspuls wordt wel deels goedgemaakt door zelfgemaakte swing. Not bad! De Mozart biedt een andersoortige personele première – want voor de eerste keer zien we een mannelijke violist op het podium, een secuur en muzikaal spelende Manuel Muñoz. Toch ontbrak in dit stuk muzikale spanning.

Vierdejaars KC-studente Sophie Vroegop komt nu op samen met Vera Werkman voor het Bes-groot duo van Mozart. Er wordt fijne samenklanken gemaakt, ondanks wat intonatiefoutjes is het wel mooi muzikaal. Enescu brengt ze goed

031

Sophie Vroegop

samen met Gerard Boeters, ze maakt goede dynamische spanningsbogen. Bij het stuk van Oene van Geel weer iets nieuws een live basgitarist! Dat swingt lekker. In “Gesualdo” weer een nieuwe vondst: improvisatie in gitaarmodus, altviool onder de arm.

Komt de volgende: William Murray. Mozart in Bes met Cordelia Paw is een waar feestje, om echt blij van te worden. In “Gesualdo’s bovenkamer” gaat hij hardop zingen, samen met zijn altviool wordt het een heus madrigaalkoor, geweldig! Maar zijn Enescu is nog beter, hier kan hij de kracht van zijn mooie diepe Amati altviool goed uitbuiten. Hij heeft een goede uitstraling op het podium, projecteert zelfvertrouwen en plezier in zijn werk. Hem zullen we ongetwijfeld in de volgende ronde terugzien.

Takehiro (“Take”) Konoye is de jongste deelnemer van het concours, maar zeker niet de geringste. Hij begint met Van Geel, een erg goede en virtuoze Skip Count. In Gesualdo laat hij zien dat hij ook heel goed overweg kan met klank. In het G-duo van Mozart speelt hij tot mijn verrassing niet samen met zijn tweelingzusje, waarmee hij al sinds jaren een prijsbeloonde viool/altviool duo vormt. Maar zijn samenspel met violist Shin Sihan mag er ook wezen. En hij sluit af met een zeer beheerste Enescu.

Hannah Shaw komt uit de categorie “allang afgestudeerden”, en heeft derhalve een behoorlijk volwassen vriendenkring. Als partner in het Bes-duo van Mozart heeft ze niemand minder dan Ben Gilmore bij zich, Oskar Back winnar van 2013. De stukken van Oene van Geel kan ze makkelijk mee uit de voeten, hoewel de improvisaties in “Gesualdo” niet de origineelste van allemaal zijn. Ze sluit af met Enescu samen met Daniël Kramer, een puike uitvoering, zij het misschien een beetje voorzichtig, in relatie tot haar ervaring.

We naderen het einde van de 1e ronde, nog maar 3 kandidaten te gaan. Het concertstuk

Michiel Wittink

Michiel Wittink en Margot Kolodziej

van Enescu hebben we inmiddels 15 keer gehoord. Michiel Wittink komt met uitvoering nummer 16, en niet onverdienstelijk. Sommige plekken vallen ten prooi aan stress-gerelateerd haastgevoel, maar hij rondt af met een elegante “telemark landing” (om maar een term uit de schansspringsport te lenen), en oogst daarmee verdiend applaus. De “Skip Count” is virtuoos gedaan, hij zit even wat achterop de beat, maar herstelt zich op tijd. In mijn oor een beetje jiddische invloed (a la Ernst Bloch) op de harmonieën in zijn Gesualdo-improvisaties. En hij sluit af met een opgetogen Mozart in G (samen met Margot Klodziej).

Joosep Ahun

Joosep Ahun

Hierna komt Joosep Ahun, masterstudent uit Den Haag. Zijn Van Geel heeft een eenvoudige maar eigenzinnige improvisatie die een zware wissel trekt op zijn bas-stembanden. Mozart in G samen met Eva de Vries is netjes, maar een beetje kleurloos als je mag vergelijken met de beste uitvoeringen tot nu toe. Gerard Boeters begeleidt alweer voor de 4e keer vandaag in Enescu. Zeker niet slecht, maar hoe goed? Die vraag begint nu steeds heftiger op te spelen in de hoofden van menig kandidaat.

Olga Kowalczyk

Olga Kowalczyk

De allerlaatste: Olga Kowalczyk opent met Mozart in G, zij wèl samen met haar zus, Maria. Nadeel voor haar is dat ik na een hele dag altvioolconcours niet meer weet of ik mijn oren goed kan vertrouwen. Maar volgens mij is er niet veel mis met deze Mozart. Na een “Skip Count” op volle toeren streelt de klankvorming in “Gesualdo” mijn vermoeide oren, en ook hier komt een zangstem in het spel. In het afsluitende Concertstuk melden mijn oren een paar ruwe plekken, maar zoals gezegd, die vertrouw ik nu al niet meer. Het is even doorbijten, maar ik geloof het maar al te graag als ik een prachtig opbouw naar het slotgedeelte hoor. Voilà! (of moet dat zijn: VIOLA!?): het is afgelopen.

Nu is de taak aan de jury. Er zijn in mijn boekje heel veel kanshebbers voor de 2e ronde. Ben benieuwd!

Drie kwartier later komt de uitslag – de volgende zijn door naar de 2e ronde:  Evgeniya Peschanskaya, Hessel Moeselaar, Martin Moriarty, Lara Albesano, Lotus de Vries, William Murray, Take Konoye en Hannah Shaw.

Succes allemaal, morgen (vrijdag) vanaf 11.30u in de Haitinkzaal!

O ja, nog even de volgende extra juryprijzen:
Beste Mozart: William Murray
Beste Van Geel: Take Konoye  (dat had m.i. wel Kellen McDaniel moeten zijn!)


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version:

We are up early today, in order not to miss a single note of the second day of this viola competition. The jury is clearly also eager to go.

Master student Lara Albesano kicks off the day with a very beautiful Mozart (in G major). The jazzy “Skip Count Sweet Miles” by Oene van Geel is technically very good, and performed with apparent ease! The Enescu was also very good, her playing is very mature. If I had to be very picky, a few times the sync with pianist Daniël Kramer is a tiny bit off. But she makes a clear statement here: There will be many competitors in the running for the 2nd round.

Kellen McDaniel hails from California, but currently studies with Zemtsov in The Hague. His opening statement is the Mozart duet in G, together with violinist Danielle Daoukayeva, with whom he has played for several years in the Babylon string quartet, and it shows. In spite of a few mistakes, it is a charming interpretation. The Enescu with Gerard Boeters is however played in ‘safe mode’. But then, preceded with a “one, two, one-two-three-four” – his “Skip Count” is easily the most catchy rendition so far, including a jumping bass player, alert timing and swinging energy.  The bass player also assists with some deeper undertones in the “Gesualdo” improv, which Kellen makes good use of. Interesting turn!

The Turkish student Kardelen Buruk starts off with Enescu. A bit timid in the introduction, but gradually she reaches a good state of flow. Her Mozart is also good. In the “Skip Count” she loses track of the bassist for a while, but recovers nicely in time to finish the piece with bravoura. In the Gesualdo her improv includes a lot of flageolet notes, and a few juicy Bartok-pizzicato’s.

And then Lotus de Vries offers us a nice surprise: Finally someone who has chose the “other” Mozart duo in B flat (KV424). It is technically more demanding, especially for the violinist. But the key is very suitable for a sounding viola voice, and Lotus really succeeds in making that happen. In the improvisations of “Gesualdo” we hear first a folk song and in the next part something that makes me think of a motif from the Shostakovich 10th Symphony, but then much more intense. Finally, her Enescu was a bit ‘heavy’ at times, but she came out all right in the end.

Next up is Esther Fernandez Olalla, a student of Karin Dolman in Rotterdam. She is accompanied by Roderigo Robles de Medina in the Enescu concert piece, and that goes very well! She has booked a lot of progress since the masterclass with Richard Wolfe in January. “Skip Count” offers a dramatic plot twist – Esther is accompanied by her teacher, on the viola! Strictly speaking against the competition rules, but that makes it all the more fun. The relative lack of a steady base pulse is compensated in part by self-induced swing. Not bad! The Mozart offers a different “first”, that of a male violinist, a quite steady Manuel Muñoz. But I missed musical “suspense” in this piece.

Fourth-year student Sophie Vroegop enters the stage with Vera Werkman for the B flat Mozart duo. Some nices harmonies are made together, and in spite of some intonation issues, there is enough musicality. She then moves on to Enescu (with Gerard Boeters), succeeding in making good dynamic arcs. In the piece of Oene van Geel she appears with a live bass guitarist! That swings nicely. In “Gesualdo” another new invention is brought up: Improvisation in guitar style, with the viola tucked under the arm.

Up next: William Murray. Mozart in B flat with Cordelia Paw is a musical feast! In “Gesualdo” he starts singing out loud, and in combination with his viola it suddenly becomes a madrigal choir, fantastic! But his true prowess shows in Enescu, where he can fully exploit the power of his sonorous, deep Amati viola. He has a good stage presence, projecting confidence and pleasure in his work. I’m sure we will see him in the next round.

Takehiro (“Take”) Konoye is the youngest contestant of them all, but far from the least capable. He starts out with Oene van Geel, with a very good and virtuosic “Skip Count”. In “Gesualdo” he demonstrates that he also knows what to do with tone coloring and sound production. In the Mozart G-major duo he plays – to my surprise – with Shin Sihan, rather than his own twin sister Mayu, with whom he has already won several prizes as a duo. But mr. Sihan certainly knows his Mozart, so no problem. Take closes out with a very well-controlled Enescu.

Hannah Shaw participates in the category of “postgraduates”, and as such she can tap into a very grown-up network fo musical friends. Hence, in the Mozart duo (B flat), she appears with Ben Gilmore, the 2013 Oskar Back competition winner. She also manages well with the pieces by Oene van Geel, although the improvisations in “Gesualdo” are not the most original ones. She finishes with Enescu, accompanied by Daniël Kramer, a fine performance, albeit perhaps a bit on the “risk-averse” side, in light of her already significant professional experience.

We are nearing the end of the 1st round, only 3 candidates left. We have now heard the Enescu piece 15 times. Michiel Wittink brings us number 16, and quite meritably so. Some spots fall victim to stress-induced hastening, but he closes out with an elegant “Telemark landing” (to borrow some ski-jumping terminology), and receives deserved applause for this feat. The “Skip Count” piece is done very virtuosically, for a short while he is slightly behind the beat, but recovers. His the Gesualdo-improvs have a Yiddish flavour, in an Ernst-Bloch-like sense. His “home stretch” is a jubilant Mozart in G, together with Margot Kolodziej.

After this comes Joosep Ahun, Master student from The Hague. His “Gesualdo” has a simple but wayward improvisation which makes a big demand on his bass vocal chords. Mozart duo in G with Eva de Vries is totally OK but a bit bland when compared to the best renditions so far. Gerard Boeters then accompanies the Enescu for the 4th time today. Joosep’s version is certainly not bad, but how good is it? This question looms in many a candidate’s mind right now.

The last candidate, Olga Kowalczyk, starts with Mozart duo in G. Unlike Take, she does play with her sister, Maria. A disadvantage for her is that I’m starting to distrust my ears after a whole day’s worth of viola competition. But as far as I can tell, there’s not much wrong with her Mozart. After a “Skip Count” at full speed, her tranquil sounds in the “Gesualdo” is soothing to my weary ears. She throws in some vocal cords for good measure. In the final rendition of the Concert piece my ears signal a few rough spots, but like I said, they’re not to be trusted anymore. Hanging on with my last bits of auditive concentration, I am so willing to believe that I just experienced a magnificent build-up towards the finale of this piece. Voilà! (or should that be VIOLA!?). It is finished.

Now the rest is up to the jury. In my book there are many people in the running for the 2nd round. I’m curious!

Three quarters of an hour later we have the verdict of the jury – the following people go on to the 2nd round:  Evgeniya Peschanskaya, Hessel Moeselaar, Martin Moriarty, Lara Albesano, Lotus de Vries, William Murray, Take Konoye and Hannah Shaw.

We wish you good luck tomorrow (Friday), starting at 11.30h in the Haitinkzaal!

Almost forgot, there were two extra jury prizes:
Best Mozart: William Murray
Best Van Geel: Take Konoye  (that should have been Kellen McDaniel, IMHO!)