Verslag Britten Altvioolconcours 2019

door Kristofer G. Skaug, DVS redactie

Redactionele opmerking: Uitspraken van subjectieve aard worden op persoonlijke titel gepubliceerd, en vertegenwoordigen derhalve geen officiëel standpunt van de DVS.

De vierde editie van het Britten Altvioolconcours is afgelopen zondag (17 maart) gehouden bij het ArTEZ conservatorium in Zwolle. Onze wensen naar aanleiding van de deelname in de 2017-editie zijn verhoord: Niet alleen was er dit jaar sprake van een recordaantal van 19 deelnemers, maar ze kwamen ook nog eens van een groot aantal verschillende docenten af – zowel de voorlopleidingen / talentenklassen van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Zwolle waren goed vertegenwoordigd.

De deelnemers uit Categorie 2 (15-18 jaar) waren als eerste aan de beurt. Het verplichte stuk was het Adagio uit het altvioolconcert van Henk Badings, een stuk dat veel vraagt van de muzikale verbeeldingskracht van de spelers. Daarnaast speelde iedereen een stuk naar eigen keuze.

Het gaat te ver om een uitgebreide evaluatie te doen, maar we hebben kunnen genieten van in totaal 15 vertolkingen van Badings. Dit was voor de jury ook een onmisbaar ijkpunt om de kandidaten met elkaar te kunnen vergelijken.

Enkele deelnemers uit Categorie 2: Vlnr. Steffie, Mila, Sylven, Simon, Ida

Onder de opmerkelijke keuzestukken kunnen we noemen het technische hoogstandje Carnavale di Venezia (Paganini/Kugel), uitgevoerd door Brittenconcousveteraan Steffie de Konink (17, Delfgauw). De conservatoriumstudente Raquel Roldán (18, Utrecht) bracht een deel uit een zelden gehoord altvioolconcert (bewerking?) van J. Chr. Bach, met mooie volle klanken. De machtige Grand Tango van Piazzolla werd met veel bravoure gespeeld door Mila Kastelein (16, Den Haag). Een hele verademing tussen alle Bruch, Schumann, en overige “ijzeren repertoire” was dan ook de Blues voor Bennie (E. Pütz), een jazzy, Gerschwin-acthtig deuntje, met gepaste luchtigheid neergezet door Sylven van Sasse van Ysselt. Uberhaupt is mijn wens voor toekomstige edities van het Brittenconcours dat er bij de keuzestukken een “verbod” komt op standaardstukken zoals de Fantasie van Hummel, het Hoffmeister-concert enz. Er is zoveel leuk altvioolrepertoire van de 20e en 21e eeuw – duik daar maar in!

Sfeerimpressie: De jury luistert naar Sunniva’s voordracht van Tsintsadze

Tijdens de uitgebreide lunchpauze (die konden we goed gebruiken!) was er juryberaad voor Categorie 2. De DVS had een stand neergezet om nieuwe vrienden te werven en ook het verkoop van een breed assortiment van gadgets, stickers en CD’s.

De stand van DVS, bemand door Sofie!

Na de break waren de jongsten aan de beurt: In Categorie 1 (10-14 jaar) waren er vier kandidaten dit jaar. Het verplichte werk was het derde deel uit de Sonatine (op.35b) van Berthold Hummel, een leuk allegro dat hobbelt tussen 4/4 en 3/4 maten, technisch goed toegankelijk voor jonge altviolisten (alles kan desnoods in de 1e positie gespeeld worden), maar met genoeg mogelijkheden tot uitdieping en tempoversnelling voor de iets meer gevorderden.

Deelnemers uit Categorie 1: vlnr. Norea, Tygo, Sarah

Norea Quirijnen (14, Zutphen) liet al gelijk zien hoe dat moest: ze speelde met grote expressiviteit de hele Sonatine (waar ook hele mooie lyrische passages in zitten), en rondde af met het verplichte laatste deel in een verrukkelijk hoog tempo. Daarna kwam Juliëtte Gielen (12, Rijswijk) met het mooie – en voor mij nog onbekende – Chanson Celtique van Forsyth. Tygo de Waal (12, Ooltgensplaat) had een concert van Händel voorbereid, en de charmante Sarah Sikkes (10 jaar, Amstelveen) bracht als laatste kandidate van dit concours de bekende Siciliënne van Fauré.

Tijdens het wachten op de uitslag van de jury hielden Karin Dolman en Ursula Skaug een pitch namens de DVS, waarin o.a. een oproep werd gedaan voor nieuwe bestuursleden, rayonhoofden en student-contactleden. Gelukkig hadden ze heel veel te melden, want de jury had echt even nodig om eruit te komen, met zoveel goede kandidaten.

Karin en Ursula pitchen voor de DVS tijdens het juryberaad

Om 17:20u kwam de jury eindelijk in de zaal terug en nam plaats op het podium: Yke Topoel, Ásdís Valdimarsdóttir, Roeland Jagers, Loes Visser, Liesbeth Steffens en Francien Schatborn. De uitslag luidde als volgt:

Categorie 1 (10 t/m 14 jaar)
1e prijs en jongerenjuryprijs: Norea Quirijnen (14 jaar, Zutphen)
Uit het juryrapport: “Norea Quirijnen is een echte verhalenverteller. Ze maakte indruk met haar sprookjesachtige spel, mooie uitstraling en enorme flair.”
Aanmoedigingsprijs (DVS Bladmuziekprijs): Sarah Sikkes (10 jaar, Amstelveen)

Categorie 2 (15 t/m 18 jaar)
1e prijs en jongerenjuryprijs: Sunniva Skaug (15 jaar, Delft)
Uit het juryrapport: “Sunniva Skaug gaat volledig op in de muziek en geeft met haar gedreven energie en muzikaliteit elke noot een eigen lading mee.”
2e prijs: Elin Haver (15 jaar, Amstelveen)
3e prijs: Mila Kastelein (16 jaar, Den Haag): Woudschotenprijs
Aanmoedigingsprijzen:
Raquel Roldán i Montserrat (18 jaar, Utrecht): DVS Bladmuziekprijs
Ida Weidner (17 jaar, Amsterdam): Concertbonnenprijs Orkest van het Oosten
Extra jongerenjuryprijs: Steffie de Konink (17 jaar, Delfgauw)

De DVS Bladmuziekprijzen gingen naar Sarah Sikkes en Raquel Roldán.

De volledige uitslag (inclusief het Britten Celloconcours 2019) vindt u hier.

Norea en Sunniva zullen met het Britten Jeugd Strijkorkest soleren op zondag 7 april bij het traditionele laureatenconcert in De Spiegel (Zwolle). Meer informatie over dit concert vindt u hier.

Hartelijk dank aan de organisatie, met name René Luijpen (die na dit concours terugtreedt als voorzitter), Jorien Quirijnen, Dorien Deodatus en Loes Visser.

(Bijna) Alle deelnemers van het Britten Altvioolconcours 2019

Onbekend altvioolconcert van De Zweedse Mozart

door Marion de Koning
gehoord 14 oktober 2018, 20.15 uur, kleine zaal Concertgebouw, Amsterdam

De Schotse violiste Catherine Manson speelde op zondagavond 14 oktober met het Apollo Ensemble een programma rond “De Zweedse Mozart” ter afsluiting van een klein internationaal tournee. De Zweedse Mozart was de bijnaam van Joseph Martin Kraus (1756-1792), werkzaam aan het Zweedse hof van Gustaf III. Hij was tijdgenoot van Mozart en bewonderaar van Haydn. Tijdens zijn Grand Tour door Europa schreef Kraus zijn zelden te horen Altvioolconcert in C, VB 153b. Dit Altvioolconcert werd in het programma “De Zweedse Mozart” voorafgegaan door een Symfonie van Kraus en afgesloten met werk van Mozart en Haydn.

De Symfonie in D per la chiesa (VB 146) van Kraus was een aantrekkelijke introductie van deze onbekende Zweedse componist. Luchtige hofmuziek bedoeld om in een kerk uit te voeren. De blazers en strijker van het Apollo Ensemble, aangevuld met Manson op een gewone viool, waren aangenaam goed in balans met elkaar. Daarin hoor je dat dit bijzondere ensemble al meer dan 25 jaar met elkaar samen speelt.

Voor het tweede werk: het Altvioolconcert in C (VB 153b) van Kraus pakte Catherine Manson haar altviool op. Haydnspecialiste Catherine Manson is concertmeester van het Amsterdam Baroque Orchestra en primarius van het London Haydn Quartet. De klank uit haar kleine altviool is eerder teer en bescheiden te noemen dan typisch voor een altviool. Afgezien van wat dubbelklanken speelt Kraus’ concerto zich ook vooral af in de hogere regionen, zodat Mansons altviool bijna als een gewone viool klonk.

Na de pauze speelde Manson de altpartij in het Fluitkwartet in C (KV 285b) van Mozart, met een prachtige Kate Clark op traverso. Tot slot werd van Haydn zelf de Symfonie nr. 47 in G (Hob 1:47) die als bijnaam Palindroom heeft, omdat het thema, als in een palindroom, ook van achter naar voren, te spelen is. Een toepasselijk gekozen werk want zoals Kraus een fan van Haydn was, was Haydn een fan van Kraus.

Hoewel Kraus veel onbekender is, bewezen Mozart en Haydn van de eerste tot de laatste maat dat hun namen geheel terecht op de friezen van de kleine zaal staan gebeiteld. Toch is het een verdienste van het Apollo Ensemble dat ze de onbekende Kraus voor het voetlicht brengen. Waarbij het jammer was dat Catherine Manson, de solist in het altvioolconcert van Kraus, niet een altvioliste pur sang is.

Gelukkig zijn altvioolfans in de gelegenheid eind november altvioolklanken in overvloed te horen tijdens de concerten, lezingen en masterclasses van het 45ste International Viola Congres in Rotterdam. Dit 45ste International Viola Congres wordt georganiseerd door de Dutch Viola Society van 20-24 november. Meer informatie, inschrijvingen en concertagenda op www.ivcrotterdam2018.nl.


Sunniva Skaug wint 2e prijs PCC Zuid 1

De jonge altvioliste Sunniva Skaug (14 jaar, Delft) heeft vanmiddag een mooie 2e prijs in de wacht gesleept (Categorie 1: 12 t/m 14 jaar) tijdens het Prinses Christina Concours, Regiofinale Zuid 1 in ‘s Hertogenbosch. Zij is tevens door naar de Nationale halve finale van het PCC op 7 april in Den Haag. Ze speelde de Fantasie van Johann Nepomuk Hummel, begeleid door Natasja Douma op de piano.

(foto: Sandra Heldring)

Sedna Heitzman (17 jaar, Alphen a/d Rijn) won tevens op de altviool samen met haar strijkkwartet (Viride kwartet) de 1e prijs in Categorie 2 (15 t/m 18 jaar), voor een schitterende vertolking – uit het hoofd – van het 1e strijkkwartet van Grieg.

Altvioliste Steffie de Konink (16 jaar, Delfgauw) trad op met de Scene de Ballet van de Beriot werd beloond met een Eervolle Vermelding.

Gefeliciteerd!

 


The Rising Star – Ellen Nisbeth

Kristofer G. Skaug, DVS
Concertgebouw kleine zaal, 13/12/2017

This season marks the first time that a young viola soloist is selected by the European Concert Hall Organisation (ECHO) for their “Rising Stars” chamber recital series. Ellen Nisbeth (Sweden) is the rare exception. Word of her talent reached me several years ago, so her debut in the Concertgebouw was a must hear.

Ellen Nisbeth (photo: Nikolaj Lund)

She started off with a commissioned work by Swedish composer Katarina Leyman: Tales of Lost Times, a four-part solo piece. The introduction presents resounding fifths (a whiff of Scandinavian folk music) interspersed with dialogic passages. A buzzing, agitated tremolo movement titled Around the Campfire brought memories of Northern summers with … well, insects! The final part answers to the opening movement with similar figures. A fitting and personal way to introduce herself to the audience.

Next came Schumann’s very familiar Märchenbilder. The first and last movements are perennial favourites with their warm and sweet melodic material – brought with great musicality and a very fine-tuned sense of co-musicianship with pianist Bengt Forsberg. In the 3rd movement (Rasch), we were treated to a flash of Nisbeth’s considerable technical prowess, with an uncompromising tempo choice.

Time to bring on Britten! Lachrymae – Reflections on a song of Dowland is a perfect showcase for a gifted musician like Nisbeth. She brought some very original interpretations, and made full use of the freedoms afforded by Britten’s score. The references to the Dowland themes remained very clear throughout, and in spite of some perceived dynamic balance issues, the overall performance was very gratifying.

After the intermission, Nisbeth brought her own transcriptions of Vaughan Williams’ Songs of Travel, inspired by the writings of R.L. Stevenson. Although these songs felt quite “light” in emotional terms (compared to the Britten), the melodies work well on the viola. Yet another song transcription came with Mut from Schubert’s Winterreise, which in its time had inspired one of R.L. Stevenson’s poems.

This led directly into Schubert’s Arpeggione sonata, which can be a treacherous stage companion. Nisbeth and Forsberg however co-created a warm and charming rendition. I was very happy to note, for example, that the repeat of the (lengthy) first section was all but a repeat exercise – it was significantly re-invented, reconsidered, re-articulated as if played for the first time. The slow movement was beautifully phrased, with great warmth of tone radiating from Nisbeth’s Amati viola. After all this beauty, I was a bit worried for the last movement, which to me often feels like an overdone “extended remix” version of itself. There was however no let-down, because Nisbeth invigorated the music with megawatts of musical energy throughout.

So there is no doubt, Ellen Nisbeth deserves the status of rising star! (while coincidentally, last night astronomers were busy studying the Geminid meteor shower in the night sky – falling stars! none of them were observed to be playing the viola, though).

Could we convince her to visit our Viola Congress in Rotterdam next year?


Wellington IVC Blog #5 (final)

Kristofer G. Skaug, DVS

Tuesday Sept. 5th, the last day of the 44th International Viola Congress: Fortunately, it has been so busy that there was no time to get nervous about my own lecture this morning, titled “Viola resources, archives and databases worldwide: How to locate and preserve our repertoire“. A joint undertaking with Daphne Gerling (AVS) and Myrna Layton (Primrose International viola Archive), resulting in a combined 40-minute presentation and 10 minutes left for Q&A with the audience. Considering the early time slot at 9AM, the attendance was really good, and there seems to be interest in a follow-up at future IVC congresses.

During the break after our presentation, I went on a shopping spree in the exhibition area and bought a block of “Bespoke Rosin” (can’t wait to find out how that works!), and various books of sheet music. At this point, I also started handing out our super cool IVC Rotterdam stickers, ensuring that everybody brings home a bunch of stickers to distribute among their viola friends.

In the afternoon, the venue once again switched to St. Andrews on the Terrace, where the Augusto Vismara Viola Ensemble gave a much-awaited concert. My expectations were quite high, as there were several premieres on the programme. Unfortunately, one of them was withdrawn because the composer – Augusto Vismara himself – could not make it to the Congress.

The Andante Cantabile for Viola Quartet by Hendrik Waelput is no novelty, but it is rarely performed by a good set of professionals – which evidently is what it takes to make this piece truly interesting. This was followed by two transcriptions of Haydn’s Baryton Trio no.7 and Divertimento no.1. Very well done, although the Italian temper at times took the interpretation a bit to the extreme.

Pietro Mascagni’s instrumental evergreen Intermezzo from Cavalleria Rusticana is always sure to tug at the heartstrings of the audience, but this viola quartet rendition evoked enthusiastic applause above expectations. One could tell that the performers themselves enjoyed it, too.

Robert Kahn (1865-1951) has left us a Serenade (op.73) which is originally for oboe, horn and piano. But he also had the good taste to provide an alternative instrumentation for 2 violas and piano, which was presented here. A very passionate piece of music, but in the end I found it a bit long. Perhaps my ears and mind were just too tired to absorb such a dosage of sound after almost 5 full days of viola music.

The best was saved for last: The world premiere of Waves for four violas and piano, by Giorgio Mirto (1972). It starts calmly, but builds up with John Adams-like ostinatos (mostly with a warm-blooded viola melody on top) and culminates in a lot of Italian temperament before it ebbs back out into the initial serenity.

The applause from the very enthusiastic audience was rewarded with a short recap of the Intermezzo by Mascagni.

For the very last regular presentation session of this congress, I chose to attend Raquel Bastos’ lecture recital “Essencia Urbana: from composition to interpretation“. Raquel discussed the interactions between herself and composer Cecile Elton in the project Essencia Urbana, compositions inspired by Portuguese and Argentinian poetry. She also played different parts of this suite as she went along, and in the end the music itself was (for me) the most memorable part of this presentation.

Just like last year in Cremona, the official Closing Ceremony of the Viola Congress was marked with a performance of the massed viola orchestra, playing a selection of Michael Kimber works under the baton of Marcin Murawski. As one would expect from such an event, there are more violists on stage than in the audience, so it was very successful. Some of us perhaps regretted not having been able to attend all the rehearsals (sorry again, Marcin!). Nevertheless it was worth doing.

So… for the festive celebration of a good congress: The Gala Banquet at the New Zealand Parliament Building (only 5 minutes’ walk from St Andrews) was a very chique event. ANZVS Secretary Greg McGarity and his wife played viola/violin duets by Beriot and others. A very fine performance!

Then came the time for speeches, first by the New Zealanders themselves, and then by IVS president Carlos Maria Solare. He in turn passed the microphone to me, as it is IVC tradition for the Host of the next IVC to have the “famous last words”. My thanks went (and will forever go) to our hosts Donald Maurice and Gillian Ansell, as well as the absolutely amazing congress manager Elyse Dalabakis. The organization was flawless, and the heartwarming hospitality was way, way, way (!) beyond call of duty.

It was an emotional moment for me to publicly blow out the candle for this year’s congress, and at the same time welcoming all Violists near and far to our congress in Rotterdam next year, with the words: “Tot ziens in Nederland“!


Wellington IVC Blog #4

Kristofer G. Skaug, DVS

Monday morning, September 4th: Time to put on my “IVC 2018 Committee Chairman” hat for a rise-and-shine meeting with the board of the International Viola Society, at Vice President Jutta Puchhammer’s hotel suite across the street. I come armed with a powerpoint presentation to help describe our congress plans for next year. I received a lot of helpful feedback and advice, and fortunately the board was quite happy with our direction so far. So I got their blessing to hold my “welcome to Rotterdam” speech at tomorrow’s closing gala dinner.

In the afternoon we once again convened at St. Andrews on the Terrace. The “Wellington Congress Viola Orchestra” (consisting of students from the New Zealand School of Music) had readied itself for a string of solo concertos.

Graupner’s double concerto for Viola d’Amore and Viola was a new discovery for me. Our host Donald Maurice could finally be heard on his favourite instrument, alongside Marcin Murawski on the viola. It was admirably performed. I did feel however that the orchestra was a bit oversized for such a piece (6 celli?), as the Viola d’Amore at times was drowned out.

Kenneth Martinson demonstrated impressive virtuosity in the Rolla D-major concerto, a real finger cracker. In a way it was a reminder of the various lectures and recitals on the topic of Rolla last year at the Cremona IVC.

The orchestra now took centre-stage on its own, with the Suite no. 3 for strings by Respighi. A good find for the list of “works in which the viola section has a significant solo part”. Conductor Martin Riseley hauled this one ashore, with a big cheer for the intrepid foursome in the viola section.

In Michael Kimber’s “Variations on a Polish Folk Melody”, our resident Polish Kimber-connoisseur Marcin Murawski had the lead role. After a dozen or so variations, Renée Maurice appeared behind the orchestra to give us the vocal rendition of said folk song, with a very convincing Eastern European intensity. But contrary to expectation, this recurrence of the main theme did not signal the beginning of the end, more like the halfwaay milestone. There was lots more work to do for Marcin Murawski and the orchestra, which seemed to enjoy indulging in the Polish swagger. All in all, much pleasure was had!

The audience could just stay in their seats for the next concert, which was another “Potpourri” session. The first piece was “Siete canciones populares españolas” by Manuel de Falla. An appropriate amount of mediterranean temperament surfaced towards the end of the suite. Good work by the lone Spanish congress delegate Gema Molina Jiménez, who confusingly has a Swedish flag and a Moose-warning sticker on her viola case.

The duo Katrina Meidell and Daphne Gerling played “In Paris with You” by Shawn Head. The mood of this piece struck me as nostalgic.

Elisabeth Smalt came on stage to complete her advocacy for “silent music”. In “Woman, Viola and Crow” by Frank Denyer, the vocabulary of the music was augmented with high heels hammering on a plate, rustling seashells, and occasional crow-calls.

An eerie acoustic landscape is created. This music seems in a way beyond “like” or “dislike”, it just is. The same might be said for Morton Feldman’s “The Viola in my Life III” (1970), now with a piano interacting in a very elemental way with the viola sounds, no more crowing, shell-rustling or foot-stamping, what remained were pizzicato’s and solitary bow strokes. By thus taking away sound by sound, silence was approached.

The next section of the concert consisted of works by Penderecki, performed by Daniel Sweaney. The “Sarabande, Tempo di Valse, Tanz” for solo viola exposed a very warm and pleasant sound from the viola. Sweaney concluded with Penderecki’s “Duo: Ciaccona” together with Annette-Barbara Vogel (violin), a beautiful piece.

Last but not least, Andrea Houde appeared with a world premiere performance of a Viola Concerto composed by her student C.F. Jones. The first section is quite melancholic, but the music picks up more energy as it progresses.

After a “working dinner” with Daphne Gerling at the local Thai cafeteria for our presentation tomorrow, time had come for the big Gala concert in the Michael Fowler Centre – the home of the New Zealand Symphony Orchestra (which by the way is frequently led by Edo de Waart). A beautiful concert hall with impeccable acoustics. The programme title was “The Three Altos“, referring to the three soloists:  Two “local heroes” – Roger Myers and Roger Benedict – and the proclaimed diva of this congress, Russian-Italian Anna Serova.

The first performance of the evening was an arrangement of Schumann’s “Märchenbilder” for viola and orchestra, with Roger Myers as a soloist. He has an extravagant playing style, which resulted in heavy articulation where none was warranted. The 3rd movement (Rasch) was by the same token executed at stunning speed, bravo for that!Next followed two world premieres, both with Anna Serova in the spotlight: “Lady Walton’s Garden” by Roberto Molinelli is a miniature concerto (and served very well as prelude to the Walton concerto itself, later this evening). It describes the beautiful garden La Mortella (?) on the island Ischia near Napels, which was the life work of Sir William Walton’s wife. She came from Argentina, so the Finale is a Tango. Serova took this challenge and – to our delight – put the viola aside for a 2-minute dance show on stage. I can’t think of another violist who could copy this feat (maybe Isabelle van Keulen? at least she likes to play tango’s).

The other premiere concerto piece was “Poem of Dawn” by Boris Pigovat. Although there was no tango dancing here, I found it musically more pleasing than the Lady Walton piece. The last piece was certainly no premiere: the well-known Walton viola concerto,
performed to wide acclaim by Roger Benedict.

The “Three Altos” were joined by NZSO principal violist Julie Joyce for the encore – a viola quartet rendition of Piazzolla’s “Libertango“. All things considered, I was a bit disappointed that the two gentlemen didn’t engage their female colleagues in an encore of the “Lady Walton” dance show. 🙂

The 5th and final installment of this blog will appear tomorrow, Sept. 8th.


Wellington IVC Blog #2

Kristofer G. Skaug, DVS

The second day of the 44th International Viola Congress started with an early uphill battle against time and gravity to reach the campus of the Victoria University Wellington (VUW), which is the main venue for most Congress proceedings from here on out. At 8 o’clock sharp (!!), a surprising number of violists of all ages and nationalities gather for the first rehearsal of the Massed Viola Orchestra, conducted by Marcin Murawski. The repertoire is entirely dedicated to the oeuvre of Michael Kimber, a household name for anyone previously involved with viola ensemble playing. Classic titles such as the “Viola Fight Song“, “Three Quirky Little Pieces” and “I am Lost without my Beautiful Viola” (sic) are on the music stands. Considering the aforementioned variety of players, the first run-through went very well – and we have daily rehearsals until our performance on Tuesday afternoon! Donald Maurice has kindly lent me a viola from the faculty stores, as I didn’t have the guts to wager my own viola to the Wild West of carry-on luggage rules for this long trip.

The Congress itself resumed today with lectures and recitals in several halls of the New Zealand School of Music and the McDiarmid building. A central space is designated as showroom for luthiers, mostly from Australia and New Zealand.

My first visit went to a lecture with the captivating title “Dancing with Death: Shostakovich and Bartok’s Last Viola Works“. Natalie Stepaniak from the University of Northern Colorado had prepared a compressed presentation of this weighty topic. Unfortunately my head was not up to the task of absorbing this lecture at full speed at this time of the morning (if at all…).

Next up was a recital of repertoire for Oboe, Clarinet and Viola: Violist Ames Asbell from Austin (Texas) brought two colleagues from orchestra to perform these works by (presumably American) composers such as Randall Thompson and Alvin Etler, ending up with the emotive “Three Armenian Impressions” by Michael Kimber.

For trivial reasons, I unfortunately missed the Midday Concert by Roger Myers, dedicated to the Bach family. Instead I was comforted by a catered sandwich lunch and a test drive of some of the showroom violas.

Andrew Filmer’s lecture “No Museum Pieces: A Practical Take to the Grande Sestetto Concertante” blew away what was left of my regretful mood. He presented the anonymous transcription of Mozart’s Sinfonia Concertante for string sextet (downloadable for free here), demonstrating through various fragments (with score) how the Grande Sestetto can be used as a vehicle to get “buy-in” from violinists to learn this piece, by using it as chamber music repertoire rather than a Concerto. This should soften the learning curve and thus make the Concerto itself more frequently programmed in the future. Which is of course something that violists really want! The violin and viola solo parts have been attractively redistributed among the ensemble players (all except for the poor 2nd cellist), creating lots of enjoyable dialogues between these parts. Mr. Filmer also presented his own pragmatic adaptations to the sextet, in the form of ossia-solutions for awkward (originally viola) passages currently assigned to the 1st cello, basically letting the violas repossess those bits (smirk).

Jutta Puchhammer’s presentation “Pièces de Concours (1896-1938)“, constituted a well-deserved and well-used second chance for her to promote this work, after her initial effort at the Cremona congress last year fell victim to a freak schedule clash. She gave full evidence of a work of great dedication over the past several years to edit and publish a collection of rediscovered examination pieces commissioned by the Conservatoire de Paris from 1896 onward.

Not only has she created a prize-winning three-volume edition of the sheet music (which instantly sold out after her lecture), mrs. Puchhammer has also recorded all of these pieces herself on CD, conceding no quality compromises in her rendition of this exceedingly virtuosic music.

In the Adam Concert Room of the School of Music, IVC44 featured artist Anna Serova gave masterclasses. I watched her coaching Henry Justo (Australia) in the Brahms Eb sonata, putting much emphasis on expression in vibrato and tonal quality. The 2nd student was Liudmila Kharitonova, probably by no total coincidence from Serova’s own home town of Arkhangelsk (Siberia). Her Allemande from Bach’s cello suite no.6 was already of great beauty from the outset, so it was fascinating to see Serova improve it further, in countless little details of bowing and phrasing.

I nevertheless decided to skip the 3rd and last student’s masterclass, in order to catch the lecture-recital on Chamber music for viola and bassoon: presented by former IVC36 host Nancy Buck of the University of Arizona together with French bassoonist Franck Leblois. At this point there were 3 parallel congress sessions running, and the Viola/Bassoon session unfortunately drew the short straw in terms of audience. Their loss!

Kicking off with 8 duo’s (1995) by Philippe Hersant, a bassoonist-composer married to a violist; continuing with Comptes de Nuit (2008) by Swedish composer Eberhard Eyser: two pleasantly calm movements with a more lively middle section. The piece “Double Invert” (2016) by Ruth Matarasso explored different ways of bending out of a unison note, and had many other interesting effects including “multitonal” notes on the bassoon (raw and “imperfect” reed vibrations that one otherwise would discard as unwanted transients). The session concluded with a world premiere performance of the 3-part piece “AB” by a certain monsieur Petit, with an 18th century classical style first movement, followed by a calm movement and ending in a merry gallop. An inspiring presentation, begging the question why these 2 instruments don’t engage in duets more often!

This evening’s “Potpourri” concert at St. Andrews offered a very comprehensive programme: Bruch’s 8 Stücke, a string trio, Mozart’s g minor quintet, followed by a Turina sextet and the Mendelssohn octet. Donald Maurice did his best to diminish the psychological challenge by suggesting we regard it as two separate, consecutive concerts. This mental trick almost worked for a good while.

The Bruch pieces were special in that the clarinet had been replaced by saxophone, which worked very well. In some parts I felt that the saxophone was somewhat too expansive; but elsewhere it compensated with a richness in tone that is difficult to imagine from a clarinet. Again it was Nancy Buck taking care of the viola part, with Christopher Creviston on sax and Hannah Creviston at the piano.

William Bolcom’s Fairytales trio for Viola, cello and Double bass is a highly original piece of music with a lot of temperament and humour. Kudos to the NZ Amazon trio (Peter Barber, Robert Ibell and Vicki Jones) for a very engaging performance.

For obvious reasons, Mozart’s String Quintet no.4 in g minor (KV516) is regarded by many as the most beautiful among his viola quintets. The opening theme alone is charming enough to melt a polar ice cap or two. The acclaimed New Zealand String Quartet, joined by Roger Benedict as the essential 2nd viola, gave a very warm and inspired rendition, concluding the first of the “two concerts”.

The “Second concert” started with Joaquin Turina’s Scène Andalouse for viola, piano and string quartet. The Deseret String Quartet hosted Anna Serova as solo violist and Jian Liu on the piano. Rich in moods, this piece flooded the last empty spaces in my head with warmth, and I spontaneously decided to call it a night. As for the Mendelssohn octet I left behind – fun as it may be – the prospect of hearing it while hanging upside down at a viola congress in New Zealand didn’t really add enough perspective for me to risk overkilling a wonderful day.


Wellington IVC Blog #1

Kristofer G. Skaug, DVS

Kia Ora! (Maori for ‘hello’),

After roughly thirty hours in airborne hibernation, I landed yesterday in Wellington (New Zealand) for the 44th International Viola Congress (IVC). It is a very special experience to travel halfway around the globe, only to be greeted with warm cheers, as if you were a regular. This was the case last night at the pre-congress dinner. I shared a table with board members of the International Viola Society (IVS) and our host, Donald Maurice. The atmosphere was great from the first minute!

Pre-congress dinner, left to right: Jutta Puchhammer (IVS Vice President), Donald Maurice (IVC44 Host) and Anna Serova (IVC44 featured artist).

This morning we converged at St. Andrews church to receive our badges, programme books and goodiebags. We then set off on foot for the Pipitea Marae, a Maori ceremonial house near the Wellington Parliament grounds, where we were to be treated to a great honour: a special Maori welcome ceremony known as the Powhiri. Initially we were met with Haka chants and the traditional nose greeting (hongi).

We, the visitors (manuhiri), were then introduced and vouched-for in Maori  by Justin Lester, the Mayor of Wellington. Our native hosts in turn made long and (for most of us) utterly incomprehensible speeches, yet the honest emotions of warm hospitality and friendship were unmistakable! IVS President Carlos Maria Solare, having impressively rehearsed some Maori greetings of his own, reiterated our peaceful purposes. Each speaker’s pledges were sealed with chants. I cannot adequately describe the depth of this impression, and I’m sorry I can only say: you really, absolutely, had to be there!

This ceremony was properly celebrated with tea and muffins and huge mounds of whipped cream. In a less formal mood, we were invited to join a crash course in Haka dancing, I couldn’t help thinking to myself that we will come up terribly short trying to match this welcome ceremony in Rotterdam next year!

Now it was down to the core business of making music. The Deseret string quartet (from Brigham Young University, USA) brought a musical offering to our hosts with Ethan Wickman’s Namasté, which is a Nepali word for “I bow to you”. The double meaning of “bowing” at a viola congress was not lost on us :-). This very soulful music made me think of string quartets by Janacek, sometimes Ravel, but it certainly had its own originality.

Back at St. Andrews, the Italian Viola Society made an important contribution with works of Italian composers, performed by Ensemble della Piattellina, led by Dorotea Vismara. Their programme was highly varied, I enjoyed most the romantic Piano Quartet by Giulio Roberti (1829-1891 – yet with a remarkably raw dissonant chord in its 1st movement!) and the fascinating quintet Centauro Marino by Salvatore Sciarrino.


The programming of the evening concert in St. Andrews would seem to reflect our host Donald Maurice’s warm interest in early music (being a renowned viola d’amore player himself), as the Pandolfis Consort brought us 17th century works with gut-stringed viola da braccia, violetta, cello, théorbe and a marvellous countertenor (Nicholas Spanos). To my ears, the Stabat Mater by Giovanni Felice Sances (1600-1679) with its idiomatic descending chromatics was particularly memorable.

Following a short intermission, the evening programme closed with the Arnold Bax sonata for viola (Sophia Acheson) and harp (Ingrid Bauer): a powerful reminder of how very well Bax knew how to compose for the viola. Admirably performed!

The pub The Old Bailey on Lambton Quay has been appointed as “official waterhole” for the IVC, but disappointingly many delegates are still overwhelmed by jetlag and unable to keep on their feet. Having no musical obligations of my own beyond the massed viola orchestra (8am rehearsals! good grief…), I decided to ignore my more or less obliterated internal clock, and had a few good New Zealand brews with the local violists. A perfect end to a wonderful first day. And still we have four more jam-packed days of congress to look forward to!

PS. Aan onze nederlandse lezers: Vanwege tijdgebrek moet ik mijn gewoonte om alles in het nederlands te schrijven en daarna in het engels te vertalen nu even loslaten… het blijft dit keer in het engels! Ik hoop op jullie begrip.


Verslag Britten Altvioolconcours 2017

door Kristofer G. Skaug, DVS redactie

Redactionele opmerking: Recensies worden op persoonlijke titel gepubliceerd, en vertegenwoordigen derhalve geen officiëel standpunt van de DVS.

Als het voor het eerst gebeurt (zoals in 2013) is het nog uniek. De tweede keer (2015) kan sprake zijn van ‘wegens succes verlengd’. Maar dit jaar wordt het Britten Altvioolconcours alweer voor de derde keer gehouden, en kunnen we met recht spreken van een traditie: Die zondag, medio maart, waar jong altvioolspelend Nederland op pad gaat naar Zwolle. Er zijn in totaal 11 deelnemers, waarvan acht leerlingen van Julia Dinerstein en twee van Karin Dolman (laten we wel hopen dat in toekomstige edities ook andere altviooldocenten hun jonge leerlingen gaan aanmoedingen om mee te doen!).

20170319_027a

Silke

In de jongste categorie (10-14 jaar) zijn er vier kandidaten dit jaar. Het verplichte werk is de mooie Prelude uit de suite voor altviool en orkest van Vaughan Williams.

De allereerste kandidate van de dag is Silke Veldman (14, Zwolle). Haar Prelude is keurig uitgevoerd, maar mist een beetje kleur. Daarna speelt ze een stuk uit 5 Old French Dances van Marin Marais, heel leuk gedaan.

20170319_030

Stepan

Vervolgens speelt Stepan Prikazchikov (14, Den Haag). Hij is pas sinds kort overgestapt op altviool, en het bevalt hem duidelijk heel goed. Zijn uitvoering van Vaughan Williams zit vol belofte, en we leren snel om door de iets rafelige randjes heen te luisteren. Als keuzestuk speelt hij deel 3 uit de Sonatine van Berthold Hummel – een levendig dansje met prikkelende 7/4 rytmes, goed gedaan.

20170319_034

Sunniva

De derde kandidate is Sunniva Skaug (13, Delft), dochter van schrijver dezes en de jongste deelnemer bij deze editie van het concours.
Ze speelt haar hele programma uit het hoofd, en verwerft hiermee vrijheid om extra aandacht te besteden aan klank en frasering. Als keuzestuk speelt ze het 3e deel van het Zelter-concert, een Rondo met diverse variaties en recitatieven. Ik zal mij in het belang van journalistieke integriteit niet wagen aan een evaluatie.

20170319_042

Luna

Tot slot komt Luna Verschoor (14, Zwolle), zij brengt een mooie Vaughan Williams, en vervolgt met een hele innemende Apres un Rêve van Fauré: mooie dromerige klank op de C-snaar.

Na een lunchpauze met ingebouwd juryberaad kunnen we verder met de oudste categorie (15-18 jaar). Hier is het verplichte werk de (onder altviolisten zeer bekende) Romance van Max Bruch.

20170319_052

Johanna

Johanna Kouwenhoven (16, Zwolle) bijt de spits af. Zij speelt Bruch met mooie klank en vibrato. Het is heel beheerst. Iets meer dynamiek (vooral in de stormachtige passage in het midden) had gemogen.  Naast Bruch speelt ze een stuk van Carl Reinecke met de levendige titel Jahrmarkt. Het blijkt dan ook een vlug en vrolijk dansje te zijn. Prima gespeeld!

20170319_054

Steffie

De volgende kandidate is Steffie de Konink (15, Delfgauw). Zij is vaste gast bij het Brittenconcours, ze won bij beide voorgaande edities de 1e prijs in Catgorie 1. Voor het eerst mag ze zich bewijzen in de oudste groep. De lessenaar gaat voor haar opkomst al naar het hoekje: uit het hoofd. Bruch wordt met veel vrijheid en inleving gebracht. Heel af en toe valt de emotie negatief uit op haar klank. Maar het is een meeslepende uitvoering, brava. Vervolgens komt een leuk volksdansje,  Sachidao van Tsintsadze. Vergeleken met Bruch is dit gesneden koek, en leuk gebracht, met een lachje.

20170319_069

Sylven

Sylven van Sasse van Ysselt (16, Dordrecht) speelt pas sinds een half jaar altviool (daarvoor wel viool). Hij begint met een solostuk uit Three American Pieces van dhr. A. Minsky. Dit rytmische stukje is heel swingend. Ondanks wat technische haperingen brengt hij het tot een goed einde. In Bruch is hij duidelijk bevangen door de druk en sneuvelen er een paar loopjes. Hij bewijst echter ook handig om te kunnen springen met dit soort klein averij om het stuk op de rails te houden. In de lyrische passages horen wij dat een mooiere toon er wel inzit. Wat dat betreft een geslaagde presentatie, al zal het waarschijnlijk nog niet goed genoeg zijn om mee te dingen voor de prijzen dit keer.

Nu weer een Brittenconcours-veteraan op het podium: Jeltje Quirijnen (17, Zutphen) opent met Bruch, uit het hoofd. Ze heeft een erg mooie toon en een boterzachte klank in haar instrument. Heel aangenaam voor het oor! Ze gaat uiterst beheerst om met de technische passages. Het geheel is heel ingetogen, misschien net iets te rustig. Komt het vuurwerk dan met de Khoroumi van Tsintsadze? Jawel, de presentatie van de aanstekelijke 5/8 maat mag er wezen.

20170319_081

Emma

Emma van den Wijngaard (16, Zwolle) speelt sinds 2 jaar altviool, maar speelt ook nog steeds viool.  De Elegie van Glazunov is niet zo’n interessant contrast met Bruch, maar voor een ‘instapper’ is het een relatief dankbare keus. Bij Emma moet de echte altviool-vibrato nog wel tot bloei komen, maar er wordt met goed gevoel voor klank en frasering een degelijk resultaat gebracht. Bruch is technisch een stuk lastiger, de overwinning is dan ook des te groter bij de eindstreep.

Hij is echt een lefgozer: Jonas Meenderink (15, Oostvoorne). Bij de vorige editie van het Brittenconcours kwam hij als 13-jarige aanzetten met het concert van Hoffmeister (een conservatorium examensstuk), vandaag waagt zich aan de zeer volwassene 2e sonate van Brahms. Dit stuk is oorspronkelijk voor klarinet geschreven, maar door de componist zelf ook voor altviool bewerkt (de DVS zal volgende maand aan de verschillen tussen de klarinet- en altvioolversie een workshop wijden!). Jonas bewijst over veel muzikaliteit te beschikken, en zijn toon benadert in mijn oren al aardig het Brahms-idioom. Het is echter een heel machtig stuk met veel uitdagingen, en niet allen heeft hij nog het hoofd kunnen bieden. Bij Bruch laat hij knappe staaltjes techniek horen en ook mooie contrasten in dynamiek. Al met al een beetje teveel hooi op de vork genomen.

20170319_098

Kaat

Als laatste kandidate speelt Kaat Schraepen (16, Molenstede, België). Onze verwachtingen zijn hooggespannen, ze is immers vaker in de prijzen gevallen. En ze stelt niet teleur: Haar Bruch is direct aansprekend. Niet alleen is het technisch heel goed afgewerkt, ze weet ook grote profielen aan te brengen in dynamiek en klank. In mijn oren geen twijfel: de beste Bruch van de dag. En dan, het altvioolconcert van Badings, deel 3: Allegro Molto – veel vaart in een snelle driedelige maat. Het stuk heeft een hoge moeilijkheidsgraad. Een paar loopjes misten nauwkeurigheid, verder speelt ze het vlot weg. Een indrukwekkende vertoning.

Na een ruim uur overleg komt de juryuitspraak:

Categorie 1: 

1e Prijs: Sunniva Skaug,  tevens de Prijs van de jeugdjury;
Aanmoedigingsprijzen: Stepan Prikazchikov en Luna Verschoor

Categorie 2:

1e Prijs: Kaat Schraepen en Jeltje Quirijnen (gedeeld met miniem puntenverschil)
Kaat ontvangt tevens de Prijs van de jeugdjury;
3e Prijs: Steffie de Konink
Aanmoedigingsprijs: Jonas Meenderink

De 1e Prijs winnaars krijgen een solistisch optreden met het Britten Jeugd Strijkorkest (voor Sunniva en Jeltje wordt dat tijdens het laureatenconcert in Zwolle op 1 april as.), en ze krijgen allemaal een masterclass aangeboden met de beroemde altviolist Michael Kugel.

De 3e Prijs van Steffie gaat gepaard met de Woudschoten-prijs (deelname aan de gelijknamige zomercursus kamermuziek), en de Aanmoedigingsprijzen bestaan uit bladmuziekbonnen, deels gesponsord door de Dutch Viola Society.

Onze felicitaties voor alle prijswinnaars!  (Volledig uitslag hier).

20170319_106

De jury van het 3e Britten Altvioolconcours: vlnr Liesbeth Steffens, Loes Visser, Francien Schatborn, Esra Pehlivanli en Yke Toepoel.

Dank aan de jury, en aan René Luijpen en zijn team voor de organisatie van het concours. Op naar de volgende editie in 2019!


Altvioolavond met Tanja Trede (Recensie)

Gehoord in Nieuwe Kerk Den Haag,
22 februari 2017
door Kristofer G. Skaug

English version below! Follow this link.

Het Residentie Orkest heeft een zwak voor altviolen. Vanavond mocht altvioliste Tanja Trede een programma ontwerpen met haar favoriete kamermuziek, waarin zij wordt bijgestaan door haar collega’s uit het orkest: Dorine Schade (fluit), Mara Oosterbaan en Cato Went (violen), Elisabeth Runge (altviool), Mileva Fialova en Roger Regter (cello), en Harry Donders (contrabas). Dat resulteerde in een heel bijzondere avond met de Tscjechische componist Ervin Schulfhoff in de hoofdrol.

Niet alleen was Schulhoff joods, entartete componist en fanatieke communist (“Absolute kunst is revolutie“); maar hij maakte het in de ogen van de Nazis helemaal bont door een staatsburgerschap van de Sovjet-Unie aan te vragen. In 1942 is hij in een concentratiekamp overleden, precies 75 jaar geleden dus.

Maar even terug naar het begin: Dvorak stond aan de wieg van de muzikale carriere van Schulhoff, daarom lijkt het logisch om het programma te laten beginnen met het Terzetto van Dvorak. Het is een leuk muziekje, maar vanavond kan het mij niet echt meeslepen.

Concertino van Schulhoff

Concertino van Schulhoff

Het Concertino van Schulhoff (voor piccolo/dwarsfluit, altviool en contrabas) daarentegen boeit vanaf de eerste maat. De enorme spanwijdte in toonhoogte, van de hoogste piccolonoten tot de diepste bas-snaar, zorgt voor een merkwaardig gevoel dat er zich rondom de middenstem (altviool) nog meer muzikale schijn-stemmen.roeren. Want het blijft bij 3 fysieke instrumenten en stemmen. Het volksdansje in het afsluitende “Allegro gaio” blijft lekker in mijn hoofd hangen.

We blijven nog even in trio-bezetting, nu voor de Serenade op.141a van Max Reger (die ook een leraar was van Schulhoff): fluit, viool en altviool. Het begint met een heel vrolijk thema, dat na een tijdje wordt omgezet in een fugatische passage. In het daaropvolgende Larghetto hoor je een heleboel dalende figuren met veel chromatiek. De altviool moet de bas-stem voor zijn rekening nemen. Dit is een heel mooi deel. Het slotdeel in 6/8 maat is speels en eigenlijk heel anders dan de stereotiep van Reger-muziek.

021

Serenade van Reger

Het zwaarste stuk van de avond – ook qua bezetting – is het Strijksextet op.45 van Schulhoff. Een heel spannend muziekstuk! Ik heb al sinds jaren een CD-opname in huis waar ik nooit goed naar heb geluisterd. Ga ik voortaan wel doen. In de mooie akoestiek van de Nieuwe Kerk zetten de musici een fantastisch mooie uitvoering neer. Hier zit veel angst en verdriet in verwerkt: herinneringen aan de eerste wereldoorlog dreunen door in het eerste deel met aggressieve cello-beuken. In het tweede deel komen we in een diep mysterieuze wereld terecht. Mooie kleurverschillen worden toegepast, er het spel wordt gekenmerkt door geduldig ademen en luisteren. Een twee-tels ostinato sterft langzaam uit doordat het ene na het andere instrument ophoudt met spelen, tot slot blijft alleen een cello over, die ook hapert, voordat de reprise wordt ingezet. Het scherzo is in 5/8 maat en klinkt heel uitbundig. Daarna keren we in het slotdeel terug naar de raadselsachtigheid van het tweede deel. Het is adembenemend mooi. Wanneer de muziek uitsterft blijft het publiek hopen dat het niet afgelopen is, maar dat is het helaas wel.

Grote dank aan de musici voor een mooie avond, en aan Tanja Trede in het bijzonder voor haar eigenzinnige programmakeuze!


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
English Version

The Residentie Orchestra has a soft spot for violas. This evening, violist Tanja Trede was dealt a carte blanche to design a programme with her favorite chamber music, assisted by her colleagues from the orchestra: : Dorine Schade (flute), Mara Oosterbaan and Cato Went (violins), Elisabeth Runge (viola), Mileva Fialova and Roger Regter (cello), and Harry Donders (double bass). This resulted in a very special evening, centered around the Czech composer Ervin Schulfhoff.

Not only was Schulhoff a jew, an entartete (degenerated) composer and an avid communist (“Absolute art is revolution“); but he also requested a citizenship of the Soviet Union. This last deed got him sent to a concentration camp, where he died in 1942, exactly 75 years ago.

But back to the beginning: Dvorak had a seminal influence on the musical career of Schulhoff, so it seems logical to start tonight’s programme with Dvorak’s well-known Terzetto. It’s a sweet piece of music, but tonight it can’t really get a hold on me.

The Concertino by Schulhoff (for piccolo/flute, viola and double bass), on the other hand,  catches my interest from the very first bar. The enormous span of pitches, from the highest piccolo notes to the deepest bass-string, gives rise to a peculiar feeling that there are extra phantom voices buzzing around the middle voice (the viola). Yet there are undeniably only three physical instruments and voices. The country dance in the final “Allegro gaio” really sticks in my head.

We stay in a trio formation for the Serenade op.141a by Max Reger (who was also one of Schulhoff’s teachers): flute, violin and viola. It starts with a very merry theme, the after a while transforms into a fugue passage. In the subsequent Larghetto, a lot of descending lines with chromatic gradations can be heard. The viola needs to fill in as bass here. It is a very beautiful movement. The final movement in 6/8 measure is very playful and actually very far from the stereotypical Reger music.

The heaviest piece of the evening – also in terms of ensemble size – is the String Sextet op.45 by Schulhoff. A very interesting piece of music! I have had a CD recording of this piece for years, which I never listened closely to. I will do so from now on. In the luscious acoustics of the Nieuwe Kerk, the musicians give a fantastic performance. There is a lot of fear and sorrow worked into this music: memories of World War 1 echo through the first movement with aggressive cello strokes. In the second movement we arrive in a deeply mysterious world. Beautiful differences in tone colouring are applied, and the playing is characterised by patient breathing and listening. A two-beat ostinato slowly fades away as one player after another ceases to play – in the end only a cello remains, which also falters before the recapitulation comes. The scherzo is in a 5/8 measure, and sounds very exuberant. In the final movement thereafter, we return to the mysteriousness of the second movement. It is breathtakingly beautiful. As the music slowly fades out, the audience keeps hoping that it isn’t the end, but alas, it is.

Big thanks go to all the musicians for a wonderful evening, and to Tanja Trede especially for her original programming choices!